dinsdag 11 september 2018

Nederlands


Mijn wieg stond in Amerika. Grand Rapids, Michigan. Mijn moedertaal werd uiteindelijk het Nederlands. Hoelang nog? In ‘megastores’ worden mij ‘crazy discounts’ aangeboden, want er is een ‘sale’. Ik krijg niet 10% korting, maar 10% ‘off’. Wil een dame zich een setje elegante onderkleding aanschaffen, dan wordt ze naar de afdeling ‘foundation’ gelokt, maar - hoe verwarrend - als zij zich verantwoord wil opmaken, moet ze ook beginnen met het aanbrengen van de juiste ‘foundation’. Is het de bedoeling dat zij haar hoofd in een bh, sorry een ‘bra,’ steekt? Awkward shoptalk! Of vindt u het juist cool en chill?

Op tv is men niet op zoek naar Nederlanders met een goede stem, maar naar ‘The Voice of Holland.’ Ik geef toe dat wat exotisch klinkt, beter kan ‘bekken’ dan wat je wel echt verstaat. Dat verschijnsel is niet van vandaag. Herinnert u zich nog the spice girl en the backstreet boys? Enorm populair destijds, maar wat zou er van ze zijn geworden als ze hier in de markt waren gezet als respectievelijk de kruidenmeisjes en de jongens uit het steegje? Nee, daar zit geen muziek in.
Ondertussen is het invlechten van allerlei Engelse termen iets om medelijden mee te hebben. Draai het maar eens om. Ik ben even terug in Grands Rapids. John from next-door gives me a call: ‘Adrian, let’s go, there’s a mega uitverkoop at Walmart!’ Maar ik kan niet met hem mee, want mijn vrouw roept: ‘Adrian, dear! Please rits me op! My new jurkje is a little krap’. Ik loop de slaapkamer binnen, ben enthousiast over haar aanwinst en roep: ‘koel, om te rillen!’
Hoe belachelijk wil je jezelf maken? Nog even en we weten niet eens meer wat Nederlands is. Straks roept er ineens iemand ergens: ‘Wie maakt ons Nederlands ‘great again’?’ Als dat geen schrikbeeld is…

Adrian Verbree

woensdag 5 september 2018

Van hij lust ‘em naar een lustrum

Deze week ben ik tien jaar ‘droog’. Al tien jaar geen druppel alcohol gedronken, geen wijnsaus op mijn vlees, geen tiramisu als toetje, niks! Dat vind ik wel een reden om daar even bij stil te staan. Tien jaar geleden kreeg ik de diagnose manisch depressief. Zo’n diagnose komt gemiddeld tien jaar te laat. In díe tien jaar had ik last van allerlei symptomen die ik niet thuis kon brengen maar wel kon onderdrukken met alcohol. Alcohol als oplossing voor een probleem, dat gaat onherroepelijk fout. Ik had in 2008 dus opeens twee uitdagingen: manisch depressief én verslaafd. Om een lang verhaal kort te maken: dat is allemaal dik in orde gekomen. En tot op heden, gebleven.

Ik heb mezelf beloofd geen anti-drank fundamentalist te worden. Da’s gelukt. Maar ik ben en blijf schoolmeester, dus heb ik mijn ervaring wel gedeeld in de vorm van voorlichting, "tot lering ende, vooruit, ook een beetje vermaak".  Zo bood ik ook mijn diensten aan het project ‘Fris over Drank’ van de gemeente Hardenberg aan. Gratis, ik wilde iets terugdoen voor de gemeenschap. Afgewezen. Iets dat gratis is, kan niks zijn, verklaarde mijn buurman, hij is ambtenaar, de reactie van de gemeente. Dus.
Of ik ooit in de verleiding kom? Zeker wel! Ik ben muzikant, dan verkeer je meestal in een omgeving die gemarineerd is in bier. Daar word ik meewarig aangekeken als ik alcohol weiger. Al jaren leg ik niet meer uit waarom. Wil niet zeggen dat ik geen zin heb, zo af en toe.
Tien jaar, en ik kan oprecht zeggen dat ik gelukkig ben; ik ervaar elke dag als een tweede kans die ik met beide handen aanpak. Nog steeds voelt de overwinning als een Olympische Zilveren medaille waarvan ik geniet, die ik regelmatig uit zijn doosje haal en trots oppoets. Zilver, ja. We hebben ook nog een gouden plak. Die is van Erna, mijn vrouw.

Bert

donderdag 30 augustus 2018

Oeps!


Gelijk maar een bekentenis: ik maak me druk om wat anderen van mij vinden. Als leerkracht heb ik een voorbeeldfunctie namelijk. Stel je voor dat ik veel flessen wijn koop en ik kom ouders van school tegen: wat zullen die dan wel niet denken? Daarom kocht ik mijn zwangerschapstesten destijds in Hardenberg: lekker veilig.

Inmiddels ben ik wat ouder en probeer ik om daar iets meer maling aan te hebben. Dat lukt steeds beter! Bijna. Want naast zwangerschapstesten zijn daar bijvoorbeeld ook de condooms die gehaald moeten worden. En terwijl ik dit typ hoor ik u denken: “Huh? Waar heeft zij die dan voor nodig? Zet ze dat zo in de Toren?” En dat is dus precies wat ik bedoel: dat ik invul wat u denkt. Het zit zo: als moeder van jongens waar het testosteron van afspat en naast preken over SOA’s en vroeg vaderschap heb ik zelf verantwoordelijkheid genomen. Ik haal ze en dan laat ik het los. Of ze worden gebruikt wil ik niet eens weten.
De drogist in Dedemsvaart werd het niet, want dan zouden ze denken: “Zou ze een minnaar hebben? Op die leeftijd nog condooms?” Ik kreeg een briljante ingeving. Bij de Jumbo kun je ze ook halen. Gewoon met de zelfscanner en onderin de boodschappentas. Eerst keek ik goed om me heen en toen (alsof het heel normaal is) pakte ik de condooms, scande ze en deed ze bij de rest van de boodschappen in mijn tas. Onderin natuurlijk. Bij de kassa werd ik geholpen door een oud-leerling. En toen gebeurde waar ik niet aan had gedacht… “U bent geselecteerd voor een steekproef”. Koelbloedig bleef ik staan. Natuurlijk scande ze ook de boodschappen helemaal onderin de tas. Even zo koelbloedig scande ze de condooms. Ze kreeg een kleur en zei er keurig niets van. “Goedgekeurd hoor”, was het vonnis. Ik was nog nooit zo snel de Jumbo uit! Thuis pakte ik de boodschappen uit en scrolde op mijn mobiel. Daar tussen de Facebookberichten door verscheen een advertentie van Bol.com. Waar ze ook drogisterijartikelen verkopen. Online en lekker anoniem. Welkom in de digitale wereld. Waar je dingen kunt bestellen die niemand hoeft te zien. Wat een domme actie. Vind ik zelf dan hé, dan hoeft u dat niet voor mij in te vullen…

Karin van Dijk

woensdag 22 augustus 2018

Nietig

Een bijzonder woord dat op verschillende manieren kan worden uitgelegd. In de rechtspraak kan iets nietig verklaard worden, maar ook een mier wordt als een nietig dier gezien.

Als mens kun je je ook nietig voelen en dat laatste is mij de afgelopen zomer een aantal keren overkomen. De eerste keer dat ik dit ervoer was toen ik aan de rand van de Grand Canyon stond. Ik had er al zo vaak foto’s en filmbeelden over gezien maar in het echie was het zo groots dat ik me echt nietig voelde. Zo ook de invloed van het klimaat op ons, we zuchtten bijna allemaal onder de warmte en de geel kleurende weilanden en bermen waren on-Nederlands. Maar na een aantal buien kleurt het achter ons huis alweer helemaal groen. De kracht van de natuur waar niet tegen te sproeien is.
Tijdens de Indiëherdenking ervoer ik ook de nietigheid. De confrontatie met de ontberingen van de kampslachtoffers en zes jonge mannen uit Hardenberg die we herdachten bij ons Indiëmonument aan de Vecht. Mannen die indertijd de leeftijd van mijn kinderen hadden, tijdens hun jeugd woonden ze in een land in oorlog en vlak daarna moesten ze naar Indonesië, een vreemde onbekende bestemming om hun leven te laten voor het behoud van een kolonie. Het prachtige Indonesië waar ik rondgereisd heb, lieve verdraagzame mensen heb leren kennen en waar de natuur zo groots is. Ook nu weer op Lombok in twee weken tijd drie aardbevingen met veel slachtoffers. De immense natuurkrachten, daarbij vergeleken zijn mensen maar nietig.
Mevrouw Hoving, die zelf de ontberingen in het jappenkamp moest meemaken, droeg op de Indiëherdenking een indrukwekkend gedicht voor, een prachtig voorbeeld voor mij hoe de nietige mens soms ook tot grote dingen in staat is. “Tijd is te traag voor hen die wachten. Tijd is te snel voor hen die vrezen. Tijd is te lang voor hen die rouwen. Tijd is te kort voor hen die genieten. Maar voor hen die liefhebben is tijd eeuwigheid”. Om zo te kunnen denken ben je verre van nietig, maar groots.

Henk Leemhuis

woensdag 15 augustus 2018

Druk joh!


Wat hebben we een buitengewone periode gehad de afgelopen maanden. De zon scheen zoals ik hem niet vaak heb gezien, en we gedroegen ons als ware Zuid-Europeanen. Blote benen, slippers, en vooral niet te hard werken, want een zonnesteek lag soms dagelijks op de loer. Ik vond het heerlijk! En nog steeds. Want ondanks het wat meer wisselvallig weertype, vind ik het een prima zomer. Opslurpen die vitamine D!

En de warmte zette ons, waar dat kon, ook even wat vaker stil. Want als je niet af en toe een extra pauze nam om flink wat water naar binnen te gieten, dan hield het al gauw op. En ik moet zeggen dat ik dat een welkome verademing vond. Even niet zo druk en wat minder gehaast de dagen door. Het lijkt namelijk wel mode op het moment, druk zijn. Vraag je iemand hoe het gaat? Krijg je bijna standaard als antwoord; ‘Goed, druk joh!’

En ‘niet druk’ zijn lijkt ook wel minder geaccepteerd. Een tijdje terug vroeg iemand me hoe het ging en ik antwoordde; ‘Goed, iets minder druk’. Het antwoord klonk; ‘Oh?’ Gevolgd door een korte maar zeer ongemakkelijke stilte waarop ik mezelf stotterend iets hoorde zeggen als dat we heus wel genoeg te doen hebben.

Maar waarom mogen we van ons zelf niet eens wat minder druk zijn? Waarom moeten we, als de agenda wat leger is, de dagen volproppen met nieuwe afspraken als borrels, extra sportavonden (die herken ik zelf overigens niet), of een vergadering? En waarom gaan we, als het vakantie is, binnen een dag als de sodemieter richting Frankrijk waardoor we zelfs dan nog met het zweet op onze rug ‘druk druk druk’ bezig zijn? Ik hoop dat het een kortstondige modegrill is, maar ik ben bang van niet. Het is tenslotte niet nieuw, en het lijkt er te zijn ingesleten.

En dus geniet ik de komende twee weken nog maar van alle tijd die ik heb om niets te doen. En terwijl Babet de druiven van de rank eet die door de warmte rijkelijk is gaan groeien, lig ik met mijn blote benen in de zon of onder een paar spetters regen, boekjes te lezen. Druk? Nee, gelukkig niet zeg.

Anja

woensdag 8 augustus 2018

Uitverkoop

En toen was het zover: 29 juli 2018, Hardenbergs eerste koopzondag. Zo te horen was het een succes en dat gun ik de voorstanders. Toeristen vertekenden het beeld, hoe pakt zoiets op 3 februari uit? Persoonlijk heb ik niet aan het succes bijgedragen. Geen tijd. Ik had het veel te druk met rusten.

Vrees niet, ik roep geen moord en brand, hef geen domineesvinger. Mijn politieke stem zal ik ‘tegen’ uitbrengen, maar als die democratisch wordt overstemd, accepteer ik dat. Vrees geen aanslagen. Waar christenen een minderheid gaan vormen in onze samenleving, moeten ze niet eisen - wensen mag altijd - dat christelijke verworvenheden te allen tijde blijven bestaan. Christenen in islamitische landen kennen ook geen zondagsrust. Natuurlijk betreur ik het dat velen geen kerk meer van binnen zien en denken dat Jezus iemand uit een musical is. Weet je wat je mist? Wat die zondagsrust betreft, wedden dat deze proefzondagen het begin van het einde markeren? Ik weet het, je kunt ook op dinsdag of donderdag rusten, maar als we samen versnipperd rusten, blijft het resultaat drukte. We klagen dat onze maatschappij geen rust kent. Tja, de maatschappij dat ben jij.
Met wie ik te doen heb zijn de winkeliers van morgen. Niet de grootgrutters. Die trekken - als ze willen meedoen - gewoon een blik personeel open, knutselen een rooster in elkaar en: draaien maar. Maar de kleine zelfstandige van morgen. Nu mógen ze, straks móeten ze. Om mee te kunnen komen. Terwijl ze nu al meer uren draaien dan de gemiddelde Nederlander, ze op zaterdag niet vrij zijn zoals jij, ze allang geen stille dinsdagmiddag meer kennen, ze hun eigen blik personeel zijn. Hun rust gaat in de uitverkoop. Wanneer mag hij of zij ademhalen? Gun ‘a Lidl rust’ aan de kleine man.

Adrian Verbree

woensdag 1 augustus 2018

Bruts


Mijn vader had in geval van standaardsituaties diverse standaarduitspraken paraat. Werd er bijzonder slecht gevoetbald op tv dan was het: ”zunde van ’t gras dat de speulers erop liep’n”. Maakte ik zijn flesje bier open: “Breek mie d’’r gain glas of!’ En was het bijzonder warm weer dan: “Kinst d’r wel bruts (broeds) bie word’n”. Het slaat nergens op, maar hij had de lachers op zijn hand.

En als het dan eens brutsig weer was, dan was er kans dat er bij ons gebarbecued werd. Dat liep volgens een vast patroon. Barbecue was leuk maar er mocht geen journaaluitzending onder sneuvelen. Dus moest de barbecue plaatsvinden tussen 18.15 en 20.00 uur. Als hoofd van het gezin ging mijn vader over het vuur en mijn moeder over het eten. In het rode bakje op de gammele drie poten ging een zak kolen en één (wat kost dat wel niet!) reepje aanmaakblokjes. Dat ging natuurlijk nooit aan. Omdat de hele onderneming een aanslag op zijn geduld was, ging er vervolgens een fles spiritus op. Dat brandde best. Zodra de vlammen onder roosterniveau waren, werd het rooster vol met kippenvleugels gestouwd. Die waren binnen twee minuten verbrand, dus klaar. Haal nog even een biertje, en ‘breek mie d’’r gain glas of!’
Om acht uur zat mijn vader voor het journaal en mijn moeder en ik bij een perfect brandend vuur het zwart van de kippenvleugels te schrapen. Jarenlang heb ik de barbecue geassocieerd met salmonella en Harmen Siezen. Het zijn van die gebeurtenissen waar je je op dat moment aan stoort maar later door het genadige filter van de tijd met een glimlach aan terugdenkt. ‘Uren, dagen, maanden, jaren, vliegen als ‘een schaap door ’t veen’. (Willem Nonkes, Groningen, 1934-1996)

Bert