woensdag 17 januari 2018

Paniek

Het is niet meer zo heel vroeg op de ochtend, maar toch nog vrij druk op poli 11. En nadat ik er ongeveer tien minuten over deed om te parkeren bij het ziekenhuis en mijn planning er vandaag niet om liegt, is er lichtelijke irritatie. Maar, er moet nog een column geschreven, dus geen paniek. Ik schrijf hem gewoon in de wachtkamer. Dan is er geen tijd weggegooid én daarbij, ik heb inspiratie. Want hoewel er geen paniek is voor mijn planning, is die er wel degelijk voor hetgeen er zo staat te gebeuren. Ik moet namelijk bloed prikken. Niets ernstig aan de hand, gewoon een check, maar die naald! Brrr, ik zal er nooit aan wennen... 

Over paniek gesproken, morgen is het drama in mijn hoofd nog veel groter! Of eigenlijk nu al. Sterker nog, gisteravond kon ik er niet van slapen, in de wetenschap dat het nog maar twee nachtjes is. En nu dus nog maar één. Want morgen, morgen moet ik naar de tandarts... 

Vroeger was ik er al bang voor. Toen kwam dat vooral door de tandarts zelf die, op zijn zachtst gezegd, niet bepaald kindvriendelijk was. Na een tijdje kregen we een nieuwe tandarts, en gelukkig was deze man juist erg kindvriendelijk. Maar helaas, het kwaad was al geschied, en het is een angst gebleven. Vroeger ging mijn moeder altijd met me mee, en inmiddels heeft mijn man deze nobele taak van haar overgenomen. 

Tot vorig jaar! Door omstandigheden moest ik alleen en reed ik, misselijk maar redelijk rustig, in mijn uppie richting de praktijk. En eerlijk is eerlijk, het viel me mee.

Maar waarom dan voor morgen die paniek, hoor ik u denken? Nou, dat zit als volgt; ik moet drie (!) verstandskiezen laten trekken. De kiezen die ik een kleine 15 jaar geleden met moeite door liet komen, worden er nu gewoon uit getrokken. Alsof het niets is. Een regelrechte horror! En weer ga ik alleen. 


Geen idee of ik het overleef, we zullen het zien. Maar als u over vijf weken geen column van mij in de Toren ziet staan, dan weet u genoeg…

woensdag 10 januari 2018

Gevulde koek

Op mijn ritjes van Gramsbergen naar Hardenberg en visa versa, zie ik ze steeds vaker op het fietspad: gemotoriseerde ouderen. Was dat fietspad eerder het terrein van fietsers, knetterdozen en joggers, nu zie ik steeds vaker ouderen die zich op pad begeven. Het is nog niet helemaal mijn tijd om me in de wereld van de scootmobielen en ander ouderentransport te verdiepen – ik ben 56 – maar ze intrigeert me wel. Ik kijk mijn ogen uit. Er rijden toch modellen rond!
Er schijnt zoiets te bestaan als Dutch Design. De ontwerpen uit deze school worden internationaal gewaardeerd. Kunnen de breinen achter deze 'succeslijn' zich alstublieft buigen over de doosjes waarin onze ouderen zich moeten wurmen? Er rijden modellen rond die uit louter hoeken bestaan. Misschien dat de wetten van de aerodynamica niet opgaan onder een bepaalde snelheid? Er rijdt ook een modelletje dat dan wel weer een wat vloeiender lijn vertoont, maar dat zo smal is dat de vergelijking met een rijdende gevulde koek zich opdringt. En dit zijn dan nog de gelukkigen die een dakje boven hun hoofd hebben. Helemaal te doen - de wind is Noordoost als ik dit schrijf - heb ik met de ouderen die zich naar Hardenberg werken op een zielige tuftuf, die, compleet met boodschappenmandje, moet zijn overgenomen van dr. Nefario, de miskleunende geleerde uit Despicable Me.
Als mijn tijd komt, hoop ik dat zelfrijdend, gestroomlijnd, verwarmd, of gyrocopterachtig 4.0-vervoer de markt inmiddels heeft veroverd. Voor nu wil ik mijn respect uitspreken voor al die ouderen, of lichamelijk beperkte medeburgers, die zich niet in hun huizen laten opsluiten, maar er op uit trekken, desnoods in een gevulde koek. Ik hoop dat, als mijn tijd komt, ik hetzelfde lef vertoon.

woensdag 3 januari 2018

De vloer op

Toen de laatste zandkorrels van de Zandtovenaar van het podium waren geveegd, ben ik naar huis gegaan en heb mij opnieuw aan mijn gezin voorgesteld. Door de vele voorbereidingen op het Kerst Event had ik meer tijd doorgebracht met Theo en Jan, mijn medeorganisatoren, dan met hen. 
Jan is Jan Kroesen en toen ik een kleine 25 jaar vanuit de Veenkoloniën naar het Vechtdal emigreerde, kende ik niemand. Omdat ik in Stadskanaal met veel plezier als muzikant aan het werk was geweest in theater Geert Teis, meldde ik me bij zijn Voorveghter en kon aan de slag als manischje van alles op het toneel. Vandaar uit heb ik mijn integratie vormgegeven.
De Voorveghter, dat was een mooie tijd. Soms werd ik actief ingezet bij shows. Zo startte Bert Visscher zijn show 'Fijne Nuances' achter in de zaal. Dat was toen in de Voorveghter niet mogelijk. Via het dak dan maar. En zo sloop ik vijf minuten voor aanvang met Bert over het dak. Twee Berten waarvan de ene verkleed als 17e-eeuwse musketier met een enorm nepgebit en een te strakke panty.
Tijdens de show van de Berini's moest ik op een afgesproken moment een bed aan een touw achteruit trekken. Ik hoor de floormanager nog in plat Rotterdams zeggen: "Hij hep een flinke ruk nodig, hooj. Hij is stroef!" Ik spoog mij mentaal in de handen en trok op het moment suprême het bed én de rest van het decor aan gort. Ik hoorde paniekerig vanaf het toneel: "Hoho, dat gaat te hajd!" Ik heb er wel een staande ovatie voor gehad.
Inmiddels heb ik zelf ook mogen ervaren hoe het is om op het podium van de Voorveghter te staan. Dat smaakt naar meer, zoals verwacht. Als goed voornemen dit jaar stel ik voor: ga es wat vaker naar het theater! Het theaterweekend op 27 & 28 januari, bijvoorbeeld, dan zien we elkaar zeker!
Gelukkig Nieuwjaar!

woensdag 27 december 2017

Geslenter en gesleep

Zo... de eerste feestdagen zitten er op. Even rust. Eventjes maar hoor, want voor je het weet is het weer Oud en Nieuw. Dan kan ik me weer zorgen maken over al het vuurwerk dat door mijn kinderen wordt afgestoken. Wat ben ik altijd weer blij als op 1 januari alle ogen me weer aankijken en alle ledematen er nog aan zitten.
Mij houd je niet voor de gek: de vuurwerkbril is heus al af als ze de bocht voorbij zijn. Dat begrijp ik heus wel, cool zijn is op deze leeftijd belangrijker dan veiligheid.
Zo zullen mijn ouders ook heus de wenkbrauwen gefronst hebben destijds. Wij trokken er altijd met een hele grote vriendengroep op uit tijdens Oudejaarsnacht. Als rovers slopen we door het dorp: viel er nog iets te slepen? Dingen die buiten bij de mensen 'los' stonden werden meegesleept en ergens anders weer neergezet. Ik vond dat altijd geweldig. tuinmeubilair omruilen, grote karren ergens anders neerzetten. De volgende ochtend zag je iedereen de dingen weer terughalen terwijl men elkaar het beste toewenste. Slepen maar niet slopen.
Met die grote groep gingen we trouwens ook bij alle ouders langs om ze een gelukkig Nieuwjaar te wensen. Overal naar binnen, wat drinken en alle oliebollen, chips en borrelnootjes opeten en weer weg: op naar de volgende. Met een geweldige voorraad vuurwerk dat we te pas en te onpas weggooiden. Met strijkers in plaats van cobra's die ze nu hebben. Dat mocht ook niet, maar we deden het toch.
Het ging allemaal goed. En tot nu toe vieren we al 25 jaar Oud en Nieuw met dezelfde vrienden. Met themafeesten toen we nog geen kinderen hadden. Nu houden we het simpel. Iedereen maakt wat te eten, de kinderen doen wedstrijdjes op de Wii en wij kletsen totdat het zomaar 5 voor 12 is. Tot nu toe wilden de kinderen nog mee. Maar ook daar komt verandering in. De grote kinderen willen graag vanaf 1 uur 's nachts met hun eigen vrienden feesten. Veilig in een sporthal, dat wel. Geen geslenter en gesleep door de straten. Wel zo fijn voor ons. Ik wens jullie ook allemaal een veilig Oud en Nieuw. Met daarna nog alle ledematen er nog aan en zonder gesleep.

woensdag 20 december 2017

Gezelligheid

De maand december wordt aangemerkt als de maand van de gezelligheid. Het woord gezelligheid is bijna niet te vertalen en is een traditioneel Nederlands begrip. Echter ik heb het gevoel dat het begrip steeds meer aan het verdwijnen is.
Iedereen is bezig in zijn eigen bubbel van de sociale media, of is het eigenlijk de asociale media? Waar je ook om je heen kijkt, overal zijn mensen met hun scherm bezig. Ook ik maak me daar net als een ieder ander schuldig aan. We leven zo ongeveer met onze mobiele telefoon in handen. In de wachtkamer in mijn praktijk zitten de meeste mensen iets te doen op de mobiel, maar ook bij mij thuis zitten we met de mobiel in handen voor de tv. Gelukkig is er een afspraak binnen mijn gezin die telefoongebruik tijdens het eten verbiedt. Maar zelfs daar moeten we elkaar er wel eens op aanspreken. In de 10 jaar dat we de smartphone kennen heeft dit zo'n enorme vlucht genomen dat we eigenlijk geen contact meer met elkaar maken.
Bij gezelligheid zou ik graag de sjoelbak weer op tafel willen hebben en iedereen er omheen met een kop dampende zelfgemaakte chocolademelk. Of gewoon ouderwets mens-erger-je-nieten met de nodige lachsalvo's en knetterende frustraties die daar bij horen. Waar is dat gebleven, het samen een spel spelen, samen een lange wandeling maken en gewoon de telefoon op uit.
Deze week werd de noodklok geluid door een oogarts die bijziendheid en zelfs blindheid bij kinderen voorspelde omdat ze niet meer buiten spelen en de hele dag naar een scherm turen. Ze bedacht de 20-20-2 richtlijn. Houd na 20 minuten op een telefoon, tablet of boek kijken een pauze van 20 seconden. "Leg het weg, ga even rondlopen". Dan de 2: ga het liefst 2 uur per dag naar buiten.
Ik zou het geweldig vinden, heerlijk een spel spelen met elkaar en dan lekker een lange wandeling maken, gewoon buiten, genieten van de kou. Want die uren buiten en in beweging zijn dat is zo gezond voor lichaam en geest dat je met gemak de kerstdagen en alle heerlijkheden die daar bij horen kunt eten zonder dat het kilootje meer erbij komt.

woensdag 13 december 2017

Vergeten

Was ik toch bijna deze column vergeten! Of eigenlijk was ik hem al vergeten tot vroeg iemand me waar hij bleef. Het was om een persoonlijke en goede reden, dat wel, maar het zegt ook iets over mezelf. Namelijk dat ik veel te druk ben, en mijn geest niet zo helder is als ik zou willen.

En ik weet zeker: ik ben niet de enige! De wereld raast maar door en door, en 2018 is al bijna begonnen terwijl 2017 binnen een week of drie voorbij vloog. Ik probeer altijd in het moment te leven, en stil te staan bij de dingen om me heen die écht belangrijk zijn. Helemaal na het verlies van onze zoon, en sinds onze kleinste dochter hier (zo goed als) rond loopt. Maar goed, ondertussen hobbel ik mezelf mooi voorbij, alsof ik gewoon maar even vergeten ben waar het werkelijk om draait. 

Deze dagen word ik door omstandigheden weer op mijn plek gezet. En besef ik dat het zomaar voorbij kan zijn. Voel ik weer dat er aan het eind niets anders over blijft dan liefde. En dat mogen we nu echt niet meer vergeten. Daar moeten we niet alleen maar aan denken op het punt dat we iemand dreigen te verliezen, of als je ziek bent  of half overspannen een column schrijft... ;-) 

Het kan écht zomaar voorbij zijn, en er is écht maar heel weinig van je dagelijks leven belangrijk. Ik neem het met me mee tijdens deze maand. De maand van gezelligheid, liefde, lichtjes en feest. Een maand van stilstaan bij het leven, en bij wat je hebt gedaan en nog wilt bereiken. Ik weet het alvast, en noteer met grote letters; Niet meer vergeten waar het écht om draait.


Tout ce qui reste a la fin, c’est l’amour…

woensdag 6 december 2017

December

De donkere dagen. In oktober kun je nog hopen op een verlate Indian Summer. In november laat je alle hoop varen, in december staan de bomen kaal. Niet voor niets hebben we deze hoek van het jaar volgestopt met feesten: 11 november St. Maarten, 5 december Sint en al past Jezus niet in deze rij en is Hij in het voorjaar geboren, we vieren zijn geboorte in de winter. Daarna resten vuurwerk en oliebollen. Dan wordt het moeilijk.

We ruimen de rode vuurwerkkledders - bestaat er iets meer triests dan die rotzooi op 1 januari? - van het gras en de straten en bezitten onze ziel in lijdzaamheid. De feesten zijn op en carnaval lijkt boven de grote rivieren meer op een kleumpartij voor kinderen dan op een feest.
Grijs, grauw, nat en koud en een Elfstedentocht steeds onwaarschijnlijker. Welkom in de Nederlandse winter. Ooit klaagde een Siberiër over het Nederlandse winterweer. Wat was het hier zuur en guur! Thuis kon het vriezen dat het kraakte, maar daar kleedde je je op. Hier werd hij om de haverklap verkouden, wat een rotweer! Hij verlangde naar huis. Wij mochten vroeger niet zeggen dat het 'rotweer' was, want het weer kwam van de Schepper. Ik geloof onverkort in zijn hand in de dingen, maar dan wel óók in het rotweer. Want rotweer is gewoon rotweer. Als het miezert bij een gevoelstemperatuur van min twee voel ik me niet geroepen daar blij mee te zijn.
Ik heb zo mijn remedie om onze winter het hoofd te bieden. 's Winters lees en herlees ik graag detectives uit Scandinavië. Daar hebben ze pas rotweer! Heerlijk! Vergeet die moord, zolang het maar regent, koud en striemend. Het is zo fijn, zo troostend te weten dat er landen zijn waar de winter nog miserabeler is dan hier. Leve Sjöwall en Wahlöö, Mankell, Adler-Olson en hun collega's!
Adrian Verbree