woensdag 30 mei 2018

Slikken of spuiten


Eindelijk, na jaren, is je buxushaag af; een symfonie in rechte lijnen en haakse hoeken. De natuur bedwongen. En zo prachtig groen in mei! Nog even en je mag weer los met je accuschaartje om het nóg strakker te maken. De buren zullen kreunen van jaloezie.

Maar dan, die morgen... Arggghh! Weg buxushaag, naar de knoppen gesmikkeld door de rupsen van de buxusmot. Kale, grijsbruine takkenzooi! Groengeelzwarte monstertjes speuren naar de laatste restjes blad. Duizenden. Alarm! Gif, spuiten, smerige rotbeesten, cultuurbarbaren! Mijn droombuxus! Dus: hop, hop, in galop naar het tuincentrum. Buxusmot, zegt u? Hier Pyrethrum concentraat van Bayer, bekende Duitse insectennaaier. Duitsers werken ‘gründlich’. Nederlanders ook: u spuit als een malle. En het werkt: allemaal worden ze vergiftigd. Uw buxushaag gaat het redden. De koolmees niet. Die voert zijn jongen lekker door met vergiftigde buxusmotrupsen. En zo begon het mezennest te stinken. Negen dode koolmeesjes. Met dank aan u en Bayer.
Het gaat al zo slecht met insecten en vogels. Tot 70% minder insecten in Duitsland, Frankrijk en Nederland! Reed je vroeger op een zoele zomeravond van Groningen naar Zwolle, klonk er voortdurend het flots, knrt, prips en ssplat! van insecten tegen de voorruit. Bij het tankstation moest je je voorruit verschonen. Tegenwoordig kun je vrijwel insectloos van Groningen naar Amsterdam rijden. Maar pas op. Nog even en we schuiven op van slikken en spuiten naar spuiten en stikken. Nog even spuiten, nog een ietsje meer en we hebben het laatste insect om zeep geholpen. Wie volgt? Wijzelf? Maar wel een mooi haagje! Of toch maar niet? Hardenberg, de kracht van gewoon niet doen.

Adrian Verbree

woensdag 23 mei 2018

Buitenspel

"En jullie zijn voor..?" De in een felgele jas gestoken hoofdsuppoost van Vitesse kijkt ons vorsend aan. "FC Twente!" antwoord ik. Eerlijk duurt het langst. Fout. Even terugspoelen: Ik heb een van de zonen kaartjes gegeven voor zijn verjaardag voor de wedstrijd Vitesse- FC Twente. Een legendarische wedstrijd, met de kennis van achteraf, want deze middag zal Twente degraderen.
Ook mijn vrouw gaat mee, voor het eerst. Ik vind het binnengaan in een voetbalarena altijd zo mooi en wil haar dat graag eens laten ervaren. Het gaat meteen al fout. Slechts drie van ons gezin hebben de verplichte ID bij zich. Dat zijn er twee te weinig. De scanner leest onze geprinte kaartjes niet. En als we na veel vijven en zessen, onder de afgedwongen belofte vóór Vitesse te juichen in verband met mogelijk supportersgeweld, naar binnen mogen, worden we via een alternatieve route als een soort bevrijde gijzelaars het stadion binnengeloodst.
We zitten vooraan op de tribune. Dat betekent goed zicht op het veld maar een totaal gebrek aan overzicht op wat er achter ons gebeurt. Stel dat we instinctief juichen bij een doelpunt van Twente. Die angst blijkt ongegrond. Twente scoort die middag niet. Toch zitten we onbeweeglijk in het harde, oncomfortabele kuipstoeltje. Als zaten we op de eerste rij bij een voorstelling van Hans Teeuwen.
Helemaal vooraan, aan de rand van het veld zitten de ouderen en gehandicapten in hun wagentjes. Bij elk doelpunt vinden er talloze wonderbaarlijke genezingen plaats waar Lourdes nog een puntje aan kan zuigen. Ze springen op, tasten naar meegesmokkelde heupflacons en zijn door het dolle heen. Ja, balancerend op een randje van angst, hebben wij ons best vermaakt. "Nog een keer?' vraag ik aan mijn vrouw. "Ja", verzucht ze in de auto, "maar nu nog niet..."

woensdag 16 mei 2018

Digiloos


Op televisie zag ik een serie over opvoeden waarbij het ging over het gebruik van digitale apparaten.  Heel herkenbaar en een mooi onderwerp voor deze column dacht ik zo. Ik was net van plan om ook de voordelen te noemen van mobieltjes en het gebruik van internet toen mijn man appte. Als deze Toren verschijnt dan ben ik namelijk verhuisd. Naar een rustige plek in Dedemsvaart. Maar zoals mijn man net appte: iets te rustig. Namelijk helemaal digiloos! Er is geen signaal te vinden daar. Geen tv, telefoon en internet. Slik.

Een paar dagen zonder internet overleven we best, op vakantie vind ik het bijvoorbeeld heerlijk! Maar dan kies ik er zelf voor. Nu wordt het voor ons bepaald. Het kan ook een kabelbreuk zijn en dan zijn we langer de pineut. Wat zijn we eigenlijk afhankelijk geworden van de digitale dingen. En het is zo gewoon geworden. Dagelijks kijk ik op Facebook, ik check mijn mail en app mijn kids dat we gaan eten in plaats van roepen onderaan de trap. Eerlijk gezegd weet ik haast niet meer hoe het was zonder internet. Tijdens het opruimen van 20 jaar zooi kwam ik een kaartje tegen dat ik naar mijn ouders had gestuurd vanaf een kamp. Met daarop: ‘Sorry, pap, ik kon niet langer kletsen want de kwartjes waren op’. O ja, zo was het!
Afgelopen vrijdag kwamen we erachter dat KPN ons een weekje eerder heeft afgesloten van alles dan was afgesproken. Dus we moeten er ook in ons ‘oude’ huis gelijk aan geloven. Een drama voor onze kids. Want wat moeten ze dan doen? Alles wat ik opper is natuurlijk verkeerd. Een potje kaarten, fikkie stoken, of een goed gesprek voeren: dat gaan ze echt niet doen! De verhuisdoos met alle Donald Duckies is ineens wel populair, dat ze nu ineens weer lezen vind ik een mooi voordeel. Ach, en volgende week eerst maar weer eens aan het werk en naar school. Lekker daar op de Wifi ;-)

Karin van Dijk

woensdag 9 mei 2018

Vrijheid

Vrijheid, Nederlandse mensen jonger dan 70 jaar vinden het zo vanzelfsprekend dat er elk jaar wel weer een groep opstaat die het gedenken van landgenoten die er hun leven voor hebben gegeven ter discussie stelt. Ook ik kan me niets voorstellen bij het leven zonder vrijheid. En juist daarom ben ik zo blij met mijn vrijheid. Elke 5 weken een column mogen vullen waarin ik mijn mening mag geven zonder censuur.

Het is een voorrecht om te leven in een land waarop iemand die de 2 minuten stilte aan de kaak wil stellen gehoord wordt, want ook deze mens mag zijn mening hebben. Het is goed het gesprek aan te gaan, te luisteren en meningen bij te stellen. Het punt is gemaakt en getoetst en de 2 minuten stilte zijn op 4 mei weer door miljoenen Nederlanders op hun eigen wijze ingevuld.
Het monument in het Spindepark symboliseert prachtig het verlies, het verdriet, verzet en uiteindelijk de vrijheid. Mannen en vrouwen neergezet in hun pure naaktheid, eenvoud die geen opsmuk behoeft.
Indrukwekkend vind ik altijd onze Hardenbergse herdenking met de kinderen van alle basisscholen. Het voorlezen van de namen van gevallenen binnen de gemeente Hardenberg, 143 mensen die van het leven hielden en die het ontnomen is. Maar ook van al die andere landgenoten en militairen uit andere landen die op de verschillende erevelden begraven liggen, veelal jonge mannen in de leeftijd van mijn kinderen. Daarvoor ben ik graag 2 minuten stil. De andere 525.598 minuten per jaar mogen we onze mening geven, wat een vrijheid.
Heerlijk om dan 5 mei te mogen vieren. Samen met onze landgenoten en ook nieuwe landgenoten hierin te betrekken. Met respect voor elkaar, naar elkaar omzien en zonder waardeoordelen onze vrijheid delen.

Henk Leemhuis

woensdag 2 mei 2018

Een meisje van veertien


Koningsdag vorige week. Zelf heb ik er niet zoveel mee, maar ach, het verbindt de mens en ik hou van rommelmarkten. Een prima dag dus, met redelijk weer dit jaar.

Er stonden, traditiegetrouw, foto’s van het koningshuis op internet. Koning Willem Alexander met koningin Maxima en hun kinderen. Heerlijke enthousiaste foto’s vond ik. Maar toen las ik de reacties op social media… Ik ben me kapot geschrokken van zoveel negatieve reacties over het uiterlijk van Amalia. Schaamteloos! Echt onvoorstelbaar hoe volwassen mensen zich hebben uitgelaten over het gewicht van onze (minderjarige) kroonprinses. Waar bemoeien ze zich mee! Een meisje dat mijn inziens een prachtige uitstraling heeft, dat zo openbaar onderuit gehaald wordt. Arm kind. Plaatsvervangende schaamte overviel me.

Je gewicht is heel persoonlijk, en soms ook heel kwetsbaar. Veel mensen worstelen met hun zelfbeeld, en willen voldoen aan een ideaal plaatje. Maar dat kan en hoeft niet altijd. Niet iedereen is gezegend met een slanke taille, en sommige mensen moeten hier echt veel moeite voor doen. Waaronder ikzelf. Sinds een paar weken probeer ik af te vallen, omdat ik me niet meer goed voel in mijn lijf. Mijn gewicht is voor mij best een strijd, en ik kan me voorstellen dat voor een meisje als Amalia dat zoveel in de picture staat, dit nog veel erger is.

Eén van de reacties: ‘Er is zoveel geld voor het koningshuis, dan mag er ook wel wat meer geld naar een goed voedingspatroon voor prinses Amalia.’ Waar haalt iemand deze informatie vandaan? Een gezond leven zegt niet altijd iets over het gewicht of postuur van iemand. Persoonlijk moet ik permanent op een komkommerdieet wil ik maatje 36 bereiken en behouden, en ik leef gewoon gezond. Niet iedereen is hetzelfde, en ik vind het bizar dat er mensen zijn die denken het recht te hebben om dergelijke pesterijen online te zetten. Vooral als het gaat om een mooi, maar kwetsbaar meisje van veertien. 

Goed, voor zover mijn relaas... Ik hoop dat u het met me eens bent. Ook een stukje komkommer?

Anja

woensdag 25 april 2018

Kunst

In 2016 overleed cartoonist Peter van Straaten. In zijn herkenbare, streepjesstijl schiep hij menig onvergetelijke cartoon. In ons toilet hing er jarenlang een waarop een vader en een dochter naar een kromgebogen spriet op een sokkel in een grasveldje kijken. Zijn - handen in de zakken - commentaar: ‘Ik ben bang dat het kunst is, lieverd.’

Heerlijk eerlijke cartoon. ‘Bang zijn’ dat iets kunst is betekent toegeven dat jij het er niet in ziet. Je weet je een nitwit die niet ziet hoeveel er ‘in’ zit, die moe van het misprijzen der ware kunstkenners, bij voorbaat toegeeft: het zal wel weer kunst zijn. Je bent het jongetje dat tijdens het schoolreisje naar het Kröller-Müller zich vertwijfeld afvroeg waarom meester niet voor het Ponypark had gekozen.
In Baalder, waar ik werk, ontstaat op dit moment langs de rand van de uiterwaarde van de Vecht ook een kunstwerk, dat wil zeggen: ik vermoed dat de draadconstructies die daar staan op een kunstwerk zullen uitlopen. Het is fijn het wordingsproces te mogen volgen. Eerst werden er achter hekken - spannend - amorfe draadconstructies gepositioneerd. Toen ik dacht dat het af was, en dat het een nestje verliefde sprieten moest voorstellen, werd het opeens druk rond de creaties. Talloze zakken met daarin honderden kilo’s mortel? cement? gips? werden door werklui in en rond de sprieten geboetseerd. Ik begin te vermoeden dat wat ik voor kunst aanzag, slechts het skelet was voor nóg méér kunst. Ik heb geen idee wat het gaat worden, misschien zelfs wel mooi. Maar ik ben blij dat we mogen meekijken. Want al snap ik er straks nog steeds niks van: ik weet nu in elk geval dat er véél in zit.

Adrian Verbree

woensdag 18 april 2018

Gezicht


“Heb je er eigenlijk wel lol in?” Ik krijg de vraag terwijl ik net van het podium gestapt ben waar ik met mijn bandje heb staan spelen. Ik kijk er niet van op, dat wordt mij vaker gevraagd. Mijn gezichtsuitdrukking houdt het midden tussen “de Denker” van Rodin en de mededeling van de tandarts dat de verdoving op is.

Waarom toch, want muziek maken is mijn grootste hobby, dat weet iedereen die mij een beetje kent. Eerlijk gezegd: ik weet het niet precies. Kijk, muziek maken lukt soms om allerlei redenen niet. Soms loopt het niet lekker en op sommige momenten klopt alles. Dat laatste, daar ga je voor als muzikant. Soms wordt er vanuit het publiek geroepen: “Lachen, Bert!” Wanneer ik besluit dat eens te proberen, gaat het mis op de basgitaar. Ik heb blijkbaar alle concentratie nodig voor mijn spel. Daar ben ik dan ook een man voor; ik kan maar één ding tegelijk.

Het is ook geen kwestie van zenuwen. Ik weet wat ik kan en ook heel goed wat ik niet kan. Voeger was ik wel nerveus. Ooit speelden we in het voorprogramma van Brood. Dé Herman Brood. Een week voor het optreden was mijn maag zo van streek dat ik dagen op geraspte appel met kaneel en slappe thee heb geleefd. Meteen na het optreden verdroeg ik op miraculeuze wijze weer ineens hamburgers en bier. ‘t Is ook geen kwestie van alles of niks. Ik ben trots op wat ik doe maar ik hang er niet mijn hele identiteit aan op. Je moet wel realistisch blijven.

Ooit werd ik muzikant omdat ik een hekel aan dansen heb (al sinds ik kleuter ben). Op mijn veertiende kocht ik mijn eerste gitaar. Sindsdien heb ik er een diepe liefde voor ontwikkeld. Maar dat is aan mijn gezicht niet af te lezen. Zelfs niet na 34 jaar. Laten we het er maar op houden dat mijn gezicht zo het lekkerst zit.

Bert