woensdag 14 november 2018

Phone home


Potverdikke, telefoon vergeten. Net nu! Ik ben op weg naar het ziekenhuis met Erna, mijn vrouw. Ze moet onder het mes. Jongste zoon kreeg vorig jaar dezelfde ingreep en dat werd een lange ochtend wachten. Ik had in die tijd mijn telefoon zinvol kunnen gebruiken: mails beantwoorden, instagrammen, facebook bijwerken, afspraken plannen, mijn financiën overzien en een leuke tweet plaatsen.

Om de tijd te doden ben ik aangewezen op de bladen op de afdeling chirurgie. Vreemd genoeg: alleen maar damesbladen. Als ik de stapel heb doorgewerkt, ben ik volledig op de hoogte van de herrie in de hormoonhuishouding, rimpels repareren en ‘Help, mijn man wordt vrouw. Wat nou?’ en alle mogelijke onderwerpen daartussen. Alle topics rijkelijk geïllustreerd, en wel op zo’n manier dat menig mannenblad naar een onschuldigheidsniveau van de Okki & Jippo gedegradeerd wordt.
Zonder mijn 4,7 inch IPhone-venster worden mijn zintuigen duidelijk meer geprikkeld door de nabije omgeving. Ik hoor de luide stem van de hoofdzuster zodat ik, of ik nou wil of niet, op de hoogte blijf van de status van opname van andere patiënten. Ook zie ik vliegjes dansen voor het raam en een haas aan de overkant van de straat wegschieten. Ja, zonder telefoon overvalt mij een weldadige rust. Raar eigenlijk, dat een apparaat dat pretendeert het leven makkelijker te maken tegelijkertijd zoveel onrust met zich meebrengt. Vooral de “Ik wil het, en ik wil het nu” functie. Onder elke willekeurige sneltoets schuilt een product, een relatie, een aanbieding, een ongekende mogelijkheid.
Het is zover. Ik zwaai mijn lief de operatiezaal in en ga snel naar huis. Naar huis, waar mijn telefoon ligt als een ongeopende, digitale verrassingsdoos met de mail- en appoogst van de afgelopen vier uur.

Bert

woensdag 7 november 2018

Behoefte


Heel apart hoe zoiets werkt. Vorige week dinsdag ook weer: bij de voorstelling van Jochem Meijer in Zwolle. Het was kwart voor acht en de voorstelling begon om acht uur. Toch nog maar snel even naar het toilet. Dat dachten zo’n zesentwintig andere dames ook. Er stond een megarij.

Al snel raakten wij dames in gesprek: hoe het toch kan dat er áltijd te weinig damestoiletten zijn. De heren konden mooi doorstromen. Er ontstond een discussie of we daar dan aan zouden sluiten. Ik houd daarvan. En het is nu ook eenmaal zodat wij het niet altijd makkelijk hebben, plasgewijs dan.
Tijdens lange autoritten bijvoorbeeld stappen al mijn mannen bij een parkeerplaats gerust even uit en komen fris en uitgeplast uit de bosjes terug. Terwijl ik dan naar het openbare en duistere hokje moet en boven de toiletzitting hang om maar niets aan te hoeven raken. En dat mijn tas met zakdoekjes nog in de auto ligt. Al ga ik trouwens alleen uit pure noodzaak naar dat soort toiletten hoor. Vaak zoeken we er één bij een tankstation. Als u ook in het buitenland naar dat soort toiletten gaat weet u vast welke ik bedoel: die met die bonnetjes. Dat je dan 70 cent moet betalen, en je door een poortje kunt  en een tegoedbon krijgt van 50 cent. Die je dan weer in kunt leveren als je iets koopt. Wij bewaren die heel goed. Op verschillende plaatsen en portemonnees: wij zijn niet zo goed in vaste plekken. En komen we dan ergens waar we ze in kunnen leveren dan denken we daar pas aan ná het betalen. Waardoor we vervolgens het hele jaar rondlopen met die bonnetjes tot we weer naar het buitenland gaan. U begrijpt de vicieuze cirkel vast al.
Maar goed, de wachtrijen voor de dames wc’s: daar begon ik mee. Gek eigenlijk, dat we het daar niet zo snel over hebben, terwijl we allemaal onze behoeften moeten doen. Ik wilde nog iets schrijven over op vakantie naar de wc gaan, reguliere poeptijden binnen ons gezin en het nachtelijke poepen van onze hond. (Dat gaat nu goed hoor!) Maar ik heb mijn hoeveelheid letters voor deze column alweer bereikt, dus dat bewaar ik voor een andere keer. Als u daar behoefte aan heeft.

Karin van Dijk