woensdag 22 mei 2019

Westerling


Mijn wereld is, geef ik toe, best inspirerend, vooral doordat ik continu bijzondere mensen van over de hele wereld ontmoet. Dat er regelmatig bekende muzikanten bijzitten is leuk. Maar als rechtgeaarde oosterlingen gaan we daar niet te veel prat op. Want dat doe je niet, zo zijn we niet opgevoed. Nederigheid is er namelijk bij de opvoeding met de paplepel ingegoten.

Muzikanten zijn over het algemeen fatsoenlijke en hartelijke mensen. En of ze nu uit New York of Amsterdam komen, maakt eigenlijk niet veel uit. Kenmerkend is het respect voor elkaar. Dat een ervaren muzikant een beginner spontaan helpt een gitaar uit te zoeken in de winkel, is meer regel dan uitzondering. Dat ik vorige week dan ook hard op mijn tenen getrapt werd door zo’n muzikant, is een uitzondering. De typische ‘westerling’ bestaat voor mij niet, maar deze man paste prima in die typering. Vooringenomen tot in detail, met een mening over ‘ons oosterlingen’, die ik niet durf te herhalen. En passant werden verschillende vaak goede muzikale vrienden uit de Achterhoek, Twente en Drenthe in detail belachelijk gemaakt. Hij had er zelfs een categorie voor bedacht, de ‘Boertjes van Buuten’.
Dat hij dit alles ongestoord spuide alsof we er niet bij stonden, brak mijn spreekwoordelijk klomp. Nu ben ik een mild mens, maar wanneer mijn vrienden, hun inspirerende muziek, en mijn eigen streektaal met een knauwend Haags accent belachelijk gemaakt worden, gaat mijn bloed koken. Het zal u niet verbazen dat ik deze Randstedelijke uitzondering ruim op tijd duidelijk gemaakt heb dat het sluitingstijd was. Gelukkig geloof ik in het goede van mensen, en voor deze heer heb ik dan ook maar een aparte categorie voor gemaakt. De categorie ‘ziek’. Gelukkig kom ik dit soort zelfingenomen ‘wij zijn beter dan de rest’ westerlingen bijna nooit tegen en goedgelovig als ik ben, geloof ik dan ook niet dat ze echt bestaan.

Rudi Bults

woensdag 15 mei 2019

Concert


Onlangs nodigde onze oudste zoon uit Zeist mijn vrouw uit om met hem naar de Matthäus Passion in Utrecht te gaan. Hij nodigde mij niet uit. Ik vind de Matthäus Passion prachtig. Uit een doosje. Niemand nodigt mij meer uit voor een uitvoering. Dat komt omdat ze weten dat, toen ik ooit mijn vrouw wel naar de Matthäus Passion vergezelde, ik tijdens de uitvoering een boek ben gaan zitten lezen. Sindsdien màg ik niet meer mee. Iedereen blij.

Omdat mijn vrouw tegenwoordig zelf niet rijdt, moest ik haar naar Utrecht brengen. Dat mocht dan weer wel. Maar wat doe je zolang; de Mattheüs is een behoorlijke zit. Ik reed Zeist uit en ben ergens in nergens aan een wetering gaan zitten. De zon scheen uitbundig, het was een van die in het voorjaar verdwaalde zomerdagen. Er waren al Pinksterbloemen en Hondsdraf, het Fluitekruid zat er aan te komen. Boven het land buitelden kieviten, knotwilgen pronkten met het begin van hun nieuwe kapsel, een paar koeien lagen vredig in hun bord met eten. Verder was de wereld vooral leeg.
De wetering was zo'n meter of tien breed. Loom volgde ik de V's die voorns over de waterlijn trokken en stilaan gleed ik weg naar de droomwereld tussen slapen en waken. Ik schrok op door iets aan de overkant. Wat...? Was dat?! Ja... vanaf de overkant van de wetering zwom een slang op me af. Een ringslang van een centimeter of zeventig. Schitterend! Sierlijk meanderend en haarscherp afstekend tegen het lichtbruine water, bewoog het dunne, zwarte lint recht op me af. Voorzichtig trok ik mijn mobiel en filmde. Ik weet niet hoeveel later, biepte mijn telefoon. Utrecht: de uitvoering was afgelopen. Ik stond op, strekte mijn stijve spieren en applaudisseerde in mijn eentje voor de Schepper. Het was een prachtig concert. Dank U.

Adrian Verbree

dinsdag 7 mei 2019

Moeders horen niet te sterven


“En daar liggen de adressen van diegenen die je zeker moet bellen. En in de onderste la liggen de polissen.” Ik brom in mijn kop koffie. Moet dat nu? Het moet. Ik ben op bezoek bij mijn moeder en ze wil haar begrafenis bespreken. Lang heb ik het onderwerp weten te vermijden maar ze is vastbesloten.

Moeders horen niet te sterven, zei een vriend tegen mij. Klopt, maar het gebeurt toch. Ik pak de papieren erbij en blader. Achter op een van de documenten staat een stempel van een begrafenisondernemer. Ma fronst. Ik heb haar frons, valt me wederom op. “Die niet!” Ze klinkt geërgerd.  “Te groot, te duur en veel te commercieel.” Ik maak een notitie. Het gesprek verloopt luchtig maar ik heb een gevoel van naderend onweer.

Een maand later bereiden wij de laatste vakantie met de kinderen voor. Ze worden groot en gaan steeds meer hun eigen gang. Met een camper naar Noorwegen. We halen het niet. Ma belandt in het ziekenhuis en het lijkt niet goed. We gaan wel ‘camperen’, maar niet zo ver. Stadskanaal wordt het epicentrum waar wij op een uur rijden omheen cirkelen. We beginnen en eindigen de reis in het ziekenhuis.

Moeders sterven ook. 
Vier dagen na terugkeer sluit ze haar ogen definitief. Ze heeft afscheid genomen van wie ze wilde en piept er ’s nachts tussen twee wachtrondes tussenuit. Kalm en rustig. Het is goed, zeggen we tegen elkaar. Dat is het verstand. Maar mijn gevoel zegt iets heel anders.
Later die ochtend trek ik de onderste la open en ga aan de slag. Op internet zoek ik een begrafenisondernemer en bel.  Als ik de man aan de lijn krijg zeg ik: “Een rare vraag, maar bent u op enige manier verbonden aan deze begrafenisonderneming? En ik noem de naam. “Op geen enkele manier,” antwoordt de man. Ma heeft haar zin.

woensdag 1 mei 2019

Aan


Het was echt hard nodig: een keer een weekendje met z’n tweeën weg. Dat schiet er bij ons namelijk bij in. Drukke weekenden met de sporten van de kinderen en werken in de tuin en feestjes gaan altijd voor. Maar het is ook heel goed om samen te ontspannen. Dus dat deden we. In een wellnesshotel.

De sauna was voor mij vroeger echt wel een Ding. Met mijn vriendinnen gingen we destijds naar de Bonte Wever. Waar je een ‘geklede’ sauna had: lekker veilig. Met mijn man (toen vriend) werd het menens. Een echte naaktsauna. Doodeng vond ik het. Ondertussen zijn we al in heel wat sauna’s geweest en voelt het prima. Met mijn overhangend buikvel en striae hoef ik me niet meer druk te maken om starende mannen. Eigenlijk is het de bedoeling dat je helemaal tot rust komt. Voor mij toch wel lastig: ik krijg mijn gedachten nooit uitgezet. Bij alle saunagangers heb ik gelijk een verhaal in mijn hoofd. Dat het vast een moeder en dochter zijn, die na een moeilijke tijd samen een weekend weg zijn. Of bij een oudere man met een jongere vrouw: dat kan niet anders dan een man in z’n midlife crisis met zijn minnares. Tijdens een massage denk ik dingen als: zouden de masseuses niet gek worden van de panfluiten en Conimex muziekjes de hele dag? En: als ze nu iemand masseren en die zit onder de blauwe plekken, hebben zij dan ook een soort van meldplicht? Dat soort gedachten.
Toch waren we echt wel relaxed aan het eind van de dag. We genoten van het heerlijke eten en liepen zo onze kamer weer in. Maar het bleef toch zaterdagavond hé... De avond waarop de oudsten gaan stappen en heel laat thuiskomen en daar gingen mijn gedachten alweer… Als ze maar niet gingen frituren en de stekker erin lieten zitten. Of dat ze hun sleutel zouden vergeten, of ID kaart of portemonnee. Allemaal al een keer gebeurd. Ik kwam de nacht door zonder verontrustende appjes van de jongens, dus kon ik genieten van het heerlijke ontbijt. Bíjna was het gelukt om mijn gedachten uit te zetten. Ik denk dat ik maar moet accepteren dat ik nu eenmaal altijd ‘aan’ sta... denk ik.

Karin van Dijk

woensdag 24 april 2019

Camino del Norte

Een bericht uit Spanje! Terwijl u mijn column leest zal ik mijn derde pelgrimstocht voltooid hebben. Vanaf vorige week woensdag wandel ik met een aantal mannen in Spaans Baskenland een deel van bovengenoemd pelgrimspad. Graag had ik meer over de tocht verteld maar de column moest eerder binnen zijn vanwege het paasweekend.

Zoals het de oplettende lezer vast niet ontgaan zal zijn, wandel ik graag en geniet ik van de omgeving, dat kan gewoon in Baalderveld maar ook in Spanje. Wandelen is verrijkend voor de geest. In mijn drukte helpt het mij enorm om rust te vinden. Gewoon genieten van de kleur van de lucht, bloeiende bomen of een vlinder.
Samen met vijf vrienden wandelen in een bijzondere tijd van het jaar, de paastijd. Een andere vriend in Hardenberg appte mij over de Emmaüsgangers. Deze mannen liepen tijdens de paasdagen samen met een onbekende naar Emmaüs en praatten over alles wat hen bezig hield. Wij lopen soms zwijgend, dan weer praten we over allerlei zaken die ons bezig houden. Zeer serieuze maar ook vreselijk flauwe gesprekken. Het gaat over hoe pittig de etappe wel niet is of over de politiek. Soms zijn we eensgezind en daarna hebben we een meningsverschil. Ik kan zomaar een uur helemaal alleen lopen en alleen maar genieten van wat ik zie. Daarna weer een ontmoeting met één van de mannen en een mooi gesprek hebben. Het is voor ons allen een mooie lummeltijd, waardoor ons creatieve brein gevoed wordt. Een geweldig stel om mee te lopen, verschillend maar daardoor juist zo samen. Het samen lopen verrijkt en de weg is minder lang als je samen loopt.
Nu ik dit schrijf zit de eerste etappe erop, zwaar, met heel veel klimmen en dalen. Terwijl u dit leest zit onze laatste etappe erop. Als de rest zo is als vandaag hebben we een geweldige week gehad.

Henk Leemhuis

woensdag 17 april 2019

Meisjes


Toen onlangs een van de pubers die me thuis en op het werk omringen, me grijnzend vertelde dat hij iets had met een heel mooi meisje, moest ik lachen omdat het me deed terugdenken aan mijn eerste liefde.

Ik was 15 jaar oud en het gebeurde middenin de warme zomer van 1973. Die zomer staat in mijn geheugen gegrift als een van de gelukkigste uit mijn jeugd. Ik weet nog dat ik samen met Wilma op de fiets onderweg was naar het zwembad. 14 dagen eerder had ik haar voor het eerst gekust, en we hadden nu officieel verkering. Ik was apetrots, want ze zag eruit als Emmylou Harris met van dat lange zwarte haar en bruine ogen. Dat zo’n mooi meisje iets in mij zag had ik nooit verwacht, want ik had een onzekere tijd achter de rug.
Op mijn 12e had een of andere suffe dokter me namelijk per ongeluk een overdosis medicijnen voorgeschreven tegen epilepsie. Dat had ik al vanaf mijn geboorte. Niet zo ernstig hoor, hooguit viel ik een paar keer per jaar om. Ik kon er goed mee omgaan, had vrienden, haalde goede cijfers en zou naar de Havo gaan. Maar die tienvoudige overdosis stak daar een stokje voor. Plots veranderde ik van een lieve jongen in een vervelende pre-puber met superkort lontje, die iedereen op de kop sloeg, ook leraren. En in plaats van Havo werd het speciaal onderwijs.
Na ongeveer anderhalf jaar werd de oorzaak ontdekt. En nadat de medicijnen afgeregeld waren ging alles weer goed. Nou ja goed? Ik was mijn vrienden kwijt, mijn schoolcarrière lag in puin, en ik zat behoorlijk in de knoop door al die onzekerheid. En juist daarom zijn Wilma, en die mooie zomer van 1973 zoete herinneringen. Uiteindelijk is het allemaal goed gekomen. De epilepsie ben ik overheen gegroeid. En terugkijkend heb ik best een mooie puberteit gehad, met nog veel prille liefdes. Zeker nadat ik een gitaar om mijn nek ging hangen. Oh Ja, en Wilma heb ik even gegoogeld. Die is niks veranderd.

Rudi Bults

woensdag 10 april 2019

Marte(r)ling



Mooi man! Slank, snel, superklimmer, prachtige bruine vacht, opvallende lichte keelvlek. Een verrijking van de Nederlandse natuur. De steenmarter. Ze zijn terug; je ziet het aan de doodgereden exemplaren langs de weg. Triest gezicht, maar al bijna weer gewoon. Hier in het Oosten dan. Ze zijn beschermd. De krengen. Uw boete (strafbaar feit categorie 4 & 5)bij ‘bestrijding, verstoren, vangen en vermoorden van steenmarters’ kan oplopen van €19.000,- tot € 76.000,-. Waarin een klein land groot kan zijn.

Knibbel, knabbel, knotor, wie knaagt er aan mijn motor? Ik werk vaak ’s avonds. Dus kwam ik in mijn Toyota Avensis - moge het haar goed gaan in Afrika - regelmatig als laatste parkeren. Mijn warm gedraaide motor en de door visolie soepel gehouden bekabeling, verspreidden tot in de wijde omtrek een uitstraling en bouquet dat geen steenmarter kon weerstaan.
Het isolatiemateriaal onder de motorkap werd weggevreten, de bougiekabels genuttigd als gold het dropveters. WC-blokjes, ultrasone gadgets, vergeet het: knibbel, knabbel. Een Gramsberger, wiens VW was opgegeten, wist raad: parkeren op een frame bespannen met dubbeltjesgaas. Zo gezegd, zo gedaan. Geen marter weer gezien. Maar stel, zo’n beest besluit te jongen op jouw zolder. ‘Doe me de luchtbuks even, schat.’ Stop! Stout. Beschermd. U moet de mormels laten stinken en ’s nachts herrie laten maken. Tja, het is hier slechts het Oosten des lands. Mocht het marterleed ooit het Westen (bij voorkeur Den Haag) bereiken, dan volgt uiteraard passende wetgeving. Dan rukken de BOA’s massaal uit. Tot die tijd moeten we ons zien te redden. Ik stel langs de Oostgrens een steenmarteropjaagdag voor. Westwaarts. Nemen we die paar wolven ook meteen mee en prins Bernard betaalt de boete.

Adrian Verbree