woensdag 12 december 2018

Puberzweet


Je moet het maar kunnen. Een lokaal vol zwetende pubers enthousiast krijgen voor saaie leerstof. Ik heb er respect voor! Een kwart van de docenten in het VO is de afgelopen twaalf maanden uitgescholden en bedreigd door leerlingen. Dit bleek uit recent onderzoek onder elfhonderd docenten. Een kwart die dit meemaakt: dat vind ik schrikbarend veel. Hoe was dat toen wij naar het Voortgezet Onderwijs gingen?

Ik ging naar de Jan van Arkel, waar ik een enorm fijne tijd heb gehad. Sommige docenten zijn me bijgebleven omdat ze je begrepen en probeerden aan te sluiten bij waar wij pubers mee bezig waren. Anderen draaiden hun lesje af en hadden minder feeling met ons. En die docenten moesten het weleens ontgelden. Dan nam iemand de afstandsbediening van huis mee en ontregelde de video die de docent wilde laten zien, dat soort grapjes. Maar echt schelden en bedreigen heb ik niet meegemaakt. Wij haalden met vriendinnen ook wel dingen uit en hebben geregeld gespijbeld. Maar we hadden creatieve redenen waarom we niet aanwezig waren en vooral ook waarom onze ouders dat niet mochten weten. Onze opgemaakte onschuldig kijkende ogen hebben ons er doorheen geloodst. Toen we vanaf Havo 4 spijbelbriefjes kregen waren we dan ook gelukkig: je mocht een aantal uren legaal spijbelen en daar leverde je dan een briefje voor in. Dat werd ook niet doorgegeven thuis. Wat dat betreft hebben onze pubers het wel iets lastiger. Want ouders kunnen alles meekrijgen via Magister. Dit programma houdt bij wanneer je kind aan- of afwezig is, of de spullen zijn meegenomen en ook de cijfers staan erin. Blij dat wij dat niet hadden. Wat mij betreft begint vanaf klas 1 het ‘Grote Loslaten.’ Ik denk dat het meer indruk maakt als je op je kop krijgt van een docent of directeur dan van je ouders. Daar ligt misschien ook wel een puntje. Want ouders zien ook op Magister dat hun kind er uit is gestuurd. Daar wordt thuis dan over gepraat en met een beetje pech zijn dat ouders die altijd voor hun kind opkomen, terecht of niet. Pubers weten dat precies, en ik denk dat ze daarom misschien ook wel durven te schelden tegen docenten. Want hun ouders komen ze toch wel redden. Sta dan als docent maar eens stevig in je schoenen. Dus: petje af voor deze beroepsgroep. Fijn dat jullie ze door die lastige tijd loodsen en ze motiveren! Nog even bikkelen en dan is het vakantie. Dan zitten wij ouders met het puberzweet opgescheept.

Karin van Dijk

woensdag 5 december 2018

Sinterklaas


Uw columnist trekt elk jaar op deze dag zijn rode toga aan en wordt door een kapper voorzien van pruik en baardstel. Vandaag voor de 34ste keer. Wat een geweldig kinderfeest! Wat een heerlijk eerlijke kinderen die vol enthousiasme van alles vertellen. Piet, die ook al 30 jaar mijn rechterhand is speelt in dit spel ook een geweldige rol. Samen maken we er telkens een spel van wat voor de kinderen erg spannend is, maar ook voor de leerkrachten want Piet en Sint bepalen hoe het spel gespeeld wordt.

Maar de laatste jaren heeft mijn Piet het moeilijk, hij wordt door een handjevol mensen beschuldigd van discriminatie. En niet alleen dat, het wordt ook steeds lastiger om het roet op zijn gezicht te krijgen als hij afdaalt door de schoorsteen. Ik ben wel een voorstander van het laten verdwijnen van vieze schoorstenen. Als ik door de wijk waar ik woon fiets dan stinkt het in deze tijd van het jaar enorm naar brandende allesbranders. Het is gewoon benauwend en dan heb ik gelukkig gezonde longen. Veel van mijn patiënten hebben dat niet en vermijden zelfs het ‘s avonds naar buiten gaan. Vreemd dat het allemaal zomaar kan, geen roetfilter verplicht en alle fijnstof zomaar de lucht in. We maken ons terecht druk om allerlei milieuvervuilende zaken maar als het aankomt op zelf te nemen maatregelen dan knijpen we graag een oogje toe.
Als we nou eens afspreken dat we de kachels schoner laten branden, dan hoeft Piet geen roetvegen op zijn gezicht te maken. Hij kan zich gewoon schminken zoals hij dat al meer dan 100 jaar doet. Gewoon met bruin of zwart uit een potje. Dan kunnen mensen met ademhalingsklachten beter over straat als de kachels branden. Sint en Piet blijven de kindervrienden die ze altijd al waren en we maken er met en naast elkaar een gezellige pakjesavond van.

Henk Leemhuis

woensdag 28 november 2018

“Legwezen!”


“Afscheid nemen bestaat niet”, zingt Marco Borsato al jaren. In zeker zin klopt dat natuurlijk, maar vandaag ga ik het toch doen. Dit is namelijk mijn laatste column in de Toren. Dat vind ik erg jammer, maar de tijd in combinatie met mijn vele uiteenlopende bezigheden dwongen me tot het maken van keuzes. Ik blijf schrijven, maar helaas niet meer hier.

Ik vond het wel erg leuk! Ik heb genoten van jullie reacties, en vond het een uitdaging om steeds weer wat nieuws te verzinnen. Ik schrijf best veel, maar nooit met een deadline. Dit laatste bleek niet altijd even makkelijk, en één keer was ik het stiekem zelfs vergeten. Gelukkig bracht dit direct de nodige inspiratie waardoor ik alsnog, last minute, de column kon inleveren.
Favoriet onder de lezers waren de columns over mijn kinderen. Vooral de capriolen van mijn dochter deden het goed, bleek uit de reacties op straat. Hier thuis ook moet ik zeggen, want het is een joker! Op het moment zitten we weer in een nieuwe fase, en zijn driftbuien de laatste dagen orde van de dag. Ze gilt ons de oren van het hoofd en zit regelmatig voor straf op de trap af te koelen met haar mooie boze ogen. “Hoort er bij” hoor ik je denken, maar over afscheid nemen gesproken, tegen deze fase zeg ik heel graag “Doei”. Wat dan wel weer grappig is, is dat ze haar vader en grote broer ook met regelmaat om het minste of geringste naar de gang stuurt. Uiteraard mét wiebelend vingertje en een bazig “Legwezen!”. Het blijft een fantastisch kind…

Dit was hem dus! Bedankt allemaal voor het lezen en we komen elkaar vast nog wel eens tegen. Op straat, in de Toren of ergens tijdens één van mijn optredens in Hardenberg. Ik heb genoten, en zal dat blijven doen van mijn collega-schrijvers. En, zoals Marco ook wel eens zingt, “Ik zou het zo weer overdoen”.

Anja

woensdag 21 november 2018

Medelijden


Wanneer mensen alles hebben is merkwaardig gedrag nooit ver weg. Toen het Romeinse rijk floreerde, kon men tot twaalf uur durende bras- en slemppartijen houden waarbij een volle maag geen reden was te stoppen met innemen. Een in de keel gestoken veer diende om het genotene weer naar buiten te werken en plaats te maken voor meer. De filosoof Seneca schreef: ‘wanneer we eten tijdens een banket, is er een slaaf om het kots van de vloer op te vegen’ (als u niet zo thuis bent in de klassieken, zie Asterix en de Helvetiërs, pagina 7). Rare, nare jongens die Romeinen. Ja. Maar waanzin is tijdloos. In 2014 werd in Parijs een met bladgoud bedekte Lamborghini gespot. Hoe sneu kun je zijn?

Hardenbergers zie ik het zo bont niet maken, maar in ander opzicht kun je ook aan ons gedrag zien dat wij het gewoon te goed hebben en van gekkigheid niet weten wat we moeten bedenken om toch maar weer iets nieuws te hebben. Wanneer je vroeger een gat in je broek had, werd dat betreurd en gerepareerd of je kon je broek afschrijven. Tegenwoordig lopen we er graag bij als zwervers. Splinternieuwe broeken worden (door verbijsterde arbeiders in Bangladesh?) vakkundig van scheuren en zwakke plekken voorzien. Een kapotte broek is hier helemaal af. Wat… een must! Onbeschadigde jeans, daar wil je nog niet dood in worden gevonden, dat is zó vorige eeuw. Nee, doe maar een paar fijne scheuren bij de knieën en op de bovenbenen. Kost wat meer, zo’n rijke-armenbroek, maar we trekken graag de portemonnee voor onze bedelaarsuitstraling. En we zijn arm door weer en wind; de winter nadert, maar nog steeds zie je in Hardenberg alom knokige knieën door de spleetjes in hun benenboerka gluren. Heb medelijden met ons.

Adrian Verbree

woensdag 14 november 2018

Phone home


Potverdikke, telefoon vergeten. Net nu! Ik ben op weg naar het ziekenhuis met Erna, mijn vrouw. Ze moet onder het mes. Jongste zoon kreeg vorig jaar dezelfde ingreep en dat werd een lange ochtend wachten. Ik had in die tijd mijn telefoon zinvol kunnen gebruiken: mails beantwoorden, instagrammen, facebook bijwerken, afspraken plannen, mijn financiën overzien en een leuke tweet plaatsen.

Om de tijd te doden ben ik aangewezen op de bladen op de afdeling chirurgie. Vreemd genoeg: alleen maar damesbladen. Als ik de stapel heb doorgewerkt, ben ik volledig op de hoogte van de herrie in de hormoonhuishouding, rimpels repareren en ‘Help, mijn man wordt vrouw. Wat nou?’ en alle mogelijke onderwerpen daartussen. Alle topics rijkelijk geïllustreerd, en wel op zo’n manier dat menig mannenblad naar een onschuldigheidsniveau van de Okki & Jippo gedegradeerd wordt.
Zonder mijn 4,7 inch IPhone-venster worden mijn zintuigen duidelijk meer geprikkeld door de nabije omgeving. Ik hoor de luide stem van de hoofdzuster zodat ik, of ik nou wil of niet, op de hoogte blijf van de status van opname van andere patiënten. Ook zie ik vliegjes dansen voor het raam en een haas aan de overkant van de straat wegschieten. Ja, zonder telefoon overvalt mij een weldadige rust. Raar eigenlijk, dat een apparaat dat pretendeert het leven makkelijker te maken tegelijkertijd zoveel onrust met zich meebrengt. Vooral de “Ik wil het, en ik wil het nu” functie. Onder elke willekeurige sneltoets schuilt een product, een relatie, een aanbieding, een ongekende mogelijkheid.
Het is zover. Ik zwaai mijn lief de operatiezaal in en ga snel naar huis. Naar huis, waar mijn telefoon ligt als een ongeopende, digitale verrassingsdoos met de mail- en appoogst van de afgelopen vier uur.

Bert

woensdag 7 november 2018

Behoefte


Heel apart hoe zoiets werkt. Vorige week dinsdag ook weer: bij de voorstelling van Jochem Meijer in Zwolle. Het was kwart voor acht en de voorstelling begon om acht uur. Toch nog maar snel even naar het toilet. Dat dachten zo’n zesentwintig andere dames ook. Er stond een megarij.

Al snel raakten wij dames in gesprek: hoe het toch kan dat er áltijd te weinig damestoiletten zijn. De heren konden mooi doorstromen. Er ontstond een discussie of we daar dan aan zouden sluiten. Ik houd daarvan. En het is nu ook eenmaal zodat wij het niet altijd makkelijk hebben, plasgewijs dan.
Tijdens lange autoritten bijvoorbeeld stappen al mijn mannen bij een parkeerplaats gerust even uit en komen fris en uitgeplast uit de bosjes terug. Terwijl ik dan naar het openbare en duistere hokje moet en boven de toiletzitting hang om maar niets aan te hoeven raken. En dat mijn tas met zakdoekjes nog in de auto ligt. Al ga ik trouwens alleen uit pure noodzaak naar dat soort toiletten hoor. Vaak zoeken we er één bij een tankstation. Als u ook in het buitenland naar dat soort toiletten gaat weet u vast welke ik bedoel: die met die bonnetjes. Dat je dan 70 cent moet betalen, en je door een poortje kunt  en een tegoedbon krijgt van 50 cent. Die je dan weer in kunt leveren als je iets koopt. Wij bewaren die heel goed. Op verschillende plaatsen en portemonnees: wij zijn niet zo goed in vaste plekken. En komen we dan ergens waar we ze in kunnen leveren dan denken we daar pas aan ná het betalen. Waardoor we vervolgens het hele jaar rondlopen met die bonnetjes tot we weer naar het buitenland gaan. U begrijpt de vicieuze cirkel vast al.
Maar goed, de wachtrijen voor de dames wc’s: daar begon ik mee. Gek eigenlijk, dat we het daar niet zo snel over hebben, terwijl we allemaal onze behoeften moeten doen. Ik wilde nog iets schrijven over op vakantie naar de wc gaan, reguliere poeptijden binnen ons gezin en het nachtelijke poepen van onze hond. (Dat gaat nu goed hoor!) Maar ik heb mijn hoeveelheid letters voor deze column alweer bereikt, dus dat bewaar ik voor een andere keer. Als u daar behoefte aan heeft.

Karin van Dijk

woensdag 31 oktober 2018

Gelukskunde


Nooit gedacht dat er iemand zou zijn die dit vak zou geven, maar ze bestaat echt; Mirjam Spitholt, docent gelukskunde. Twee weken geleden gaf ze een lezing op het symposium dat wij organiseerden en wat hadden we daar een geluk mee.

Wat heb ik  geluk dat ik in een vrij land mag leven. Dat het mij  gegeven is een mening te hebben, dat ik gezond ben en kan leven zonder beperkingen. Ik realiseer me heel goed dat ik genen heb die er voor zorgen dat het goed met me gaat en dus geluk. Tijdens het hardlopen denk ik vaak hoe geweldig mooi het is een lichaam te hebben dat mij deze mogelijkheden geeft. Ik ben inmiddels de zestig gepasseerd en werk, loop, fiets en zwem als ik dat wil. Maar in mijn dagelijkse werk zie ik ook gelukkige mensen die niet gezond zijn, die wel beperkingen hebben.
Ik heb van Mirjam veel opgestoken, ze heeft me een spiegel voorgehouden van geluk. Zoals ik al best wist, geluk zit in kleine dingen die in het hier en nu gebeuren. Ik kan geluk niet afdwingen, ik kan wel gelukkig zijn. Ook mijn patiënten kunnen gelukkig zijn en kunnen mij ook laten zien dat geluk er is ondanks dat er beperkingen zijn. Zoals ook nu tijdens het schrijven me er aan herinneren dat het niet zomaar vanzelfsprekend is dat deze column er weer is. Het was vandaag best lastig om de juiste woorden in de juiste volgorde op papier te krijgen. Ik wilde zo graag over gelukskunde schrijven dat ik het niet voor elkaar kreeg om de juiste toon te zetten. Daarom hielp het mij om even bij mijn  schrijven weg te gaan en eerst iets anders te gaan doen. Gewoon wat bladeren in een prachtig fotoboek, voetbal kijken en even niet aan geluk denken en toen was het er zomaar. Ik las een prachtige inleiding in het fotoboek en toen kwam deze zin: Niets in de wereld kan me gelukkig maken, maar alles in de wereld kan me eraan herinneren dat ik liefde en geluk heb. Geluk is iets wat ik meebreng. Dus in feite kan ik stoppen met zoeken en kiezen om gelukkig te zijn. Dat geldt ook voor alle mensen om mij heen, zowel mijn geliefden als mijn patiënten met hun beperkingen, wat een geluk.

Henk Leemhuis

woensdag 24 oktober 2018

Vleeseter


Vleeseter



We eten al een tijdje wat bewuster mijn man en ik. Zo komt er geen plofkip meer in huis en is het gehakt in de volkoren spaghetti biologisch. Af en toe eten we zelfs vegetarisch vlees, hoewel ik daar persoonlijk nog wat aan moet wennen als echte Bourgondiër. Ik denk dat ik sinds mijn vroege jeugd elke dag vlees of vis heb gegeten, met hier en daar een kleine uitzondering. Mijn man daarentegen houdt niet zo van vlees, en al helemaal niet van vlees kluiven, en samen zoeken we een nieuwe manier van vleeseten. Nog niet altijd met positief resultaat, want de biologische rookworst van gisteravond was ronduit smerig.

Iedereen begrijpt onderhand wel dat we de aarde aan het opgebruiken zijn. We voelen de aarde warmer worden en inmiddels kennen we de lijst met duurzame tips en trucs uit ons hoofd. In die zin lijkt extra inzicht niet nodig, maar toch is het blijkbaar lastig om er ook daadwerkelijk dagelijks bewust van te zijn.

Economische beslissingen die ten koste gaan van de natuur zijn snel gemaakt. Zo ging onze wasmachine twee weken geleden stuk. En met het oog op dat één á twee reparaties soms net zoveel kosten als een nieuwe, hebben we gekozen voor een vervangend exemplaar, en daarmee voor onze portemonnee. Voor het klimaat is dit natuurlijk rampzalig, en op langere termijn ook voor onszelf. En dáár ligt gelijk het probleem, het is ‘een ver van mijn bed show’.

Vorige week was ik bij een lezing over duurzaamheid. De spreker gaf mij een nieuw inzicht. Namelijk dat we als we vanuit geluk gaan denken in plaats van geld, we automatisch andere keuzes zullen maken. En dan niet alleen vanuit ons eigen geluk, maar ook het geluk van andere wereldgenoten. Een voorbeeld: Is biologisch vlees te duur? Wel soms als het om geld gaat, maar nooit als het gaat om het welzijn van dieren.

Ik vind het persoonlijk een mooie en wellicht werkbare insteek. Moeten ze alleen nog wel betere biologische rookworsten gaan maken…


woensdag 17 oktober 2018

Visdiefje en visdieven

Onlangs beschreef een buurman een vogel die hij niet wist thuis te brengen. Het bleek een visdiefje. Die zie je hier wel vaker boven de vijver. Het deed me denken aan lompere vogels.

Hardenberg heeft een mooie hengelsportzaak. Ik kom er met plezier. Anderen ook. Maar af en toe vliegen er vreemde vogels binnen. Rick, de eigenaar, vertelt. Een klant komt binnen met een hengeldeel uit het jaar nul. ‘Zijn hier nog delen bij te leveren?’ klinkt het. Nee dus, maar dat had zijn grootmoeder hem ook kunnen vertellen. ‘Oh, jammer. Ik kijk nog even rond.’ Kijken staat vrij. Als meneer is uitgekeken, wordt hij bij de uitgang staande gehouden. Wat blijkt: het antieke, holle hengeldeel zit ineens vol kleinmateriaal. ‘Bijvangst’ heet zoiets waarschijnlijk. Andere dag, andere klant. Deze informeert naar een foedraal. Als hij is voorgelicht, moet hij er nog een nachtje over slapen. De volgende dag is hij terug. Hij heeft blijkbaar een verkwikkende en stimulerende slaap genoten, want hij komt met het bewuste foedraal bij de kassa. ‘Het moest maar doorgaan!’, klinkt het joviaal. Als het foedraal - onverwacht - nog even wordt opengeritst, blijkt ook in dit artikel een vergadering van dobbers, lijnen, haken, peillood en druppellood aan de gang... Regelmatig verdwijnt er materiaal uit de rekken. Bijvoorbeeld toprubber uit het hogere segment. Dan weet je meteen: dat zijn geen kinderen. Het zijn volwassen kerels met een hobby. Leuk zo’n hobby: ha, beet op m’n gestolen haak, m’n gejatte onderlijn en m’n gratis elastiek!
Dit is de buit van vijf minuten luisteren naar één winkelier. Wat weten anderen te vertellen? Ik heb een advies voor ze: als je een ‘visdief’ ziet bewegen, even laten doorbijten en dan hard, heel hard aanslaan. Goede vangst!

Adrian Verbree

woensdag 10 oktober 2018

Roze overall


“Een slimme meid is op haar toekomst voorbereid.” Het was dé slogan van 1989 die vrouwen moest stimuleren economisch onafhankelijk te worden. Anno nu doet Yvon Jaspers dat door een megadeal te sluiten met een veevoerfabrikant. Chapeau, Yvon! Het bedrag dat met de deal gepaard gaat, wordt niet vermeld. Dat zou on-Nederlands zijn, maar ik betwijfel of er veel voetballers in de eredivisie hun schoenen ervoor strikken. Boer Zoekt Vrouw: ik ben fan!!

Ik val meteen met de baanderdeur in huis: valt het jullie ook op dat de mannelijke boeren altijd op zoek zijn naar een vrouw die lief en spontaan is? En hoe ze er uitziet, dat maakt niet zoveel uit. Om te beginnen bij dat laatste: ik geloof er niks van. Een beroepsgroep die bij uitstek visueel waarneemt hoe zijn velden erbij staan en zijn veestapel rondloopt zal een onuitwisbare eerste indruk opdoen bij de speeddates. Als daar een schepsel komt aanzetten, dat ruw door onze schepper op vrijdagmiddag in elkaar is getimmerd met de overgebleven onderdelen van die week, zal dat vast niet worden gekwalificeerd tot huwelijksmateriaal.
En wat is lief en spontaan? Die begrippen kun je heel verschillend invullen.
Yvon Jaspers: “Vrouw, vertel eens, wat is lief en spontaan?”
Vrouw: “Nou, dat ik Boer zo af en toe eens een fijne knuffel geef.”
Yvon Jaspers: “Aaaah, lief!”
Yvon Jaspers: “Boer, vertel eens, wat is lief en spontaan?”
Boer: “Dat zij elke dag mijn ondergoed klaarlegt.”
Yvon Jaspers: ”Dus…”

Maar na de aflevering van afgelopen zondag begrijp ik het. Liefde is een roze overall, je trekt hem aan en stroopt de mouwen op. Liefde is geen zelfstandig naamwoord maar een werkwoord! En voor wie het wil zien: er is roze overal…

Bert

woensdag 3 oktober 2018

Oei ik groei!


Het komt allemaal weer terug:  die onzekerheid over het slaapritme, de hoeveelheid voedingen en welke regels we willen stellen. Destijds had ik het boekje ‘Oei ik groei’ gekocht, dat leek me wel handig. Na twee weken heb ik het onderin een kast gemikt. Die van mij hadden andere sprongetjes dan ze zouden moeten hebben. Hadden wij weer…

Ik volgde mijn intuïtie en deed wat goed voelde. Maar dit is anders: we hebben dringend behoefte aan een kraamhulp. Eentje die je precies zegt wat je moet doen, je een schouderklopje geeft als je er even doorheen zit en fruithapjes maakt om aan te sterken vanwege het slaaptekort. Dat hebben we namelijk sinds drie weken. Elke ochtend staan mijn man en ik samen om 6 uur op. Ik trek gelijk een oude broek aan en prop mijn mooie satijnen nachthemdje erin. Dat hapt anders zo fijn namelijk. We zijn vol verwachting of het ‘s nachts goed gegaan is. Wat tot nu toe ‘al’ twee keer gelukt is.. Als het licht aangaat kijken twee bruine oogjes ons heel blij aan. Een kwispelend staartje laat zien dat ie wakker is. Helaas zit de bench en Benno elke keer weer onder de poep, dus krijgt hij eten en moet dan onder de douche. Schijnbaar horen honden dit niet in hun bench te doen. Hebben wij weer: andere sprongetjes dan gemiddeld. De tips vliegen ons om de oren. Maar we doen het met liefde. Want het komt vast goed. Hij krijgt enorm veel liefde en aandacht van alle mannen hier in huis. Dat er een hond zou komen had niemand ooit verwacht. Dat lag aan mij. Soms moet je een uitdaging aangaan. En dat heb ik gedaan. Ik vind het hartstikke spannend en voel me weer als een beginnende moeder. Hoe kan het toch dat ik een groep 8 van 33 kinderen zo stil krijg en hier zo onzeker over ben? Alle puppyinformatie slurp ik op en ga ook naar cursus natuurlijk. Ik heb zelfs serieus gegoogeld of er een ‘Oei ik groei voor puppies ‘ is. Die is er niet. Maakt ook niet uit: Benno maakt toch andere sprongetjes. Ik ook trouwens, mijn angst neemt af en mijn zelfvertrouwen groeit enorm. Ik schrik er zelf bijna van: Oei ik groei!

Karin van Dijk

woensdag 26 september 2018

Verwend

Het is ook nooit goed of het komt altijd op het verkeerde moment. De regen. Ook nu weer, terwijl ik dit schrijf komt het water met bakken uit de hemel, is het straattheaterfestival deels in het water gevallen en werd de thuiswedstrijd van HHC tijdelijk gestaakt vanwege het onweer. Maar wat waren we verwend, een super mooie zomer, tot laat in september nog gewoon overdag en vaak ook ‘s avonds gewoon buiten zonder jas.

Afgelopen donderdag heb ik enorm genoten in het centrum van onze stad Hardenberg waar muzikale talenten hun kunnen durfden te laten zien. Kinderen die gewoon hun repertoire zongen alsof ze dat dagelijks doen en het heerlijke weer maakte het begin van Hardstikke Cultuur tot een groot feest. Maar vrijdag sloeg het weer om. Zaterdag hadden we het Kunsten Op Straat festival en de Amateurkunstmarkt, wat nog hoopvol begon maar eindigde met een hoosbui. Maar wat zijn we weer verwend, al die Hardenbergers die leven voor cultuur en vanuit hun kraam hun kunnen met ons deelden. Van tekenen, haken, drummen tot tai-chi. En nu maar hopen dat veel mensen lessen gaan volgen bij de aanbieders want er is vast nog veel meer talent in Hardenberg. Wat zijn we verwend met bijzondere artiesten op straat die op hun eigen wijze kunst maken. Prachtig vind ik het hoe het publiek daarop reageert, van wegdraaiende hoofden die het maar belachelijk vinden tot schaterlachende mensen die genieten van de kolder. Wat zijn we verwend dat we leven in een land waar dit allemaal kan en mag. ‘s Avonds in de Voorveghter heb ik genoten van de preview van het theaterseizoen en het prachtige programma wat we mogen verwachten. Voor elk wat wils, wat zijn we verwend in Hardenberg met een theater.
De koning zei het ook in de troonrede, bouwen aan een hechte samenleving gaat iedereen in ons land aan. We hebben het afgelopen weekend in Hardenberg laten zien. Gewoon doen. Zelfs het weer kan dan geen spelbreker zijn.

Henk Leemhuis

woensdag 19 september 2018

Hart voor cultuur


Ik heb een nieuwe baan! Bij Cultuurkoepel Vechtdal. Twee weken geleden ben ik begonnen en ik voel me al aardig op mijn plek. Het is een fijn team en deze functie lijkt me te passen als een handschoen. Als zangeres en met mijn kunstacademie achtergrond heb ik altijd al een warm hart gehad voor cultuur, en deze baan versterkt dit alleen maar.

Cultuur is belangrijk. Van vroeger uit betekent het woord cultuur iets als ‘scheppen’ of ‘vormen’. Al zo lang de mensheid bestaat is zij, naast overleven, bezig met creëren. Cultuur is belangrijk voor mensen, maar zelfs ook noodzakelijk. Creativiteit is essentieel voor geestelijke en economische groei, en daarnaast kunnen mensen en volken zich met hun cultuur identificeren.

Kinderen worden helaas steeds minder geprikkeld door cultuur. Op scholen zijn er vaak te weinig mogelijkheden, thuis hebben ouders minder tijd, en de nieuwe media zorgt er voor dat we dagelijks meer consumeren dan produceren. Het gevolg is dat kinderen tegenwoordig beduidend minder creatief zijn, en dat kan zich later gaan uiten in problemen als weinig vindingrijkheid of slecht ruimtelijk inzicht. De rechter hersenhelft krijgt te weinig aandacht, en dat vind ik zorgelijk.

Maar nu ik dagelijks nog meer met kunst en cultuur bezig ben, zie ik ook hoeveel mensen er zijn die het hart voor cultuur met mij delen. Mensen die zich ook hard willen maken voor creativiteit, en die anderen willen leren over muziek, dans of beeldende kunst. En we moeten niet vergeten dat de nieuwe media ons ook mooie mogelijkheden biedt, zoals vloggen, animatie filmpjes maken of 3D printen.

Cultuur brengt zoveel aan jong en oud, of het nu de nieuwe technieken zijn of de eeuwenoude. En het allermooiste van cultuur is toch wel de saamhorigheid. Want wat is er nou mooier dan samen met vrienden of familie genieten van een heerlijk stuk muziek of cabaret. Cultuur verbindt, en dat moet worden gestimuleerd. Aan mij zal het niet liggen!

Anja

dinsdag 11 september 2018

Nederlands


Mijn wieg stond in Amerika. Grand Rapids, Michigan. Mijn moedertaal werd uiteindelijk het Nederlands. Hoelang nog? In ‘megastores’ worden mij ‘crazy discounts’ aangeboden, want er is een ‘sale’. Ik krijg niet 10% korting, maar 10% ‘off’. Wil een dame zich een setje elegante onderkleding aanschaffen, dan wordt ze naar de afdeling ‘foundation’ gelokt, maar - hoe verwarrend - als zij zich verantwoord wil opmaken, moet ze ook beginnen met het aanbrengen van de juiste ‘foundation’. Is het de bedoeling dat zij haar hoofd in een bh, sorry een ‘bra,’ steekt? Awkward shoptalk! Of vindt u het juist cool en chill?

Op tv is men niet op zoek naar Nederlanders met een goede stem, maar naar ‘The Voice of Holland.’ Ik geef toe dat wat exotisch klinkt, beter kan ‘bekken’ dan wat je wel echt verstaat. Dat verschijnsel is niet van vandaag. Herinnert u zich nog the spice girl en the backstreet boys? Enorm populair destijds, maar wat zou er van ze zijn geworden als ze hier in de markt waren gezet als respectievelijk de kruidenmeisjes en de jongens uit het steegje? Nee, daar zit geen muziek in.
Ondertussen is het invlechten van allerlei Engelse termen iets om medelijden mee te hebben. Draai het maar eens om. Ik ben even terug in Grands Rapids. John from next-door gives me a call: ‘Adrian, let’s go, there’s a mega uitverkoop at Walmart!’ Maar ik kan niet met hem mee, want mijn vrouw roept: ‘Adrian, dear! Please rits me op! My new jurkje is a little krap’. Ik loop de slaapkamer binnen, ben enthousiast over haar aanwinst en roep: ‘koel, om te rillen!’
Hoe belachelijk wil je jezelf maken? Nog even en we weten niet eens meer wat Nederlands is. Straks roept er ineens iemand ergens: ‘Wie maakt ons Nederlands ‘great again’?’ Als dat geen schrikbeeld is…

Adrian Verbree

woensdag 5 september 2018

Van hij lust ‘em naar een lustrum

Deze week ben ik tien jaar ‘droog’. Al tien jaar geen druppel alcohol gedronken, geen wijnsaus op mijn vlees, geen tiramisu als toetje, niks! Dat vind ik wel een reden om daar even bij stil te staan. Tien jaar geleden kreeg ik de diagnose manisch depressief. Zo’n diagnose komt gemiddeld tien jaar te laat. In díe tien jaar had ik last van allerlei symptomen die ik niet thuis kon brengen maar wel kon onderdrukken met alcohol. Alcohol als oplossing voor een probleem, dat gaat onherroepelijk fout. Ik had in 2008 dus opeens twee uitdagingen: manisch depressief én verslaafd. Om een lang verhaal kort te maken: dat is allemaal dik in orde gekomen. En tot op heden, gebleven.

Ik heb mezelf beloofd geen anti-drank fundamentalist te worden. Da’s gelukt. Maar ik ben en blijf schoolmeester, dus heb ik mijn ervaring wel gedeeld in de vorm van voorlichting, "tot lering ende, vooruit, ook een beetje vermaak".  Zo bood ik ook mijn diensten aan het project ‘Fris over Drank’ van de gemeente Hardenberg aan. Gratis, ik wilde iets terugdoen voor de gemeenschap. Afgewezen. Iets dat gratis is, kan niks zijn, verklaarde mijn buurman, hij is ambtenaar, de reactie van de gemeente. Dus.
Of ik ooit in de verleiding kom? Zeker wel! Ik ben muzikant, dan verkeer je meestal in een omgeving die gemarineerd is in bier. Daar word ik meewarig aangekeken als ik alcohol weiger. Al jaren leg ik niet meer uit waarom. Wil niet zeggen dat ik geen zin heb, zo af en toe.
Tien jaar, en ik kan oprecht zeggen dat ik gelukkig ben; ik ervaar elke dag als een tweede kans die ik met beide handen aanpak. Nog steeds voelt de overwinning als een Olympische Zilveren medaille waarvan ik geniet, die ik regelmatig uit zijn doosje haal en trots oppoets. Zilver, ja. We hebben ook nog een gouden plak. Die is van Erna, mijn vrouw.

Bert

donderdag 30 augustus 2018

Oeps!


Gelijk maar een bekentenis: ik maak me druk om wat anderen van mij vinden. Als leerkracht heb ik een voorbeeldfunctie namelijk. Stel je voor dat ik veel flessen wijn koop en ik kom ouders van school tegen: wat zullen die dan wel niet denken? Daarom kocht ik mijn zwangerschapstesten destijds in Hardenberg: lekker veilig.

Inmiddels ben ik wat ouder en probeer ik om daar iets meer maling aan te hebben. Dat lukt steeds beter! Bijna. Want naast zwangerschapstesten zijn daar bijvoorbeeld ook de condooms die gehaald moeten worden. En terwijl ik dit typ hoor ik u denken: “Huh? Waar heeft zij die dan voor nodig? Zet ze dat zo in de Toren?” En dat is dus precies wat ik bedoel: dat ik invul wat u denkt. Het zit zo: als moeder van jongens waar het testosteron van afspat en naast preken over SOA’s en vroeg vaderschap heb ik zelf verantwoordelijkheid genomen. Ik haal ze en dan laat ik het los. Of ze worden gebruikt wil ik niet eens weten.
De drogist in Dedemsvaart werd het niet, want dan zouden ze denken: “Zou ze een minnaar hebben? Op die leeftijd nog condooms?” Ik kreeg een briljante ingeving. Bij de Jumbo kun je ze ook halen. Gewoon met de zelfscanner en onderin de boodschappentas. Eerst keek ik goed om me heen en toen (alsof het heel normaal is) pakte ik de condooms, scande ze en deed ze bij de rest van de boodschappen in mijn tas. Onderin natuurlijk. Bij de kassa werd ik geholpen door een oud-leerling. En toen gebeurde waar ik niet aan had gedacht… “U bent geselecteerd voor een steekproef”. Koelbloedig bleef ik staan. Natuurlijk scande ze ook de boodschappen helemaal onderin de tas. Even zo koelbloedig scande ze de condooms. Ze kreeg een kleur en zei er keurig niets van. “Goedgekeurd hoor”, was het vonnis. Ik was nog nooit zo snel de Jumbo uit! Thuis pakte ik de boodschappen uit en scrolde op mijn mobiel. Daar tussen de Facebookberichten door verscheen een advertentie van Bol.com. Waar ze ook drogisterijartikelen verkopen. Online en lekker anoniem. Welkom in de digitale wereld. Waar je dingen kunt bestellen die niemand hoeft te zien. Wat een domme actie. Vind ik zelf dan hé, dan hoeft u dat niet voor mij in te vullen…

Karin van Dijk

woensdag 22 augustus 2018

Nietig

Een bijzonder woord dat op verschillende manieren kan worden uitgelegd. In de rechtspraak kan iets nietig verklaard worden, maar ook een mier wordt als een nietig dier gezien.

Als mens kun je je ook nietig voelen en dat laatste is mij de afgelopen zomer een aantal keren overkomen. De eerste keer dat ik dit ervoer was toen ik aan de rand van de Grand Canyon stond. Ik had er al zo vaak foto’s en filmbeelden over gezien maar in het echie was het zo groots dat ik me echt nietig voelde. Zo ook de invloed van het klimaat op ons, we zuchtten bijna allemaal onder de warmte en de geel kleurende weilanden en bermen waren on-Nederlands. Maar na een aantal buien kleurt het achter ons huis alweer helemaal groen. De kracht van de natuur waar niet tegen te sproeien is.
Tijdens de Indiëherdenking ervoer ik ook de nietigheid. De confrontatie met de ontberingen van de kampslachtoffers en zes jonge mannen uit Hardenberg die we herdachten bij ons Indiëmonument aan de Vecht. Mannen die indertijd de leeftijd van mijn kinderen hadden, tijdens hun jeugd woonden ze in een land in oorlog en vlak daarna moesten ze naar Indonesië, een vreemde onbekende bestemming om hun leven te laten voor het behoud van een kolonie. Het prachtige Indonesië waar ik rondgereisd heb, lieve verdraagzame mensen heb leren kennen en waar de natuur zo groots is. Ook nu weer op Lombok in twee weken tijd drie aardbevingen met veel slachtoffers. De immense natuurkrachten, daarbij vergeleken zijn mensen maar nietig.
Mevrouw Hoving, die zelf de ontberingen in het jappenkamp moest meemaken, droeg op de Indiëherdenking een indrukwekkend gedicht voor, een prachtig voorbeeld voor mij hoe de nietige mens soms ook tot grote dingen in staat is. “Tijd is te traag voor hen die wachten. Tijd is te snel voor hen die vrezen. Tijd is te lang voor hen die rouwen. Tijd is te kort voor hen die genieten. Maar voor hen die liefhebben is tijd eeuwigheid”. Om zo te kunnen denken ben je verre van nietig, maar groots.

Henk Leemhuis

woensdag 15 augustus 2018

Druk joh!


Wat hebben we een buitengewone periode gehad de afgelopen maanden. De zon scheen zoals ik hem niet vaak heb gezien, en we gedroegen ons als ware Zuid-Europeanen. Blote benen, slippers, en vooral niet te hard werken, want een zonnesteek lag soms dagelijks op de loer. Ik vond het heerlijk! En nog steeds. Want ondanks het wat meer wisselvallig weertype, vind ik het een prima zomer. Opslurpen die vitamine D!

En de warmte zette ons, waar dat kon, ook even wat vaker stil. Want als je niet af en toe een extra pauze nam om flink wat water naar binnen te gieten, dan hield het al gauw op. En ik moet zeggen dat ik dat een welkome verademing vond. Even niet zo druk en wat minder gehaast de dagen door. Het lijkt namelijk wel mode op het moment, druk zijn. Vraag je iemand hoe het gaat? Krijg je bijna standaard als antwoord; ‘Goed, druk joh!’

En ‘niet druk’ zijn lijkt ook wel minder geaccepteerd. Een tijdje terug vroeg iemand me hoe het ging en ik antwoordde; ‘Goed, iets minder druk’. Het antwoord klonk; ‘Oh?’ Gevolgd door een korte maar zeer ongemakkelijke stilte waarop ik mezelf stotterend iets hoorde zeggen als dat we heus wel genoeg te doen hebben.

Maar waarom mogen we van ons zelf niet eens wat minder druk zijn? Waarom moeten we, als de agenda wat leger is, de dagen volproppen met nieuwe afspraken als borrels, extra sportavonden (die herken ik zelf overigens niet), of een vergadering? En waarom gaan we, als het vakantie is, binnen een dag als de sodemieter richting Frankrijk waardoor we zelfs dan nog met het zweet op onze rug ‘druk druk druk’ bezig zijn? Ik hoop dat het een kortstondige modegrill is, maar ik ben bang van niet. Het is tenslotte niet nieuw, en het lijkt er te zijn ingesleten.

En dus geniet ik de komende twee weken nog maar van alle tijd die ik heb om niets te doen. En terwijl Babet de druiven van de rank eet die door de warmte rijkelijk is gaan groeien, lig ik met mijn blote benen in de zon of onder een paar spetters regen, boekjes te lezen. Druk? Nee, gelukkig niet zeg.

Anja

woensdag 8 augustus 2018

Uitverkoop

En toen was het zover: 29 juli 2018, Hardenbergs eerste koopzondag. Zo te horen was het een succes en dat gun ik de voorstanders. Toeristen vertekenden het beeld, hoe pakt zoiets op 3 februari uit? Persoonlijk heb ik niet aan het succes bijgedragen. Geen tijd. Ik had het veel te druk met rusten.

Vrees niet, ik roep geen moord en brand, hef geen domineesvinger. Mijn politieke stem zal ik ‘tegen’ uitbrengen, maar als die democratisch wordt overstemd, accepteer ik dat. Vrees geen aanslagen. Waar christenen een minderheid gaan vormen in onze samenleving, moeten ze niet eisen - wensen mag altijd - dat christelijke verworvenheden te allen tijde blijven bestaan. Christenen in islamitische landen kennen ook geen zondagsrust. Natuurlijk betreur ik het dat velen geen kerk meer van binnen zien en denken dat Jezus iemand uit een musical is. Weet je wat je mist? Wat die zondagsrust betreft, wedden dat deze proefzondagen het begin van het einde markeren? Ik weet het, je kunt ook op dinsdag of donderdag rusten, maar als we samen versnipperd rusten, blijft het resultaat drukte. We klagen dat onze maatschappij geen rust kent. Tja, de maatschappij dat ben jij.
Met wie ik te doen heb zijn de winkeliers van morgen. Niet de grootgrutters. Die trekken - als ze willen meedoen - gewoon een blik personeel open, knutselen een rooster in elkaar en: draaien maar. Maar de kleine zelfstandige van morgen. Nu mógen ze, straks móeten ze. Om mee te kunnen komen. Terwijl ze nu al meer uren draaien dan de gemiddelde Nederlander, ze op zaterdag niet vrij zijn zoals jij, ze allang geen stille dinsdagmiddag meer kennen, ze hun eigen blik personeel zijn. Hun rust gaat in de uitverkoop. Wanneer mag hij of zij ademhalen? Gun ‘a Lidl rust’ aan de kleine man.

Adrian Verbree

woensdag 1 augustus 2018

Bruts


Mijn vader had in geval van standaardsituaties diverse standaarduitspraken paraat. Werd er bijzonder slecht gevoetbald op tv dan was het: ”zunde van ’t gras dat de speulers erop liep’n”. Maakte ik zijn flesje bier open: “Breek mie d’’r gain glas of!’ En was het bijzonder warm weer dan: “Kinst d’r wel bruts (broeds) bie word’n”. Het slaat nergens op, maar hij had de lachers op zijn hand.

En als het dan eens brutsig weer was, dan was er kans dat er bij ons gebarbecued werd. Dat liep volgens een vast patroon. Barbecue was leuk maar er mocht geen journaaluitzending onder sneuvelen. Dus moest de barbecue plaatsvinden tussen 18.15 en 20.00 uur. Als hoofd van het gezin ging mijn vader over het vuur en mijn moeder over het eten. In het rode bakje op de gammele drie poten ging een zak kolen en één (wat kost dat wel niet!) reepje aanmaakblokjes. Dat ging natuurlijk nooit aan. Omdat de hele onderneming een aanslag op zijn geduld was, ging er vervolgens een fles spiritus op. Dat brandde best. Zodra de vlammen onder roosterniveau waren, werd het rooster vol met kippenvleugels gestouwd. Die waren binnen twee minuten verbrand, dus klaar. Haal nog even een biertje, en ‘breek mie d’’r gain glas of!’
Om acht uur zat mijn vader voor het journaal en mijn moeder en ik bij een perfect brandend vuur het zwart van de kippenvleugels te schrapen. Jarenlang heb ik de barbecue geassocieerd met salmonella en Harmen Siezen. Het zijn van die gebeurtenissen waar je je op dat moment aan stoort maar later door het genadige filter van de tijd met een glimlach aan terugdenkt. ‘Uren, dagen, maanden, jaren, vliegen als ‘een schaap door ’t veen’. (Willem Nonkes, Groningen, 1934-1996)

Bert

woensdag 25 juli 2018

Vooruit dan maar..


 Na jaren in een gehuurde tent of appartement in warme landen heb ik vorig jaar toegegeven: een avontuurlijke rondreis in een camper door Noorwegen werd het. Een lang gekoesterde wens van mijn man en een van de zonen ging in vervulling. Ik slikte nog een keer en verdiepte me op campersites hoe één en ander werkte. Dat viel nog niet mee. Alles werd tot in de puntjes voorbereid: mijn man had de reis al helemaal uitgestippeld. Met veel proviand gingen we op pad. In onze gehuurde camper was alles voor elkaar. Zelfs elektrische spiegels waren aanwezig! Ik heb lang gezocht waar ik die dan kon vinden, maar dat bleken de buitenspiegels voor de bestuurder te zijn. Ik had nog veel te leren.

Er ging een wereld voor ons open: prachtige natuur, watervallen en hele smalle bergweggetjes. Hierdoor heb ik veel levels gehaald in het Tetris spelletje op mijn mobiel, ik vond het af en toe doodeng. Op de camperplaatsen heerste een gemoedelijke sfeer. Van rechtsdraaiende yogamoeders tot trendy types met high tech campers: iedereen voelde zich er vrij. Op de eerste plek zochten we de wasbakken om af te wassen. Die waren nergens te vinden! Wel stond er een soort heksenhuisje met de deur open. Daar zat een keuken in en ook een aanrechtje. We namen de gok en wasten er vol adrenaline af: stel je voor dat we betrapt werden! Ook dit bleek erbij te horen: een gezamenlijke kook- en afwasplek. We hadden veel regen, de ski jassen konden aan en de pubers gingen steeds de strijd aan om de beperkte Wifi codes. We stookten vuurtjes, deden spelletjes en er werd veel gewandeld.  Voor het eerst in mijn leven droeg ik wandelschoenen en was als een kind zo blij toen ik mijn hakken aan kon toen we naar Bergen gingen. Dat had ik wel als eis gesteld: af en toe een stad bezoeken! Ik kan er nog drie columns mee vullen, maar voor nu moet u het hiermee doen. Dit jaar even geen stoere trip, maar genieten van onze prachtige ruimte in en om ons nieuwe huis. Even lekker uitrusten.

woensdag 18 juli 2018

Vakantiefoto's




In mijn vorige column heb ik geschreven dat ik op vakantie was naar een verre bestemming. Ik ga graag op vakantie en maak ook graag foto’s die ik als dierbare herinnering aan de vakantie bewaar.

In de tijd van de filmrolletjes waren we beperkt in het maken van foto’s. Een rolletje van 36 stuks was het maximum. Als we in ons studentenleven tijdens een vakantie drie rolletjes volmaakten dan was dat een behoorlijke aanslag op ons budget. Zomaar overal foto’s van maken was er niet bij, want het aantal was beperkt. Het was altijd weer spannend om de ontwikkelde foto’s op te halen en dan te bekijken.  Ik kan me een vakantie herinneren waarin ik na afloop de foto’s ging halen en de gehele film was niet belicht geweest. We waren zomaar alle foto’s kwijt van een week vakantie. Alleen onze eigen herinnering was er nog.

Tijdens deze vakantie waren wij in het westen van Amerika en daar zijn zulke geweldige natuurparken dat ik blij ben met mijn spiegelreflexcamera en wel duizend foto’s heb gemaakt. In het vliegtuig terug heb ik al veel foto’s bekeken en wist dat ik een mooie reportage kon maken van deze bijzondere reis. Echter bij het uitstappen van de trein in Hardenberg ontdekte ik terwijl de trein wegreed dat ik mijn rugzak met de camera vergeten was uit het bagagerek te pakken. Grote schrik, direct Arriva bellen met de vraag of ze de conducteur konden waarschuwen, nou dat kan dus niet in deze tijd van goede communicatie. Doorgewezen naar de site  ilost.nl en wachten, het kon wel drie dagen duren. De derde dag stonden er spullen op de site die in Emmen waren afgegeven maar niet mijn camera. Wat een teleurstelling, alles weg??

Facebook bleek de oplossing, iemand attendeerde ons op de site verlorenofgevonden.nl. Daar bleek de tas met camera wel op te staan, door iemand van Arriva al de eerste dag geplaatst. Achteraf is het spannende wachten niet nodig geweest, zijn alle foto’s terug en kan ik beginnen met het maken van het vakantieboek van onze geweldige reis.




dinsdag 10 juli 2018

Kleine meisjes worden groot...


Loslaten. Het meest gevreesde fenomeen voor nagenoeg elke ouder, en ik wist dat ik er vroeg of laat ook mee te maken zou krijgen. Afgelopen week was mijn vuurdoop. 

Babet gaat namelijk na de zomervakantie naar de opvang. Ze is dan twee jaar, en ze lijkt eraan toe haar wereld wat groter te zien worden. Zelf vind ik er niets aan. Ik wil mijn kleine meisje beschermen en haar mooie lieve naïviteit graag ongeschonden houden, al weet ik dat dit onmogelijk is. Ze zal de wijde wereld toch een keertje in moeten, kleine meisje worden nu eenmaal groot.

Zo’n drie weken terug mochten we al samen met haar kijken bij de opvang. Eerst waren we samen, en daarna mocht ze nog even alleen spelen. Ze vond het fantastisch, dus na maar een paar kleine tranen (die ik voor haar verborgen hield), liet ik haar met een gerust hart achter.

Maar vorige week was het anders. Woensdag zou ze een ochtend naar de opvang gaan. Dit keer helemaal alleen, en dus niet eerst even wennen samen met mama. En dinsdagavond ging het mis… Ik lag in bed en terwijl ik dacht aan de volgende ochtend zag ik in gedachten Babet buiten op straat liggen zonder been, van de glijbaan vallen, en minstens drie keer stikken in een knikker, knoop of stukje klei. In alle gevallen dood natuurlijk, echt dramatisch. Huilen! Ik vond het zelf ook wat overdreven, maar ik kon er niets aan doen. Gevoelsmatig zou er morgen een einde komen aan alles. Ik voelde me een waardeloze moeder.

Maar, daar gingen we woensdagochtend. Lopend naar de kinderopvang. Na een kort afscheid dwong ik mezelf weg te lopen, en met knikkende knieën liet ik mijn kind los. Wat een rotmoment. Drie uur later haalden we haar weer op. Ze had het leuk gehad, ondanks dat ze ons ook best had gemist. De knuffel en de blik in haar ogen toen ze ons zag waren onbetaalbaar! Dit had ik alvast volbracht.

Ja, kleine meisjes worden groot. 
En dan heb ik het nu even niet over Babet…   




woensdag 4 juli 2018

Toyota

Terwijl medecolumnist Bert Nonkes worstelt met het probleem hoe hij zijn moeder en ons kan beschermen door haar Toyota Starlet in handen van haar kleinzonen te spelen, heb ik andere Toyota-problemen. Mijn probleem is dat ik geen probleem heb.

Mijn twintig jaar oude Toyota Avensis heeft ruim 471.000 kilometer op de teller. De uitlaat pruttelt en linksachter doet al tijden iets enigszins ‘kloenk’, maar ach… Haar butsen en schrammen, ze draagt ze als taches de beauté op haar zwarte huid. Opgewekt vermaalt ze haar kilometers. Ik houd van haar. Voor anderhalve maand nog op en neer naar de Poolse grens: geen misse slag. Met enige regelmaat tref ik een geplastificeerd kaartje onder mijn ruitenwisser. Daarop deelt Oostblok Boris of Afrika Achmed mij in keurig Nederlands mee dat hij geïnteresseerd is in de overname van mijn Avensis, ongeacht staat en kilometers. Ik begrijp dat, ik wil mijn auto ook graag kopen. Maar als ze er in de Sahara nog in kunnen rijden, dan kan het hier helemaal en bovendien weten Gramsberger monteurs wél wat ze doen. Dus mocht ‘kloenk’ toch ooit ‘krak’ worden, dan hebben Willem, Menno en Henkjan dat zo verholpen.
Ik was dan ook vastbesloten het half miljoen kilometers aan te tikken. Maar nu heb ik een probleem. Een van mijn talrijke broers belde. Hij doet zijn auto weg. Een Toyota. Een jonge meid nog. Met alles er op en er aan. Voor een prikkie. Ik voel ontrouw opkomen. ’s Avonds in bed denk ik: Adrian, het is maar ijzer. Maar als ze ’s morgens spinnend van genoegen start, voel ik me een verrader. Ben ik een materialist, verknocht aan bezit, of is dit echte liefde? Als het echte liefde is, mag ik dan wel van haar scheiden? Had ik maar een Mercedes of een BMW: hup, weg er mee! Maar nee… ik heb een Toyota. Help!

Adrian Verbree

woensdag 27 juni 2018

Vrij zijn... ze wil alleen maar


Mijn moeder heeft weer wat. Sinds ze vorig jaar in Hardenberg in Clara opknapte van een ziekenhuisopname en weer thuis is, doet ze het aardig goed. Doof, dat is ze wel. Als we samen in de stad lopen, voel ik me net een gefrustreerde Martin Gaus: “Ma! Hier verkopen ze gehoorapparaten! Ma, HIERRR!”. Maar er is meer.

Twintig jaar geleden werd mijn opa op een zondagochtend verblind door de zon en in zijn Fordje bijna overreden door een vrachtauto. Hij besloot dat het mooi geweest was wat autorijden betreft. Ik kreeg de Ford Escort. Opa was 82. Zijn dochter, mijn moeder, is ook 82. Het leek mij een prima idee om de geschiedenis te doen herhalen. Toen ik het voorstel op tafel legde om de Toyota Starlet over te doen aan haar twee kleinzonen, reageerde ze uiterst stellig: “Niks daarvan want ik ben van plan zelf weer te gaan rijden”.
Ik was er al bang voor. En ik snap het ook wel. Op het moment dat de auto verdwijnt, verdwijnt ‘de vrijheid’. De auto maakt de wereld zoveel groter. Zonder betekent onafhankelijkheid inleveren, wachten tot anderen tijd voor je hebben.
Aan de andere kant is er het aspect veiligheid. Is het veilig dat ma weer achter het stuur plaatsneemt? Nee, absoluut niet! Momenteel houdt ze nauwelijks de rollator in bedwang. Tijdens de laatste rit die ze met de auto maakte, stond de hele buurt te bidden op de stoep voor een behouden thuiskomst. Voor haar en de mensen die ze onderweg tegenkwam.
Ergens denk ik dat ze dit allemaal zelf ook wel weet. Is de auto verworden tot een symbool van de bewegingsvrijheid. Maar dat symbool wil ze wel in zicht houden. Voor het huis op de parkeerplaats.
Binnenkort ga ik de auto eens nakijken. Volgens mij heeft-ie te veel bougies. Want ja, je weet maar nooit…

Bert

woensdag 20 juni 2018

Luieren


Onmisbaar. Ik had het echt nooit zonder kunnen redden in al die jaren. Grijsblauw, degelijke kwaliteit en toen hartstikke trendy: de luiertas. Met zo’n plastic uitvouwbaar matje erin om op elke plek je kind te verschonen.

Hoe meer ervaring als moeder hoe meer spullen er in kwamen. Spenen en reservespenen, spuugdoekjes, flesjes en potjes Sudocreme en heel veel doosjes met rozijnen voor de momenten waarop ze afgeleid moesten worden. Naarmate de kinderen ouder werden kwamen daar nog pleisters, prikweg, speelgoed en boekjes bij. Totdat ze zelf rugtasjes kregen. Vanwege de degelijke kwaliteit belandde de luiertas niet gelijk in de vuilnisbak, maar werd hij achter het schot op zolder gegooid. En net als met mijn kastje met bakjes: op de grote hoop bij allerlei dingen die echt nog weleens van pas zouden komen. Daar lag hij zo’n twaalf jaar lang. Ongebruikt, met alleen nog een achtergelaten pakje zakdoekjes in zo’n handig vakje.
Totdat één van kinderen alweer een nieuwe tas nodig had voor school. Omdat hij al wist dat zijn moeder een preek zou houden over het zuinig zijn op rugtassen (het was al zijn zesde) kreeg hij een idee. Want achter het schot lagen ook nog oude tassen. Daar lag er vast eentje bij die hij ook kon gebruiken. Niets zeggen, gewoon inpikken. En die grijsblauwe tas die er ook tussen lag was perfect voor school, want daar zaten veel handige vakjes in. Zo ging hij het laatste gedeelte van dit schooljaar elke dag naar Zwolle. De tas ging mee naar het examen: met flesjes water, koekjes en zakken chips en appels. Gelijk na het laatste examen werd de tas leeg gekieperd en kwamen er visspullen in.
Vorige week woensdag kreeg hij de uitslag: geslaagd! De vlag kon uit en de tas mocht eraan. Hét moment waarop ik hem vertelde met welke tas hij steeds naar school was gegaan. We hebben er samen om gelachen. Hij blijft hem gebruiken om te vissen en te luieren aan de waterkant. Het cirkeltje is rond: van luiertas tot luier tas.

Karin van Dijk

woensdag 13 juni 2018

Meimaand

Het was me wel een maand die meimaand. Nog nooit was het zo warm. Wij Nederlanders praten altijd over het weer. Het is of te warm of te koud, te nat of te droog maar goed is het nooit.

Dat komt door het wisselende weer dat we kennen. In Indonesië waar ik mijn kindertehuisproject had was weer nooit een item. Als ik eens vroeg naar het weer werd het nooit begrepen, het was warm, ja dat is het altijd en meer smaken kennen ze niet. Zorgelijk zijn we ook altijd over het weer, de laatste jaren wordt het ene na het andere weerrecord gebroken. Dat is ook niet zo gek want we meten eigenlijk nog maar heel kort, eigenlijk pas na de uitvinding van de thermometer door Galilei in de 17de eeuw.
Toch verandert er wel iets in ons weer, de poolkappen smelten, de zeespiegel stijgt en we blijven maar CO2 uitstoten. Ik vind dat ook wel lastig als consument om dit te veranderen. Mijn opoe is in haar leven één keer helemaal naar Putten geweest en zei daarna dat ze nooit meer zo ver van huis wilde, dus haar CO2 verbruikt was zeer beperkt. Maar ik ben nu jullie deze column lezen op vakantie met het vliegtuig naar een verre bestemming. Dat is in één keer meer CO2 uitstoot dan mijn opoe in haar hele leven. We vliegen met groot gemak de wereld over en de lucht boven Hardenberg is ook dagelijks gevuld met witte strepen van de uitlaatgassen van de vele vliegtuigen. Ik stap met groot gemak in een vliegtuig om mij de hele wereld over te laten vliegen, geniet er van maar ik ga me toch wel afvragen of ik wel zo goed bezig ben.
Lezingen van André Kuipers en anderen over de kwetsbaarheid van de aarde hebben me wel aan het denken gezet. Ik denk steeds vaker hoe ik dit kan beïnvloeden. Door toch maar minder vaak te vliegen en minder vaak in de auto te stappen kan ik een statement afgeven, maar het vliegtuig vliegt toch wel. Moeilijke keuzes want als het kan wil ik nog veel van de wereld zien, alhoewel een fietsvakantie vanuit Hardenberg ook mooi kan zijn. En met het veranderende klimaat is de kans op mooi weer op de fiets ook beter dan vroeger. Volgend jaar dan toch maar een fietsvakantie plannen??

Henk Leemhuis

woensdag 6 juni 2018

Oude vrienden


Zondagavond half tien. Ik zit in een trein vanaf Amsterdam centraal en laat me weer richting het oosten rijden. De zon zakt als een rode bal achter het IJ met zijn gebouwen, en straalt nog een beetje van zijn rode gloed naar binnen.

Vandaag was ik in Krommenie. Ik zocht oude vrienden op die ik al zo’n twaalf jaar niet meer had gezien. Het contact is nooit helemaal gestopt, maar toch vond ik het een beetje spannend om ze weer te ontmoeten. Vooral omdat één van hen mijn ex-vriend betrof.
Maar, tijd is een raar ding. En blijkbaar was de basis die we pakweg achttien jaar geleden hebben gelegd nog stabiel, want het ging al snel als vanouds. Ik begon bij nummer één, ging vervolgens op een geleende fiets naar de volgende, en ik eindigde met een wat een groter clubje in de tuin van een vriendin. We kletsten bij, ik was welkom om te blijven eten, we dronken wijn in de zon, haalden herinneringen op en deelden stukken van ons leven van de afgelopen jaren. Het was een fijn weerzien, en wat mij betreft voor herhaling vatbaar.
Vlak voor mijn vertrek miste ik ineens mijn trouwring. Overal gezocht, nergens te vinden. ‘Ex’ belde naar zijn thuisfront waar ik die middag ook was geweest, en gelukkig, daar lag hij netjes naast de wastafel van de keuken. Uiteraard moest ik dit bekopen met de nodige grappen, want hoe krijg ik het in hemelsnaam voor elkaar om mijn trouwring kwijt te raken in het huis van mijn ex! Maar hij was terecht, en moest alleen nog even met mij herenigd worden, voordat mijn trein zou vertrekken. Is anders ook zo raar thuis komen zonder trouwring...
En zo gebeurde het, na wat logistiek geregel van mijn oude vrienden, dat ik mijn trouwring terugkreeg in de buurt van station Krommenie. Inclusief de nodige dramatiek, dat wel. Want ‘Ex’ ging, weliswaar veertien jaar te laat, op zijn knieën om mij mijn ring terug te geven.

Ja, het was een leuke dag. Tot snel Krommenie!

Anja

woensdag 30 mei 2018

Slikken of spuiten


Eindelijk, na jaren, is je buxushaag af; een symfonie in rechte lijnen en haakse hoeken. De natuur bedwongen. En zo prachtig groen in mei! Nog even en je mag weer los met je accuschaartje om het nóg strakker te maken. De buren zullen kreunen van jaloezie.

Maar dan, die morgen... Arggghh! Weg buxushaag, naar de knoppen gesmikkeld door de rupsen van de buxusmot. Kale, grijsbruine takkenzooi! Groengeelzwarte monstertjes speuren naar de laatste restjes blad. Duizenden. Alarm! Gif, spuiten, smerige rotbeesten, cultuurbarbaren! Mijn droombuxus! Dus: hop, hop, in galop naar het tuincentrum. Buxusmot, zegt u? Hier Pyrethrum concentraat van Bayer, bekende Duitse insectennaaier. Duitsers werken ‘gründlich’. Nederlanders ook: u spuit als een malle. En het werkt: allemaal worden ze vergiftigd. Uw buxushaag gaat het redden. De koolmees niet. Die voert zijn jongen lekker door met vergiftigde buxusmotrupsen. En zo begon het mezennest te stinken. Negen dode koolmeesjes. Met dank aan u en Bayer.
Het gaat al zo slecht met insecten en vogels. Tot 70% minder insecten in Duitsland, Frankrijk en Nederland! Reed je vroeger op een zoele zomeravond van Groningen naar Zwolle, klonk er voortdurend het flots, knrt, prips en ssplat! van insecten tegen de voorruit. Bij het tankstation moest je je voorruit verschonen. Tegenwoordig kun je vrijwel insectloos van Groningen naar Amsterdam rijden. Maar pas op. Nog even en we schuiven op van slikken en spuiten naar spuiten en stikken. Nog even spuiten, nog een ietsje meer en we hebben het laatste insect om zeep geholpen. Wie volgt? Wijzelf? Maar wel een mooi haagje! Of toch maar niet? Hardenberg, de kracht van gewoon niet doen.

Adrian Verbree

woensdag 23 mei 2018

Buitenspel

"En jullie zijn voor..?" De in een felgele jas gestoken hoofdsuppoost van Vitesse kijkt ons vorsend aan. "FC Twente!" antwoord ik. Eerlijk duurt het langst. Fout. Even terugspoelen: Ik heb een van de zonen kaartjes gegeven voor zijn verjaardag voor de wedstrijd Vitesse- FC Twente. Een legendarische wedstrijd, met de kennis van achteraf, want deze middag zal Twente degraderen.
Ook mijn vrouw gaat mee, voor het eerst. Ik vind het binnengaan in een voetbalarena altijd zo mooi en wil haar dat graag eens laten ervaren. Het gaat meteen al fout. Slechts drie van ons gezin hebben de verplichte ID bij zich. Dat zijn er twee te weinig. De scanner leest onze geprinte kaartjes niet. En als we na veel vijven en zessen, onder de afgedwongen belofte vóór Vitesse te juichen in verband met mogelijk supportersgeweld, naar binnen mogen, worden we via een alternatieve route als een soort bevrijde gijzelaars het stadion binnengeloodst.
We zitten vooraan op de tribune. Dat betekent goed zicht op het veld maar een totaal gebrek aan overzicht op wat er achter ons gebeurt. Stel dat we instinctief juichen bij een doelpunt van Twente. Die angst blijkt ongegrond. Twente scoort die middag niet. Toch zitten we onbeweeglijk in het harde, oncomfortabele kuipstoeltje. Als zaten we op de eerste rij bij een voorstelling van Hans Teeuwen.
Helemaal vooraan, aan de rand van het veld zitten de ouderen en gehandicapten in hun wagentjes. Bij elk doelpunt vinden er talloze wonderbaarlijke genezingen plaats waar Lourdes nog een puntje aan kan zuigen. Ze springen op, tasten naar meegesmokkelde heupflacons en zijn door het dolle heen. Ja, balancerend op een randje van angst, hebben wij ons best vermaakt. "Nog een keer?' vraag ik aan mijn vrouw. "Ja", verzucht ze in de auto, "maar nu nog niet..."

woensdag 16 mei 2018

Digiloos


Op televisie zag ik een serie over opvoeden waarbij het ging over het gebruik van digitale apparaten.  Heel herkenbaar en een mooi onderwerp voor deze column dacht ik zo. Ik was net van plan om ook de voordelen te noemen van mobieltjes en het gebruik van internet toen mijn man appte. Als deze Toren verschijnt dan ben ik namelijk verhuisd. Naar een rustige plek in Dedemsvaart. Maar zoals mijn man net appte: iets te rustig. Namelijk helemaal digiloos! Er is geen signaal te vinden daar. Geen tv, telefoon en internet. Slik.

Een paar dagen zonder internet overleven we best, op vakantie vind ik het bijvoorbeeld heerlijk! Maar dan kies ik er zelf voor. Nu wordt het voor ons bepaald. Het kan ook een kabelbreuk zijn en dan zijn we langer de pineut. Wat zijn we eigenlijk afhankelijk geworden van de digitale dingen. En het is zo gewoon geworden. Dagelijks kijk ik op Facebook, ik check mijn mail en app mijn kids dat we gaan eten in plaats van roepen onderaan de trap. Eerlijk gezegd weet ik haast niet meer hoe het was zonder internet. Tijdens het opruimen van 20 jaar zooi kwam ik een kaartje tegen dat ik naar mijn ouders had gestuurd vanaf een kamp. Met daarop: ‘Sorry, pap, ik kon niet langer kletsen want de kwartjes waren op’. O ja, zo was het!
Afgelopen vrijdag kwamen we erachter dat KPN ons een weekje eerder heeft afgesloten van alles dan was afgesproken. Dus we moeten er ook in ons ‘oude’ huis gelijk aan geloven. Een drama voor onze kids. Want wat moeten ze dan doen? Alles wat ik opper is natuurlijk verkeerd. Een potje kaarten, fikkie stoken, of een goed gesprek voeren: dat gaan ze echt niet doen! De verhuisdoos met alle Donald Duckies is ineens wel populair, dat ze nu ineens weer lezen vind ik een mooi voordeel. Ach, en volgende week eerst maar weer eens aan het werk en naar school. Lekker daar op de Wifi ;-)

Karin van Dijk