woensdag 17 oktober 2018

Visdiefje en visdieven

Onlangs beschreef een buurman een vogel die hij niet wist thuis te brengen. Het bleek een visdiefje. Die zie je hier wel vaker boven de vijver. Het deed me denken aan lompere vogels.

Hardenberg heeft een mooie hengelsportzaak. Ik kom er met plezier. Anderen ook. Maar af en toe vliegen er vreemde vogels binnen. Rick, de eigenaar, vertelt. Een klant komt binnen met een hengeldeel uit het jaar nul. ‘Zijn hier nog delen bij te leveren?’ klinkt het. Nee dus, maar dat had zijn grootmoeder hem ook kunnen vertellen. ‘Oh, jammer. Ik kijk nog even rond.’ Kijken staat vrij. Als meneer is uitgekeken, wordt hij bij de uitgang staande gehouden. Wat blijkt: het antieke, holle hengeldeel zit ineens vol kleinmateriaal. ‘Bijvangst’ heet zoiets waarschijnlijk. Andere dag, andere klant. Deze informeert naar een foedraal. Als hij is voorgelicht, moet hij er nog een nachtje over slapen. De volgende dag is hij terug. Hij heeft blijkbaar een verkwikkende en stimulerende slaap genoten, want hij komt met het bewuste foedraal bij de kassa. ‘Het moest maar doorgaan!’, klinkt het joviaal. Als het foedraal - onverwacht - nog even wordt opengeritst, blijkt ook in dit artikel een vergadering van dobbers, lijnen, haken, peillood en druppellood aan de gang... Regelmatig verdwijnt er materiaal uit de rekken. Bijvoorbeeld toprubber uit het hogere segment. Dan weet je meteen: dat zijn geen kinderen. Het zijn volwassen kerels met een hobby. Leuk zo’n hobby: ha, beet op m’n gestolen haak, m’n gejatte onderlijn en m’n gratis elastiek!
Dit is de buit van vijf minuten luisteren naar één winkelier. Wat weten anderen te vertellen? Ik heb een advies voor ze: als je een ‘visdief’ ziet bewegen, even laten doorbijten en dan hard, heel hard aanslaan. Goede vangst!

Adrian Verbree

woensdag 10 oktober 2018

Roze overall


“Een slimme meid is op haar toekomst voorbereid.” Het was dé slogan van 1989 die vrouwen moest stimuleren economisch onafhankelijk te worden. Anno nu doet Yvon Jaspers dat door een megadeal te sluiten met een veevoerfabrikant. Chapeau, Yvon! Het bedrag dat met de deal gepaard gaat, wordt niet vermeld. Dat zou on-Nederlands zijn, maar ik betwijfel of er veel voetballers in de eredivisie hun schoenen ervoor strikken. Boer Zoekt Vrouw: ik ben fan!!

Ik val meteen met de baanderdeur in huis: valt het jullie ook op dat de mannelijke boeren altijd op zoek zijn naar een vrouw die lief en spontaan is? En hoe ze er uitziet, dat maakt niet zoveel uit. Om te beginnen bij dat laatste: ik geloof er niks van. Een beroepsgroep die bij uitstek visueel waarneemt hoe zijn velden erbij staan en zijn veestapel rondloopt zal een onuitwisbare eerste indruk opdoen bij de speeddates. Als daar een schepsel komt aanzetten, dat ruw door onze schepper op vrijdagmiddag in elkaar is getimmerd met de overgebleven onderdelen van die week, zal dat vast niet worden gekwalificeerd tot huwelijksmateriaal.
En wat is lief en spontaan? Die begrippen kun je heel verschillend invullen.
Yvon Jaspers: “Vrouw, vertel eens, wat is lief en spontaan?”
Vrouw: “Nou, dat ik Boer zo af en toe eens een fijne knuffel geef.”
Yvon Jaspers: “Aaaah, lief!”
Yvon Jaspers: “Boer, vertel eens, wat is lief en spontaan?”
Boer: “Dat zij elke dag mijn ondergoed klaarlegt.”
Yvon Jaspers: ”Dus…”

Maar na de aflevering van afgelopen zondag begrijp ik het. Liefde is een roze overall, je trekt hem aan en stroopt de mouwen op. Liefde is geen zelfstandig naamwoord maar een werkwoord! En voor wie het wil zien: er is roze overal…

Bert

woensdag 26 september 2018

Verwend

Het is ook nooit goed of het komt altijd op het verkeerde moment. De regen. Ook nu weer, terwijl ik dit schrijf komt het water met bakken uit de hemel, is het straattheaterfestival deels in het water gevallen en werd de thuiswedstrijd van HHC tijdelijk gestaakt vanwege het onweer. Maar wat waren we verwend, een super mooie zomer, tot laat in september nog gewoon overdag en vaak ook ‘s avonds gewoon buiten zonder jas.

Afgelopen donderdag heb ik enorm genoten in het centrum van onze stad Hardenberg waar muzikale talenten hun kunnen durfden te laten zien. Kinderen die gewoon hun repertoire zongen alsof ze dat dagelijks doen en het heerlijke weer maakte het begin van Hardstikke Cultuur tot een groot feest. Maar vrijdag sloeg het weer om. Zaterdag hadden we het Kunsten Op Straat festival en de Amateurkunstmarkt, wat nog hoopvol begon maar eindigde met een hoosbui. Maar wat zijn we weer verwend, al die Hardenbergers die leven voor cultuur en vanuit hun kraam hun kunnen met ons deelden. Van tekenen, haken, drummen tot tai-chi. En nu maar hopen dat veel mensen lessen gaan volgen bij de aanbieders want er is vast nog veel meer talent in Hardenberg. Wat zijn we verwend met bijzondere artiesten op straat die op hun eigen wijze kunst maken. Prachtig vind ik het hoe het publiek daarop reageert, van wegdraaiende hoofden die het maar belachelijk vinden tot schaterlachende mensen die genieten van de kolder. Wat zijn we verwend dat we leven in een land waar dit allemaal kan en mag. ‘s Avonds in de Voorveghter heb ik genoten van de preview van het theaterseizoen en het prachtige programma wat we mogen verwachten. Voor elk wat wils, wat zijn we verwend in Hardenberg met een theater.
De koning zei het ook in de troonrede, bouwen aan een hechte samenleving gaat iedereen in ons land aan. We hebben het afgelopen weekend in Hardenberg laten zien. Gewoon doen. Zelfs het weer kan dan geen spelbreker zijn.

Henk Leemhuis

woensdag 19 september 2018

Hart voor cultuur


Ik heb een nieuwe baan! Bij Cultuurkoepel Vechtdal. Twee weken geleden ben ik begonnen en ik voel me al aardig op mijn plek. Het is een fijn team en deze functie lijkt me te passen als een handschoen. Als zangeres en met mijn kunstacademie achtergrond heb ik altijd al een warm hart gehad voor cultuur, en deze baan versterkt dit alleen maar.

Cultuur is belangrijk. Van vroeger uit betekent het woord cultuur iets als ‘scheppen’ of ‘vormen’. Al zo lang de mensheid bestaat is zij, naast overleven, bezig met creëren. Cultuur is belangrijk voor mensen, maar zelfs ook noodzakelijk. Creativiteit is essentieel voor geestelijke en economische groei, en daarnaast kunnen mensen en volken zich met hun cultuur identificeren.

Kinderen worden helaas steeds minder geprikkeld door cultuur. Op scholen zijn er vaak te weinig mogelijkheden, thuis hebben ouders minder tijd, en de nieuwe media zorgt er voor dat we dagelijks meer consumeren dan produceren. Het gevolg is dat kinderen tegenwoordig beduidend minder creatief zijn, en dat kan zich later gaan uiten in problemen als weinig vindingrijkheid of slecht ruimtelijk inzicht. De rechter hersenhelft krijgt te weinig aandacht, en dat vind ik zorgelijk.

Maar nu ik dagelijks nog meer met kunst en cultuur bezig ben, zie ik ook hoeveel mensen er zijn die het hart voor cultuur met mij delen. Mensen die zich ook hard willen maken voor creativiteit, en die anderen willen leren over muziek, dans of beeldende kunst. En we moeten niet vergeten dat de nieuwe media ons ook mooie mogelijkheden biedt, zoals vloggen, animatie filmpjes maken of 3D printen.

Cultuur brengt zoveel aan jong en oud, of het nu de nieuwe technieken zijn of de eeuwenoude. En het allermooiste van cultuur is toch wel de saamhorigheid. Want wat is er nou mooier dan samen met vrienden of familie genieten van een heerlijk stuk muziek of cabaret. Cultuur verbindt, en dat moet worden gestimuleerd. Aan mij zal het niet liggen!

Anja

dinsdag 11 september 2018

Nederlands


Mijn wieg stond in Amerika. Grand Rapids, Michigan. Mijn moedertaal werd uiteindelijk het Nederlands. Hoelang nog? In ‘megastores’ worden mij ‘crazy discounts’ aangeboden, want er is een ‘sale’. Ik krijg niet 10% korting, maar 10% ‘off’. Wil een dame zich een setje elegante onderkleding aanschaffen, dan wordt ze naar de afdeling ‘foundation’ gelokt, maar - hoe verwarrend - als zij zich verantwoord wil opmaken, moet ze ook beginnen met het aanbrengen van de juiste ‘foundation’. Is het de bedoeling dat zij haar hoofd in een bh, sorry een ‘bra,’ steekt? Awkward shoptalk! Of vindt u het juist cool en chill?

Op tv is men niet op zoek naar Nederlanders met een goede stem, maar naar ‘The Voice of Holland.’ Ik geef toe dat wat exotisch klinkt, beter kan ‘bekken’ dan wat je wel echt verstaat. Dat verschijnsel is niet van vandaag. Herinnert u zich nog the spice girl en the backstreet boys? Enorm populair destijds, maar wat zou er van ze zijn geworden als ze hier in de markt waren gezet als respectievelijk de kruidenmeisjes en de jongens uit het steegje? Nee, daar zit geen muziek in.
Ondertussen is het invlechten van allerlei Engelse termen iets om medelijden mee te hebben. Draai het maar eens om. Ik ben even terug in Grands Rapids. John from next-door gives me a call: ‘Adrian, let’s go, there’s a mega uitverkoop at Walmart!’ Maar ik kan niet met hem mee, want mijn vrouw roept: ‘Adrian, dear! Please rits me op! My new jurkje is a little krap’. Ik loop de slaapkamer binnen, ben enthousiast over haar aanwinst en roep: ‘koel, om te rillen!’
Hoe belachelijk wil je jezelf maken? Nog even en we weten niet eens meer wat Nederlands is. Straks roept er ineens iemand ergens: ‘Wie maakt ons Nederlands ‘great again’?’ Als dat geen schrikbeeld is…

Adrian Verbree

woensdag 5 september 2018

Van hij lust ‘em naar een lustrum

Deze week ben ik tien jaar ‘droog’. Al tien jaar geen druppel alcohol gedronken, geen wijnsaus op mijn vlees, geen tiramisu als toetje, niks! Dat vind ik wel een reden om daar even bij stil te staan. Tien jaar geleden kreeg ik de diagnose manisch depressief. Zo’n diagnose komt gemiddeld tien jaar te laat. In díe tien jaar had ik last van allerlei symptomen die ik niet thuis kon brengen maar wel kon onderdrukken met alcohol. Alcohol als oplossing voor een probleem, dat gaat onherroepelijk fout. Ik had in 2008 dus opeens twee uitdagingen: manisch depressief én verslaafd. Om een lang verhaal kort te maken: dat is allemaal dik in orde gekomen. En tot op heden, gebleven.

Ik heb mezelf beloofd geen anti-drank fundamentalist te worden. Da’s gelukt. Maar ik ben en blijf schoolmeester, dus heb ik mijn ervaring wel gedeeld in de vorm van voorlichting, "tot lering ende, vooruit, ook een beetje vermaak".  Zo bood ik ook mijn diensten aan het project ‘Fris over Drank’ van de gemeente Hardenberg aan. Gratis, ik wilde iets terugdoen voor de gemeenschap. Afgewezen. Iets dat gratis is, kan niks zijn, verklaarde mijn buurman, hij is ambtenaar, de reactie van de gemeente. Dus.
Of ik ooit in de verleiding kom? Zeker wel! Ik ben muzikant, dan verkeer je meestal in een omgeving die gemarineerd is in bier. Daar word ik meewarig aangekeken als ik alcohol weiger. Al jaren leg ik niet meer uit waarom. Wil niet zeggen dat ik geen zin heb, zo af en toe.
Tien jaar, en ik kan oprecht zeggen dat ik gelukkig ben; ik ervaar elke dag als een tweede kans die ik met beide handen aanpak. Nog steeds voelt de overwinning als een Olympische Zilveren medaille waarvan ik geniet, die ik regelmatig uit zijn doosje haal en trots oppoets. Zilver, ja. We hebben ook nog een gouden plak. Die is van Erna, mijn vrouw.

Bert

donderdag 30 augustus 2018

Oeps!


Gelijk maar een bekentenis: ik maak me druk om wat anderen van mij vinden. Als leerkracht heb ik een voorbeeldfunctie namelijk. Stel je voor dat ik veel flessen wijn koop en ik kom ouders van school tegen: wat zullen die dan wel niet denken? Daarom kocht ik mijn zwangerschapstesten destijds in Hardenberg: lekker veilig.

Inmiddels ben ik wat ouder en probeer ik om daar iets meer maling aan te hebben. Dat lukt steeds beter! Bijna. Want naast zwangerschapstesten zijn daar bijvoorbeeld ook de condooms die gehaald moeten worden. En terwijl ik dit typ hoor ik u denken: “Huh? Waar heeft zij die dan voor nodig? Zet ze dat zo in de Toren?” En dat is dus precies wat ik bedoel: dat ik invul wat u denkt. Het zit zo: als moeder van jongens waar het testosteron van afspat en naast preken over SOA’s en vroeg vaderschap heb ik zelf verantwoordelijkheid genomen. Ik haal ze en dan laat ik het los. Of ze worden gebruikt wil ik niet eens weten.
De drogist in Dedemsvaart werd het niet, want dan zouden ze denken: “Zou ze een minnaar hebben? Op die leeftijd nog condooms?” Ik kreeg een briljante ingeving. Bij de Jumbo kun je ze ook halen. Gewoon met de zelfscanner en onderin de boodschappentas. Eerst keek ik goed om me heen en toen (alsof het heel normaal is) pakte ik de condooms, scande ze en deed ze bij de rest van de boodschappen in mijn tas. Onderin natuurlijk. Bij de kassa werd ik geholpen door een oud-leerling. En toen gebeurde waar ik niet aan had gedacht… “U bent geselecteerd voor een steekproef”. Koelbloedig bleef ik staan. Natuurlijk scande ze ook de boodschappen helemaal onderin de tas. Even zo koelbloedig scande ze de condooms. Ze kreeg een kleur en zei er keurig niets van. “Goedgekeurd hoor”, was het vonnis. Ik was nog nooit zo snel de Jumbo uit! Thuis pakte ik de boodschappen uit en scrolde op mijn mobiel. Daar tussen de Facebookberichten door verscheen een advertentie van Bol.com. Waar ze ook drogisterijartikelen verkopen. Online en lekker anoniem. Welkom in de digitale wereld. Waar je dingen kunt bestellen die niemand hoeft te zien. Wat een domme actie. Vind ik zelf dan hé, dan hoeft u dat niet voor mij in te vullen…

Karin van Dijk

woensdag 22 augustus 2018

Nietig

Een bijzonder woord dat op verschillende manieren kan worden uitgelegd. In de rechtspraak kan iets nietig verklaard worden, maar ook een mier wordt als een nietig dier gezien.

Als mens kun je je ook nietig voelen en dat laatste is mij de afgelopen zomer een aantal keren overkomen. De eerste keer dat ik dit ervoer was toen ik aan de rand van de Grand Canyon stond. Ik had er al zo vaak foto’s en filmbeelden over gezien maar in het echie was het zo groots dat ik me echt nietig voelde. Zo ook de invloed van het klimaat op ons, we zuchtten bijna allemaal onder de warmte en de geel kleurende weilanden en bermen waren on-Nederlands. Maar na een aantal buien kleurt het achter ons huis alweer helemaal groen. De kracht van de natuur waar niet tegen te sproeien is.
Tijdens de Indiëherdenking ervoer ik ook de nietigheid. De confrontatie met de ontberingen van de kampslachtoffers en zes jonge mannen uit Hardenberg die we herdachten bij ons Indiëmonument aan de Vecht. Mannen die indertijd de leeftijd van mijn kinderen hadden, tijdens hun jeugd woonden ze in een land in oorlog en vlak daarna moesten ze naar Indonesië, een vreemde onbekende bestemming om hun leven te laten voor het behoud van een kolonie. Het prachtige Indonesië waar ik rondgereisd heb, lieve verdraagzame mensen heb leren kennen en waar de natuur zo groots is. Ook nu weer op Lombok in twee weken tijd drie aardbevingen met veel slachtoffers. De immense natuurkrachten, daarbij vergeleken zijn mensen maar nietig.
Mevrouw Hoving, die zelf de ontberingen in het jappenkamp moest meemaken, droeg op de Indiëherdenking een indrukwekkend gedicht voor, een prachtig voorbeeld voor mij hoe de nietige mens soms ook tot grote dingen in staat is. “Tijd is te traag voor hen die wachten. Tijd is te snel voor hen die vrezen. Tijd is te lang voor hen die rouwen. Tijd is te kort voor hen die genieten. Maar voor hen die liefhebben is tijd eeuwigheid”. Om zo te kunnen denken ben je verre van nietig, maar groots.

Henk Leemhuis

woensdag 15 augustus 2018

Druk joh!


Wat hebben we een buitengewone periode gehad de afgelopen maanden. De zon scheen zoals ik hem niet vaak heb gezien, en we gedroegen ons als ware Zuid-Europeanen. Blote benen, slippers, en vooral niet te hard werken, want een zonnesteek lag soms dagelijks op de loer. Ik vond het heerlijk! En nog steeds. Want ondanks het wat meer wisselvallig weertype, vind ik het een prima zomer. Opslurpen die vitamine D!

En de warmte zette ons, waar dat kon, ook even wat vaker stil. Want als je niet af en toe een extra pauze nam om flink wat water naar binnen te gieten, dan hield het al gauw op. En ik moet zeggen dat ik dat een welkome verademing vond. Even niet zo druk en wat minder gehaast de dagen door. Het lijkt namelijk wel mode op het moment, druk zijn. Vraag je iemand hoe het gaat? Krijg je bijna standaard als antwoord; ‘Goed, druk joh!’

En ‘niet druk’ zijn lijkt ook wel minder geaccepteerd. Een tijdje terug vroeg iemand me hoe het ging en ik antwoordde; ‘Goed, iets minder druk’. Het antwoord klonk; ‘Oh?’ Gevolgd door een korte maar zeer ongemakkelijke stilte waarop ik mezelf stotterend iets hoorde zeggen als dat we heus wel genoeg te doen hebben.

Maar waarom mogen we van ons zelf niet eens wat minder druk zijn? Waarom moeten we, als de agenda wat leger is, de dagen volproppen met nieuwe afspraken als borrels, extra sportavonden (die herken ik zelf overigens niet), of een vergadering? En waarom gaan we, als het vakantie is, binnen een dag als de sodemieter richting Frankrijk waardoor we zelfs dan nog met het zweet op onze rug ‘druk druk druk’ bezig zijn? Ik hoop dat het een kortstondige modegrill is, maar ik ben bang van niet. Het is tenslotte niet nieuw, en het lijkt er te zijn ingesleten.

En dus geniet ik de komende twee weken nog maar van alle tijd die ik heb om niets te doen. En terwijl Babet de druiven van de rank eet die door de warmte rijkelijk is gaan groeien, lig ik met mijn blote benen in de zon of onder een paar spetters regen, boekjes te lezen. Druk? Nee, gelukkig niet zeg.

Anja

woensdag 8 augustus 2018

Uitverkoop

En toen was het zover: 29 juli 2018, Hardenbergs eerste koopzondag. Zo te horen was het een succes en dat gun ik de voorstanders. Toeristen vertekenden het beeld, hoe pakt zoiets op 3 februari uit? Persoonlijk heb ik niet aan het succes bijgedragen. Geen tijd. Ik had het veel te druk met rusten.

Vrees niet, ik roep geen moord en brand, hef geen domineesvinger. Mijn politieke stem zal ik ‘tegen’ uitbrengen, maar als die democratisch wordt overstemd, accepteer ik dat. Vrees geen aanslagen. Waar christenen een minderheid gaan vormen in onze samenleving, moeten ze niet eisen - wensen mag altijd - dat christelijke verworvenheden te allen tijde blijven bestaan. Christenen in islamitische landen kennen ook geen zondagsrust. Natuurlijk betreur ik het dat velen geen kerk meer van binnen zien en denken dat Jezus iemand uit een musical is. Weet je wat je mist? Wat die zondagsrust betreft, wedden dat deze proefzondagen het begin van het einde markeren? Ik weet het, je kunt ook op dinsdag of donderdag rusten, maar als we samen versnipperd rusten, blijft het resultaat drukte. We klagen dat onze maatschappij geen rust kent. Tja, de maatschappij dat ben jij.
Met wie ik te doen heb zijn de winkeliers van morgen. Niet de grootgrutters. Die trekken - als ze willen meedoen - gewoon een blik personeel open, knutselen een rooster in elkaar en: draaien maar. Maar de kleine zelfstandige van morgen. Nu mógen ze, straks móeten ze. Om mee te kunnen komen. Terwijl ze nu al meer uren draaien dan de gemiddelde Nederlander, ze op zaterdag niet vrij zijn zoals jij, ze allang geen stille dinsdagmiddag meer kennen, ze hun eigen blik personeel zijn. Hun rust gaat in de uitverkoop. Wanneer mag hij of zij ademhalen? Gun ‘a Lidl rust’ aan de kleine man.

Adrian Verbree

woensdag 1 augustus 2018

Bruts


Mijn vader had in geval van standaardsituaties diverse standaarduitspraken paraat. Werd er bijzonder slecht gevoetbald op tv dan was het: ”zunde van ’t gras dat de speulers erop liep’n”. Maakte ik zijn flesje bier open: “Breek mie d’’r gain glas of!’ En was het bijzonder warm weer dan: “Kinst d’r wel bruts (broeds) bie word’n”. Het slaat nergens op, maar hij had de lachers op zijn hand.

En als het dan eens brutsig weer was, dan was er kans dat er bij ons gebarbecued werd. Dat liep volgens een vast patroon. Barbecue was leuk maar er mocht geen journaaluitzending onder sneuvelen. Dus moest de barbecue plaatsvinden tussen 18.15 en 20.00 uur. Als hoofd van het gezin ging mijn vader over het vuur en mijn moeder over het eten. In het rode bakje op de gammele drie poten ging een zak kolen en één (wat kost dat wel niet!) reepje aanmaakblokjes. Dat ging natuurlijk nooit aan. Omdat de hele onderneming een aanslag op zijn geduld was, ging er vervolgens een fles spiritus op. Dat brandde best. Zodra de vlammen onder roosterniveau waren, werd het rooster vol met kippenvleugels gestouwd. Die waren binnen twee minuten verbrand, dus klaar. Haal nog even een biertje, en ‘breek mie d’’r gain glas of!’
Om acht uur zat mijn vader voor het journaal en mijn moeder en ik bij een perfect brandend vuur het zwart van de kippenvleugels te schrapen. Jarenlang heb ik de barbecue geassocieerd met salmonella en Harmen Siezen. Het zijn van die gebeurtenissen waar je je op dat moment aan stoort maar later door het genadige filter van de tijd met een glimlach aan terugdenkt. ‘Uren, dagen, maanden, jaren, vliegen als ‘een schaap door ’t veen’. (Willem Nonkes, Groningen, 1934-1996)

Bert

woensdag 25 juli 2018

Vooruit dan maar..


 Na jaren in een gehuurde tent of appartement in warme landen heb ik vorig jaar toegegeven: een avontuurlijke rondreis in een camper door Noorwegen werd het. Een lang gekoesterde wens van mijn man en een van de zonen ging in vervulling. Ik slikte nog een keer en verdiepte me op campersites hoe één en ander werkte. Dat viel nog niet mee. Alles werd tot in de puntjes voorbereid: mijn man had de reis al helemaal uitgestippeld. Met veel proviand gingen we op pad. In onze gehuurde camper was alles voor elkaar. Zelfs elektrische spiegels waren aanwezig! Ik heb lang gezocht waar ik die dan kon vinden, maar dat bleken de buitenspiegels voor de bestuurder te zijn. Ik had nog veel te leren.

Er ging een wereld voor ons open: prachtige natuur, watervallen en hele smalle bergweggetjes. Hierdoor heb ik veel levels gehaald in het Tetris spelletje op mijn mobiel, ik vond het af en toe doodeng. Op de camperplaatsen heerste een gemoedelijke sfeer. Van rechtsdraaiende yogamoeders tot trendy types met high tech campers: iedereen voelde zich er vrij. Op de eerste plek zochten we de wasbakken om af te wassen. Die waren nergens te vinden! Wel stond er een soort heksenhuisje met de deur open. Daar zat een keuken in en ook een aanrechtje. We namen de gok en wasten er vol adrenaline af: stel je voor dat we betrapt werden! Ook dit bleek erbij te horen: een gezamenlijke kook- en afwasplek. We hadden veel regen, de ski jassen konden aan en de pubers gingen steeds de strijd aan om de beperkte Wifi codes. We stookten vuurtjes, deden spelletjes en er werd veel gewandeld.  Voor het eerst in mijn leven droeg ik wandelschoenen en was als een kind zo blij toen ik mijn hakken aan kon toen we naar Bergen gingen. Dat had ik wel als eis gesteld: af en toe een stad bezoeken! Ik kan er nog drie columns mee vullen, maar voor nu moet u het hiermee doen. Dit jaar even geen stoere trip, maar genieten van onze prachtige ruimte in en om ons nieuwe huis. Even lekker uitrusten.

woensdag 18 juli 2018

Vakantiefoto's




In mijn vorige column heb ik geschreven dat ik op vakantie was naar een verre bestemming. Ik ga graag op vakantie en maak ook graag foto’s die ik als dierbare herinnering aan de vakantie bewaar.

In de tijd van de filmrolletjes waren we beperkt in het maken van foto’s. Een rolletje van 36 stuks was het maximum. Als we in ons studentenleven tijdens een vakantie drie rolletjes volmaakten dan was dat een behoorlijke aanslag op ons budget. Zomaar overal foto’s van maken was er niet bij, want het aantal was beperkt. Het was altijd weer spannend om de ontwikkelde foto’s op te halen en dan te bekijken.  Ik kan me een vakantie herinneren waarin ik na afloop de foto’s ging halen en de gehele film was niet belicht geweest. We waren zomaar alle foto’s kwijt van een week vakantie. Alleen onze eigen herinnering was er nog.

Tijdens deze vakantie waren wij in het westen van Amerika en daar zijn zulke geweldige natuurparken dat ik blij ben met mijn spiegelreflexcamera en wel duizend foto’s heb gemaakt. In het vliegtuig terug heb ik al veel foto’s bekeken en wist dat ik een mooie reportage kon maken van deze bijzondere reis. Echter bij het uitstappen van de trein in Hardenberg ontdekte ik terwijl de trein wegreed dat ik mijn rugzak met de camera vergeten was uit het bagagerek te pakken. Grote schrik, direct Arriva bellen met de vraag of ze de conducteur konden waarschuwen, nou dat kan dus niet in deze tijd van goede communicatie. Doorgewezen naar de site  ilost.nl en wachten, het kon wel drie dagen duren. De derde dag stonden er spullen op de site die in Emmen waren afgegeven maar niet mijn camera. Wat een teleurstelling, alles weg??

Facebook bleek de oplossing, iemand attendeerde ons op de site verlorenofgevonden.nl. Daar bleek de tas met camera wel op te staan, door iemand van Arriva al de eerste dag geplaatst. Achteraf is het spannende wachten niet nodig geweest, zijn alle foto’s terug en kan ik beginnen met het maken van het vakantieboek van onze geweldige reis.




dinsdag 10 juli 2018

Kleine meisjes worden groot...


Loslaten. Het meest gevreesde fenomeen voor nagenoeg elke ouder, en ik wist dat ik er vroeg of laat ook mee te maken zou krijgen. Afgelopen week was mijn vuurdoop. 

Babet gaat namelijk na de zomervakantie naar de opvang. Ze is dan twee jaar, en ze lijkt eraan toe haar wereld wat groter te zien worden. Zelf vind ik er niets aan. Ik wil mijn kleine meisje beschermen en haar mooie lieve naïviteit graag ongeschonden houden, al weet ik dat dit onmogelijk is. Ze zal de wijde wereld toch een keertje in moeten, kleine meisje worden nu eenmaal groot.

Zo’n drie weken terug mochten we al samen met haar kijken bij de opvang. Eerst waren we samen, en daarna mocht ze nog even alleen spelen. Ze vond het fantastisch, dus na maar een paar kleine tranen (die ik voor haar verborgen hield), liet ik haar met een gerust hart achter.

Maar vorige week was het anders. Woensdag zou ze een ochtend naar de opvang gaan. Dit keer helemaal alleen, en dus niet eerst even wennen samen met mama. En dinsdagavond ging het mis… Ik lag in bed en terwijl ik dacht aan de volgende ochtend zag ik in gedachten Babet buiten op straat liggen zonder been, van de glijbaan vallen, en minstens drie keer stikken in een knikker, knoop of stukje klei. In alle gevallen dood natuurlijk, echt dramatisch. Huilen! Ik vond het zelf ook wat overdreven, maar ik kon er niets aan doen. Gevoelsmatig zou er morgen een einde komen aan alles. Ik voelde me een waardeloze moeder.

Maar, daar gingen we woensdagochtend. Lopend naar de kinderopvang. Na een kort afscheid dwong ik mezelf weg te lopen, en met knikkende knieën liet ik mijn kind los. Wat een rotmoment. Drie uur later haalden we haar weer op. Ze had het leuk gehad, ondanks dat ze ons ook best had gemist. De knuffel en de blik in haar ogen toen ze ons zag waren onbetaalbaar! Dit had ik alvast volbracht.

Ja, kleine meisjes worden groot. 
En dan heb ik het nu even niet over Babet…   




woensdag 4 juli 2018

Toyota

Terwijl medecolumnist Bert Nonkes worstelt met het probleem hoe hij zijn moeder en ons kan beschermen door haar Toyota Starlet in handen van haar kleinzonen te spelen, heb ik andere Toyota-problemen. Mijn probleem is dat ik geen probleem heb.

Mijn twintig jaar oude Toyota Avensis heeft ruim 471.000 kilometer op de teller. De uitlaat pruttelt en linksachter doet al tijden iets enigszins ‘kloenk’, maar ach… Haar butsen en schrammen, ze draagt ze als taches de beauté op haar zwarte huid. Opgewekt vermaalt ze haar kilometers. Ik houd van haar. Voor anderhalve maand nog op en neer naar de Poolse grens: geen misse slag. Met enige regelmaat tref ik een geplastificeerd kaartje onder mijn ruitenwisser. Daarop deelt Oostblok Boris of Afrika Achmed mij in keurig Nederlands mee dat hij geïnteresseerd is in de overname van mijn Avensis, ongeacht staat en kilometers. Ik begrijp dat, ik wil mijn auto ook graag kopen. Maar als ze er in de Sahara nog in kunnen rijden, dan kan het hier helemaal en bovendien weten Gramsberger monteurs wél wat ze doen. Dus mocht ‘kloenk’ toch ooit ‘krak’ worden, dan hebben Willem, Menno en Henkjan dat zo verholpen.
Ik was dan ook vastbesloten het half miljoen kilometers aan te tikken. Maar nu heb ik een probleem. Een van mijn talrijke broers belde. Hij doet zijn auto weg. Een Toyota. Een jonge meid nog. Met alles er op en er aan. Voor een prikkie. Ik voel ontrouw opkomen. ’s Avonds in bed denk ik: Adrian, het is maar ijzer. Maar als ze ’s morgens spinnend van genoegen start, voel ik me een verrader. Ben ik een materialist, verknocht aan bezit, of is dit echte liefde? Als het echte liefde is, mag ik dan wel van haar scheiden? Had ik maar een Mercedes of een BMW: hup, weg er mee! Maar nee… ik heb een Toyota. Help!

Adrian Verbree

woensdag 27 juni 2018

Vrij zijn... ze wil alleen maar


Mijn moeder heeft weer wat. Sinds ze vorig jaar in Hardenberg in Clara opknapte van een ziekenhuisopname en weer thuis is, doet ze het aardig goed. Doof, dat is ze wel. Als we samen in de stad lopen, voel ik me net een gefrustreerde Martin Gaus: “Ma! Hier verkopen ze gehoorapparaten! Ma, HIERRR!”. Maar er is meer.

Twintig jaar geleden werd mijn opa op een zondagochtend verblind door de zon en in zijn Fordje bijna overreden door een vrachtauto. Hij besloot dat het mooi geweest was wat autorijden betreft. Ik kreeg de Ford Escort. Opa was 82. Zijn dochter, mijn moeder, is ook 82. Het leek mij een prima idee om de geschiedenis te doen herhalen. Toen ik het voorstel op tafel legde om de Toyota Starlet over te doen aan haar twee kleinzonen, reageerde ze uiterst stellig: “Niks daarvan want ik ben van plan zelf weer te gaan rijden”.
Ik was er al bang voor. En ik snap het ook wel. Op het moment dat de auto verdwijnt, verdwijnt ‘de vrijheid’. De auto maakt de wereld zoveel groter. Zonder betekent onafhankelijkheid inleveren, wachten tot anderen tijd voor je hebben.
Aan de andere kant is er het aspect veiligheid. Is het veilig dat ma weer achter het stuur plaatsneemt? Nee, absoluut niet! Momenteel houdt ze nauwelijks de rollator in bedwang. Tijdens de laatste rit die ze met de auto maakte, stond de hele buurt te bidden op de stoep voor een behouden thuiskomst. Voor haar en de mensen die ze onderweg tegenkwam.
Ergens denk ik dat ze dit allemaal zelf ook wel weet. Is de auto verworden tot een symbool van de bewegingsvrijheid. Maar dat symbool wil ze wel in zicht houden. Voor het huis op de parkeerplaats.
Binnenkort ga ik de auto eens nakijken. Volgens mij heeft-ie te veel bougies. Want ja, je weet maar nooit…

Bert

woensdag 20 juni 2018

Luieren


Onmisbaar. Ik had het echt nooit zonder kunnen redden in al die jaren. Grijsblauw, degelijke kwaliteit en toen hartstikke trendy: de luiertas. Met zo’n plastic uitvouwbaar matje erin om op elke plek je kind te verschonen.

Hoe meer ervaring als moeder hoe meer spullen er in kwamen. Spenen en reservespenen, spuugdoekjes, flesjes en potjes Sudocreme en heel veel doosjes met rozijnen voor de momenten waarop ze afgeleid moesten worden. Naarmate de kinderen ouder werden kwamen daar nog pleisters, prikweg, speelgoed en boekjes bij. Totdat ze zelf rugtasjes kregen. Vanwege de degelijke kwaliteit belandde de luiertas niet gelijk in de vuilnisbak, maar werd hij achter het schot op zolder gegooid. En net als met mijn kastje met bakjes: op de grote hoop bij allerlei dingen die echt nog weleens van pas zouden komen. Daar lag hij zo’n twaalf jaar lang. Ongebruikt, met alleen nog een achtergelaten pakje zakdoekjes in zo’n handig vakje.
Totdat één van kinderen alweer een nieuwe tas nodig had voor school. Omdat hij al wist dat zijn moeder een preek zou houden over het zuinig zijn op rugtassen (het was al zijn zesde) kreeg hij een idee. Want achter het schot lagen ook nog oude tassen. Daar lag er vast eentje bij die hij ook kon gebruiken. Niets zeggen, gewoon inpikken. En die grijsblauwe tas die er ook tussen lag was perfect voor school, want daar zaten veel handige vakjes in. Zo ging hij het laatste gedeelte van dit schooljaar elke dag naar Zwolle. De tas ging mee naar het examen: met flesjes water, koekjes en zakken chips en appels. Gelijk na het laatste examen werd de tas leeg gekieperd en kwamen er visspullen in.
Vorige week woensdag kreeg hij de uitslag: geslaagd! De vlag kon uit en de tas mocht eraan. Hét moment waarop ik hem vertelde met welke tas hij steeds naar school was gegaan. We hebben er samen om gelachen. Hij blijft hem gebruiken om te vissen en te luieren aan de waterkant. Het cirkeltje is rond: van luiertas tot luier tas.

Karin van Dijk

woensdag 13 juni 2018

Meimaand

Het was me wel een maand die meimaand. Nog nooit was het zo warm. Wij Nederlanders praten altijd over het weer. Het is of te warm of te koud, te nat of te droog maar goed is het nooit.

Dat komt door het wisselende weer dat we kennen. In Indonesië waar ik mijn kindertehuisproject had was weer nooit een item. Als ik eens vroeg naar het weer werd het nooit begrepen, het was warm, ja dat is het altijd en meer smaken kennen ze niet. Zorgelijk zijn we ook altijd over het weer, de laatste jaren wordt het ene na het andere weerrecord gebroken. Dat is ook niet zo gek want we meten eigenlijk nog maar heel kort, eigenlijk pas na de uitvinding van de thermometer door Galilei in de 17de eeuw.
Toch verandert er wel iets in ons weer, de poolkappen smelten, de zeespiegel stijgt en we blijven maar CO2 uitstoten. Ik vind dat ook wel lastig als consument om dit te veranderen. Mijn opoe is in haar leven één keer helemaal naar Putten geweest en zei daarna dat ze nooit meer zo ver van huis wilde, dus haar CO2 verbruikt was zeer beperkt. Maar ik ben nu jullie deze column lezen op vakantie met het vliegtuig naar een verre bestemming. Dat is in één keer meer CO2 uitstoot dan mijn opoe in haar hele leven. We vliegen met groot gemak de wereld over en de lucht boven Hardenberg is ook dagelijks gevuld met witte strepen van de uitlaatgassen van de vele vliegtuigen. Ik stap met groot gemak in een vliegtuig om mij de hele wereld over te laten vliegen, geniet er van maar ik ga me toch wel afvragen of ik wel zo goed bezig ben.
Lezingen van André Kuipers en anderen over de kwetsbaarheid van de aarde hebben me wel aan het denken gezet. Ik denk steeds vaker hoe ik dit kan beïnvloeden. Door toch maar minder vaak te vliegen en minder vaak in de auto te stappen kan ik een statement afgeven, maar het vliegtuig vliegt toch wel. Moeilijke keuzes want als het kan wil ik nog veel van de wereld zien, alhoewel een fietsvakantie vanuit Hardenberg ook mooi kan zijn. En met het veranderende klimaat is de kans op mooi weer op de fiets ook beter dan vroeger. Volgend jaar dan toch maar een fietsvakantie plannen??

Henk Leemhuis

woensdag 6 juni 2018

Oude vrienden


Zondagavond half tien. Ik zit in een trein vanaf Amsterdam centraal en laat me weer richting het oosten rijden. De zon zakt als een rode bal achter het IJ met zijn gebouwen, en straalt nog een beetje van zijn rode gloed naar binnen.

Vandaag was ik in Krommenie. Ik zocht oude vrienden op die ik al zo’n twaalf jaar niet meer had gezien. Het contact is nooit helemaal gestopt, maar toch vond ik het een beetje spannend om ze weer te ontmoeten. Vooral omdat één van hen mijn ex-vriend betrof.
Maar, tijd is een raar ding. En blijkbaar was de basis die we pakweg achttien jaar geleden hebben gelegd nog stabiel, want het ging al snel als vanouds. Ik begon bij nummer één, ging vervolgens op een geleende fiets naar de volgende, en ik eindigde met een wat een groter clubje in de tuin van een vriendin. We kletsten bij, ik was welkom om te blijven eten, we dronken wijn in de zon, haalden herinneringen op en deelden stukken van ons leven van de afgelopen jaren. Het was een fijn weerzien, en wat mij betreft voor herhaling vatbaar.
Vlak voor mijn vertrek miste ik ineens mijn trouwring. Overal gezocht, nergens te vinden. ‘Ex’ belde naar zijn thuisfront waar ik die middag ook was geweest, en gelukkig, daar lag hij netjes naast de wastafel van de keuken. Uiteraard moest ik dit bekopen met de nodige grappen, want hoe krijg ik het in hemelsnaam voor elkaar om mijn trouwring kwijt te raken in het huis van mijn ex! Maar hij was terecht, en moest alleen nog even met mij herenigd worden, voordat mijn trein zou vertrekken. Is anders ook zo raar thuis komen zonder trouwring...
En zo gebeurde het, na wat logistiek geregel van mijn oude vrienden, dat ik mijn trouwring terugkreeg in de buurt van station Krommenie. Inclusief de nodige dramatiek, dat wel. Want ‘Ex’ ging, weliswaar veertien jaar te laat, op zijn knieën om mij mijn ring terug te geven.

Ja, het was een leuke dag. Tot snel Krommenie!

Anja

woensdag 30 mei 2018

Slikken of spuiten


Eindelijk, na jaren, is je buxushaag af; een symfonie in rechte lijnen en haakse hoeken. De natuur bedwongen. En zo prachtig groen in mei! Nog even en je mag weer los met je accuschaartje om het nóg strakker te maken. De buren zullen kreunen van jaloezie.

Maar dan, die morgen... Arggghh! Weg buxushaag, naar de knoppen gesmikkeld door de rupsen van de buxusmot. Kale, grijsbruine takkenzooi! Groengeelzwarte monstertjes speuren naar de laatste restjes blad. Duizenden. Alarm! Gif, spuiten, smerige rotbeesten, cultuurbarbaren! Mijn droombuxus! Dus: hop, hop, in galop naar het tuincentrum. Buxusmot, zegt u? Hier Pyrethrum concentraat van Bayer, bekende Duitse insectennaaier. Duitsers werken ‘gründlich’. Nederlanders ook: u spuit als een malle. En het werkt: allemaal worden ze vergiftigd. Uw buxushaag gaat het redden. De koolmees niet. Die voert zijn jongen lekker door met vergiftigde buxusmotrupsen. En zo begon het mezennest te stinken. Negen dode koolmeesjes. Met dank aan u en Bayer.
Het gaat al zo slecht met insecten en vogels. Tot 70% minder insecten in Duitsland, Frankrijk en Nederland! Reed je vroeger op een zoele zomeravond van Groningen naar Zwolle, klonk er voortdurend het flots, knrt, prips en ssplat! van insecten tegen de voorruit. Bij het tankstation moest je je voorruit verschonen. Tegenwoordig kun je vrijwel insectloos van Groningen naar Amsterdam rijden. Maar pas op. Nog even en we schuiven op van slikken en spuiten naar spuiten en stikken. Nog even spuiten, nog een ietsje meer en we hebben het laatste insect om zeep geholpen. Wie volgt? Wijzelf? Maar wel een mooi haagje! Of toch maar niet? Hardenberg, de kracht van gewoon niet doen.

Adrian Verbree

woensdag 23 mei 2018

Buitenspel

"En jullie zijn voor..?" De in een felgele jas gestoken hoofdsuppoost van Vitesse kijkt ons vorsend aan. "FC Twente!" antwoord ik. Eerlijk duurt het langst. Fout. Even terugspoelen: Ik heb een van de zonen kaartjes gegeven voor zijn verjaardag voor de wedstrijd Vitesse- FC Twente. Een legendarische wedstrijd, met de kennis van achteraf, want deze middag zal Twente degraderen.
Ook mijn vrouw gaat mee, voor het eerst. Ik vind het binnengaan in een voetbalarena altijd zo mooi en wil haar dat graag eens laten ervaren. Het gaat meteen al fout. Slechts drie van ons gezin hebben de verplichte ID bij zich. Dat zijn er twee te weinig. De scanner leest onze geprinte kaartjes niet. En als we na veel vijven en zessen, onder de afgedwongen belofte vóór Vitesse te juichen in verband met mogelijk supportersgeweld, naar binnen mogen, worden we via een alternatieve route als een soort bevrijde gijzelaars het stadion binnengeloodst.
We zitten vooraan op de tribune. Dat betekent goed zicht op het veld maar een totaal gebrek aan overzicht op wat er achter ons gebeurt. Stel dat we instinctief juichen bij een doelpunt van Twente. Die angst blijkt ongegrond. Twente scoort die middag niet. Toch zitten we onbeweeglijk in het harde, oncomfortabele kuipstoeltje. Als zaten we op de eerste rij bij een voorstelling van Hans Teeuwen.
Helemaal vooraan, aan de rand van het veld zitten de ouderen en gehandicapten in hun wagentjes. Bij elk doelpunt vinden er talloze wonderbaarlijke genezingen plaats waar Lourdes nog een puntje aan kan zuigen. Ze springen op, tasten naar meegesmokkelde heupflacons en zijn door het dolle heen. Ja, balancerend op een randje van angst, hebben wij ons best vermaakt. "Nog een keer?' vraag ik aan mijn vrouw. "Ja", verzucht ze in de auto, "maar nu nog niet..."

woensdag 16 mei 2018

Digiloos


Op televisie zag ik een serie over opvoeden waarbij het ging over het gebruik van digitale apparaten.  Heel herkenbaar en een mooi onderwerp voor deze column dacht ik zo. Ik was net van plan om ook de voordelen te noemen van mobieltjes en het gebruik van internet toen mijn man appte. Als deze Toren verschijnt dan ben ik namelijk verhuisd. Naar een rustige plek in Dedemsvaart. Maar zoals mijn man net appte: iets te rustig. Namelijk helemaal digiloos! Er is geen signaal te vinden daar. Geen tv, telefoon en internet. Slik.

Een paar dagen zonder internet overleven we best, op vakantie vind ik het bijvoorbeeld heerlijk! Maar dan kies ik er zelf voor. Nu wordt het voor ons bepaald. Het kan ook een kabelbreuk zijn en dan zijn we langer de pineut. Wat zijn we eigenlijk afhankelijk geworden van de digitale dingen. En het is zo gewoon geworden. Dagelijks kijk ik op Facebook, ik check mijn mail en app mijn kids dat we gaan eten in plaats van roepen onderaan de trap. Eerlijk gezegd weet ik haast niet meer hoe het was zonder internet. Tijdens het opruimen van 20 jaar zooi kwam ik een kaartje tegen dat ik naar mijn ouders had gestuurd vanaf een kamp. Met daarop: ‘Sorry, pap, ik kon niet langer kletsen want de kwartjes waren op’. O ja, zo was het!
Afgelopen vrijdag kwamen we erachter dat KPN ons een weekje eerder heeft afgesloten van alles dan was afgesproken. Dus we moeten er ook in ons ‘oude’ huis gelijk aan geloven. Een drama voor onze kids. Want wat moeten ze dan doen? Alles wat ik opper is natuurlijk verkeerd. Een potje kaarten, fikkie stoken, of een goed gesprek voeren: dat gaan ze echt niet doen! De verhuisdoos met alle Donald Duckies is ineens wel populair, dat ze nu ineens weer lezen vind ik een mooi voordeel. Ach, en volgende week eerst maar weer eens aan het werk en naar school. Lekker daar op de Wifi ;-)

Karin van Dijk

woensdag 9 mei 2018

Vrijheid

Vrijheid, Nederlandse mensen jonger dan 70 jaar vinden het zo vanzelfsprekend dat er elk jaar wel weer een groep opstaat die het gedenken van landgenoten die er hun leven voor hebben gegeven ter discussie stelt. Ook ik kan me niets voorstellen bij het leven zonder vrijheid. En juist daarom ben ik zo blij met mijn vrijheid. Elke 5 weken een column mogen vullen waarin ik mijn mening mag geven zonder censuur.

Het is een voorrecht om te leven in een land waarop iemand die de 2 minuten stilte aan de kaak wil stellen gehoord wordt, want ook deze mens mag zijn mening hebben. Het is goed het gesprek aan te gaan, te luisteren en meningen bij te stellen. Het punt is gemaakt en getoetst en de 2 minuten stilte zijn op 4 mei weer door miljoenen Nederlanders op hun eigen wijze ingevuld.
Het monument in het Spindepark symboliseert prachtig het verlies, het verdriet, verzet en uiteindelijk de vrijheid. Mannen en vrouwen neergezet in hun pure naaktheid, eenvoud die geen opsmuk behoeft.
Indrukwekkend vind ik altijd onze Hardenbergse herdenking met de kinderen van alle basisscholen. Het voorlezen van de namen van gevallenen binnen de gemeente Hardenberg, 143 mensen die van het leven hielden en die het ontnomen is. Maar ook van al die andere landgenoten en militairen uit andere landen die op de verschillende erevelden begraven liggen, veelal jonge mannen in de leeftijd van mijn kinderen. Daarvoor ben ik graag 2 minuten stil. De andere 525.598 minuten per jaar mogen we onze mening geven, wat een vrijheid.
Heerlijk om dan 5 mei te mogen vieren. Samen met onze landgenoten en ook nieuwe landgenoten hierin te betrekken. Met respect voor elkaar, naar elkaar omzien en zonder waardeoordelen onze vrijheid delen.

Henk Leemhuis

woensdag 2 mei 2018

Een meisje van veertien


Koningsdag vorige week. Zelf heb ik er niet zoveel mee, maar ach, het verbindt de mens en ik hou van rommelmarkten. Een prima dag dus, met redelijk weer dit jaar.

Er stonden, traditiegetrouw, foto’s van het koningshuis op internet. Koning Willem Alexander met koningin Maxima en hun kinderen. Heerlijke enthousiaste foto’s vond ik. Maar toen las ik de reacties op social media… Ik ben me kapot geschrokken van zoveel negatieve reacties over het uiterlijk van Amalia. Schaamteloos! Echt onvoorstelbaar hoe volwassen mensen zich hebben uitgelaten over het gewicht van onze (minderjarige) kroonprinses. Waar bemoeien ze zich mee! Een meisje dat mijn inziens een prachtige uitstraling heeft, dat zo openbaar onderuit gehaald wordt. Arm kind. Plaatsvervangende schaamte overviel me.

Je gewicht is heel persoonlijk, en soms ook heel kwetsbaar. Veel mensen worstelen met hun zelfbeeld, en willen voldoen aan een ideaal plaatje. Maar dat kan en hoeft niet altijd. Niet iedereen is gezegend met een slanke taille, en sommige mensen moeten hier echt veel moeite voor doen. Waaronder ikzelf. Sinds een paar weken probeer ik af te vallen, omdat ik me niet meer goed voel in mijn lijf. Mijn gewicht is voor mij best een strijd, en ik kan me voorstellen dat voor een meisje als Amalia dat zoveel in de picture staat, dit nog veel erger is.

Eén van de reacties: ‘Er is zoveel geld voor het koningshuis, dan mag er ook wel wat meer geld naar een goed voedingspatroon voor prinses Amalia.’ Waar haalt iemand deze informatie vandaan? Een gezond leven zegt niet altijd iets over het gewicht of postuur van iemand. Persoonlijk moet ik permanent op een komkommerdieet wil ik maatje 36 bereiken en behouden, en ik leef gewoon gezond. Niet iedereen is hetzelfde, en ik vind het bizar dat er mensen zijn die denken het recht te hebben om dergelijke pesterijen online te zetten. Vooral als het gaat om een mooi, maar kwetsbaar meisje van veertien. 

Goed, voor zover mijn relaas... Ik hoop dat u het met me eens bent. Ook een stukje komkommer?

Anja

woensdag 25 april 2018

Kunst

In 2016 overleed cartoonist Peter van Straaten. In zijn herkenbare, streepjesstijl schiep hij menig onvergetelijke cartoon. In ons toilet hing er jarenlang een waarop een vader en een dochter naar een kromgebogen spriet op een sokkel in een grasveldje kijken. Zijn - handen in de zakken - commentaar: ‘Ik ben bang dat het kunst is, lieverd.’

Heerlijk eerlijke cartoon. ‘Bang zijn’ dat iets kunst is betekent toegeven dat jij het er niet in ziet. Je weet je een nitwit die niet ziet hoeveel er ‘in’ zit, die moe van het misprijzen der ware kunstkenners, bij voorbaat toegeeft: het zal wel weer kunst zijn. Je bent het jongetje dat tijdens het schoolreisje naar het Kröller-Müller zich vertwijfeld afvroeg waarom meester niet voor het Ponypark had gekozen.
In Baalder, waar ik werk, ontstaat op dit moment langs de rand van de uiterwaarde van de Vecht ook een kunstwerk, dat wil zeggen: ik vermoed dat de draadconstructies die daar staan op een kunstwerk zullen uitlopen. Het is fijn het wordingsproces te mogen volgen. Eerst werden er achter hekken - spannend - amorfe draadconstructies gepositioneerd. Toen ik dacht dat het af was, en dat het een nestje verliefde sprieten moest voorstellen, werd het opeens druk rond de creaties. Talloze zakken met daarin honderden kilo’s mortel? cement? gips? werden door werklui in en rond de sprieten geboetseerd. Ik begin te vermoeden dat wat ik voor kunst aanzag, slechts het skelet was voor nóg méér kunst. Ik heb geen idee wat het gaat worden, misschien zelfs wel mooi. Maar ik ben blij dat we mogen meekijken. Want al snap ik er straks nog steeds niks van: ik weet nu in elk geval dat er véél in zit.

Adrian Verbree

woensdag 18 april 2018

Gezicht


“Heb je er eigenlijk wel lol in?” Ik krijg de vraag terwijl ik net van het podium gestapt ben waar ik met mijn bandje heb staan spelen. Ik kijk er niet van op, dat wordt mij vaker gevraagd. Mijn gezichtsuitdrukking houdt het midden tussen “de Denker” van Rodin en de mededeling van de tandarts dat de verdoving op is.

Waarom toch, want muziek maken is mijn grootste hobby, dat weet iedereen die mij een beetje kent. Eerlijk gezegd: ik weet het niet precies. Kijk, muziek maken lukt soms om allerlei redenen niet. Soms loopt het niet lekker en op sommige momenten klopt alles. Dat laatste, daar ga je voor als muzikant. Soms wordt er vanuit het publiek geroepen: “Lachen, Bert!” Wanneer ik besluit dat eens te proberen, gaat het mis op de basgitaar. Ik heb blijkbaar alle concentratie nodig voor mijn spel. Daar ben ik dan ook een man voor; ik kan maar één ding tegelijk.

Het is ook geen kwestie van zenuwen. Ik weet wat ik kan en ook heel goed wat ik niet kan. Voeger was ik wel nerveus. Ooit speelden we in het voorprogramma van Brood. Dé Herman Brood. Een week voor het optreden was mijn maag zo van streek dat ik dagen op geraspte appel met kaneel en slappe thee heb geleefd. Meteen na het optreden verdroeg ik op miraculeuze wijze weer ineens hamburgers en bier. ‘t Is ook geen kwestie van alles of niks. Ik ben trots op wat ik doe maar ik hang er niet mijn hele identiteit aan op. Je moet wel realistisch blijven.

Ooit werd ik muzikant omdat ik een hekel aan dansen heb (al sinds ik kleuter ben). Op mijn veertiende kocht ik mijn eerste gitaar. Sindsdien heb ik er een diepe liefde voor ontwikkeld. Maar dat is aan mijn gezicht niet af te lezen. Zelfs niet na 34 jaar. Laten we het er maar op houden dat mijn gezicht zo het lekkerst zit.

Bert

woensdag 11 april 2018

Recht van verzet

Ik geef ze ijsjes in de zomer en chocolademelk als het koud is: aan die arme studenten die langs de deuren gaan om steun te vinden voor de enorm goede doelen. Want ik zou ze graag willen helpen: ik wil ook niet dat er meisjes in Bolivia moeten werken of dat er mensen sterven aan een hartinfarct terwijl dat voorkomen kan worden.

Als ze nu een collectebus bij zich zouden hebben dan was ik snel klaar: een paar euro erin en doei! Maar nee, dat kan niet. Er moet een machtiging ingevuld worden. “Mevrouw Van Dijk (dat hebben ze ook geleerd: vooral vaak de mensen bij hun naam noemen want dat schept een band) u kunt dat na een maand opzeggen”. Ja dat kan inderdaad. Maar ik vergeet dat dus. En daarom sponsor ik nu zo’n vijf doelen die echt wel belangrijk zijn, maar die ik eigenlijk help omdat ik zo moeilijk nee kan zeggen. En dan ben je er nog niet klaar mee, want dan word je daarna ook nog eens telefonisch verwend. Want “Mevrouw van Dijk we zijn u enorm dankbaar dat u ons elke maand helpt. Maar ja, we zijn heel druk met onderzoek om iets te ontwikkelen dat je in je bloed gelijk kunt zien dat iemand meer kans heeft op een hartaanval. Wilt u misschien vijf euro per maand extra doneren?” Ze draaien het zo dat ik me bijna schuldig voel. Want als ík niet betaal, dan gaan er dus meer mensen dood aan een hartaanval. Maar aan de telefoon ben ik assertiever. Ik hoef ze niet aan te kijken en dus zeg ik ferm nee. Het gekke is dat je aan het eind van zo’n gesprek pas hoort dat je aan de lijn moet blijven omdat je wel het recht van verzet hebt. Een omgekeerde wereld volgens mij! Bovendien heb ik me al 23 keer ingeschreven in het ‘Bel-me-niet-register’ maar ze bellen me echt nog wel. Daarom mijn gratis tip voor iedereen die het nodig heeft: geef de deurstudenten ijsjes en chocolademelk. Daarmee voorkom je gezeur en je verricht toch een goede daad: ze zijn dan overdonderd en durven niet meer aan te dringen. Succes, je kunt het!

Karin van Dijk

dinsdag 3 april 2018

Griepepidemie

De griepepidemie was heftig dit jaar. Doordat we tegenwoordig door allerlei sociale media snel op de hoogte worden gehouden van allerlei nieuwsfeiten zagen we veel berichten over scholen die leerlingen naar huis stuurden omdat er geen leerkrachten waren en ziekenhuizen waar geplande operaties niet door konden gaan omdat er te veel ziekte onder het personeel was. Ook de virologen die elk jaar de beroemde griepprik samenstellen waarbij ze zich beroepen op de levenscyclus van het griepvirus hadden het mis en de griepprik was dus dit jaar veel minder effectief dan andere jaren.

In mijn vorige column voorzag ik al dat de kou die er toen aankwam gezond voor ons zou zijn, lekker naar buiten, en ja, ik heb ook echt sinds jaren weer een stukje kunnen schaatsen op de sloten in de Wieden. Heerlijk om het krassen van de schaatsen te horen op het ijs en genieten van de prachtige natuur van dit gebied. Dat winterweer is gezond, veel beter dan het gekwakkel en doodt ook de bacteriën zei mijn moeder altijd. Daardoor komt er gelukkig aan zo'n griepperiode ook altijd weer een einde en deze is ook weer flink op z'n retour. Ik ben al jaren gevrijwaard geweest van de griep en maakte me ook niet echt zorgen toen ik wat begon te hoesten. Maar ik kreeg het ook koud en overal pijn. De kou periode had zeker nog een paar bacteriën laten leven die zich heerlijk nestelden in mijn longen en zo kon het zijn dat ik moest toegeven dat ik ziek was. En ondanks dat ik altijd tegen anderen zeg naar hun lichaam te luisteren wilde ik niet toegeven. Maar het lichaam liegt nooit en zo gebeurde het, ik lag bijna een week onder de wol, nergens zin in en niets doen. Het past helemaal niet bij mij. Ik besef me na zo'n week dan wel dat het een groot voorrecht is om gezond te mogen zijn en dat positief benaderen van gezondheid belangrijk is. Nu ik dit schrijf staan de paasdagen voor de deur en ik zal die dagen dan ook gebruiken om weer stukjes te wandelen, genieten van het nieuwe begin.

Henk Leemhuis

woensdag 28 maart 2018

de Kletsende Krullevaar

Anderhalf jaar is ze inmiddels, iets ouder eigenlijk alweer, onze dochter die steeds meer krullen krijgt. We noemen haar ook wel ‘de Krullevaar’. En hoewel ze nog wat wiebelig op haar beentjes staat, heeft haar vocabulaire al een stevig fundament gelegd. Oftewel, ze kletst ons inmiddels de oren van het hoofd! Veel en vaak. Dat betekent de hele dag, en met een beetje pech, ook de hele avond.

De kinderarts vertelde een half jaar geleden dat een kind van twee jaar gemiddeld twintig woorden kent. Nou, dat gemiddelde heeft deze dame inmiddels flink omhoog gekrikt. En wat is het heerlijk! Om te luisteren naar de ietwat geïmproviseerde woorden en korte zinnen, die ons heel duidelijk vertellen wat onze krullevaar wil. Of wat ze niet wil, dat ook vooral. Ze krijgt steeds meer haar eigen wil en laat elke dag meer van zichzelf zien. Een vrolijk meisje, dat zich tot dusver de kaas niet van het brood laat eten, dat doet ze liever zelf.

Ze heeft ook ontdekt dat ik niet alleen ‘mama’ maar ook ‘Anja’ ben. En dat ‘papa’ ook luistert naar ‘Ad’. Met als gevolg dat ik regelmatig met de buggy door Hardenberg loop, met een kind dat luidkeels (ze heeft de stem van haar moeder...) minstens tien keer per minuut ‘Ajaa’ roept. Best grappig, maar ik geloof dat ik nog wel een beetje aan mijn gezag moet werken.

Het is mooi om te zien hoe dit kleine mensje, dat tot voor best kort geleden nog niet eens bestond, nu al zover is. Dat ze haar eerste stappen in de wereld zet, en we langzaam een individu tot leven zien komen. Doodeng vind ik het ook. Want hoe gaat het later, als ze groter wordt? Zal ze dan nog steeds zo goed laten weten wat ze wil? En is onze wereld dan nog wel een fijne plek?

We weten het niet en ik laat het maar los. Of nou ja, meestal dan. En ondertussen kletst deze heerlijke Krullevaar ons maar fijn de oren van het hoofd. 

Gelukkig bestaan er oordoppen…

Anja

woensdag 21 maart 2018

De Poepeloer


In een groen, groen, groen drollen drollenland, daar poepten twee hondjes heel parmant.
En de een, die poept’ in ’t fluite- fluitekruid en de ander poept’ op een hommel.
Toen kwam er helaas geen jager, jager aan en die heeft er geen geschoten.
En dat heeft naar je wel denken, denken kunt, mij bijzonder zeer verdroten.


Dit oudhollands versje kwam bij me boven, toen ik onlangs met een drol werd verenigd. Het overkomt iedereen en altijd op het verkeerde moment. Je zult net voor dat sollicitatiegesprek naar binnen stappen als: flots… Je schraapt nog wat met een stokje, maar hoe goed je verder ook in je vak mag zijn, je staat meteen in een kwade reuk. Shit happens.
Dit is geen stukje tegen hondenbezitters. Ik heb zelf een hondje gehad en dat heeft wel eens wildgepoept en ook wel eens ‘tweens’. Ik wil hondenbezitters geen schuldgevoel aanpraten, al zou het mooi meegenomen zijn. Mijn hondje is toch al dood. Nee, ik wil de loftrompet steken over de poepeloer.
De poepeloer?! Er schuifelt een merkwaardig voertuigje door Hardenberg. Vanuit een ietwat benauwd ogende cabine bedient een deskundige een sterke zuiger die drollen uit het gazon rukt: de poepeloer. Wat een geweldige besteding van ons gemeentelijk belastinggeld! Je wilt niet weten wat de halfwaardetijd van een drol is; honden schijten voor de eeuwigheid. Maar nu is in no-time de groenstrook weer groenstrook. Ik stel een kleine extra voor: achterop de poepeloer wordt een sproeier gemonteerd die het gras drenkt in een biologisch afbreekbaar sopje, zodat alles instant naar viooltjes ruikt. Maar ook zonder dit (een lekkerkbekje verdienend) idee, zeg ik tegen de betreffende ambtenaren: jullie zijn mijn helden. De poepeloer, dat is nog eens een gemeentelijk belang.

Adrian Verbree

woensdag 14 maart 2018

Zondagsrust

Nog een week en dan mogen we het stemhokje in! Als eerste zal ik checken of een en ander in ruime mate toegankelijk is, maar dat zal wel snor zitten met zo'n mooie award. Hoe we het ook wenden of keren, één van de hete hangijzers van deze gemeenteraadsverkiezingen zal zijn het wel of niet handhaven van de zondagsrust.
In mijn jeugd mocht ik niet op zondag naar de bioscoop, niet zwemmen als ik er voor moest betalen en voor de echt warme zondagen kocht mijn moeder op zaterdag waterijsjes die ze in het te kleine diepvriesvakje van onze koelkast legde. U ziet, de zondagsrust had bij ons met name een financieel economisch karakter. Daarbij, er werd niet geklust (in de buurt), de auto werd niet gewassen (in de buurt). Nee, de zondag werd gebruikt voor familiebezoek. Naar opa Nonkes, bijvoorbeeld. De ietwat rare opa Nonkes, die mij wel mocht plagen, maar ik hem niet. Hij is later dement geworden, waar ik niet van opkeek. Opa had een 'huussie' met een ton. Daar vroor je 's winters met je billen aan vast en 's zomers zat je er in een zwerm strontvliegen. Of we gingen op zondagmiddag autoroutes rijden. De Dr. Picardtroute, en mijn moeder maar roepen: "Kijk daar toch es, wat mooi!". En eindeloos campings kijken; waar gaan we dit jaar weer naar toe? Campings, die 's zomers een vreugdevolle aanblik bieden maar 's winters de grootste optimist in een depressie doen belanden.
En altijd zondagse kleren aan met de mededeling: "Niet vies worden!" Mooie kleren, maar vooral mijn moeders smaak, niet zo zeer de mijne. Zo kreeg ik ooit een pakje met een knickerbocker, waarbij het de bedoeling is om de half-korte broek aan te laten sluiten op de kousen. Vanwege groeispurten paste het maar een maand. Dus..
Nee, ik denk dat ik vroeger niet zo dol was op de zondag…
Bert