woensdag 20 februari 2019

Klik


Hier in huis houden ze er van: gadgets. Ze zijn er maar wat druk mee! We hebben sinds kort bijvoorbeeld een 'klik aan klik uit'-systeem. Via je mobiel kun je zelf bepalen welke lampen er in huis aan of uit gaan. Tenminste, als je die bij de hand hebt. Want even de lamp aandoen lukt niet meer met de hand. Dus overkomt het me regelmatig dat ik in het donker op zoek moet naar mijn mobiel omdat ik anders het licht niet aan krijg. Ik leer ermee leven, maar ik heb er niet echt een klik mee.

Zo ook onze nieuwe bel met camera. Die van de reclame: dat er een bezorger aanbelt en dat de man vanuit het park zegt dat het pakje onder het afdak gelegd mag worden. Enorm handig toch? Als de bel gaat, krijg je een melding op je mobiel en kun je live met diegene communiceren. Bovendien geeft hij ook een melding als er beweging rondom je huis is en kun je ook de geschiedenis terugkijken. Dat houdt in dat ik ook kan zien dat er een windvlaag was die mijn rozenstruikjes liet wapperen en in welke staat de pubers 's nachts thuisgekomen zijn. Maar goed, mochten er indringers komen dan zijn ze ook in beeld en dat voelt wel veilig. Vooral met al die recente inbraken tijdens de feestdagen in Hardenberg en Dedemsvaart. Wij vierden Oud en Nieuw bij vrienden in Gramsbergen, en stonden op het punt weg te gaan toen we ineens een auto langzaam onze oprit af zagen rijden. Mijn man sprong op en mijn ene zoon riep gelijk dat het een Pools kenteken was (mijn excuses alvast voor alle Poolse mensen). We ondernamen gelijk actie door het in de burenapp te zetten. Op die manier was iedereen in de buurt gelijk alert. Eenmaal onderweg bedachten we dat we het ook terug konden kijken in de app. Na twee keer kijken werd het ons duidelijk: het was onze andere zoon die een statafel terugbracht met een vriend in de auto. Met het schaamrood op de kaken durfden we het niet in de burenapp te zetten: iedereen was nu alert en dat was ook best handig. Dus excuses voor de mensen in de buurt en nogmaals voor alle Poolse mensen. Ik hoop maar dat ze nog wel steeds een klik met ons hebben.

Karin van Dijk

woensdag 13 februari 2019

Rookvrij


Op steeds meer plaatsen zijn we rookvrij. Wat is er de afgelopen 40 jaar enorm veel veranderd in het gedrag van mensen als het op roken aan komt. Was het een tiental jaren geleden heel normaal en geaccepteerd dat men een sigaret opstak, tegenwoordig moet de roker zich steeds meer moeite getroosten om ergens te kunnen roken.

Uit mijn kindertijd herinner ik me dat bij een verjaardag van mijn ouders de woonkamer veranderde in een blauwe kamer, op tafel glazen met sigaren en sigaretten, met en zonder filter. We vonden dat heel normaal, wisten wij veel. Daar is gelukkig veel in veranderd, in mijn eigen omgeving wordt door bijna niemand meer gerookt.
Vanuit gezondheidsstandpunt weten we inmiddels ook dat roken enorme risico’s met zich meebrengt. Toch is er ook nog altijd veel weerstand tegen de bemoeienis van anderen bij rokers. Het percentage rokers onder de volwassenen daalt wel maar ligt nog altijd boven de 20 procent, wat betekent dat een op de vijf volwassenen nog steeds een sigaret opsteekt. Het aantal initiatieven dat wordt genomen om te komen tot steeds meer plaatsen waar niet gerookt mag worden neemt toe. Een bijeenkomst afgelopen maand in het LOC, georganiseerd door Vechtdal Vitaal om te starten met een gezondere leefstijl door te stoppen met roken, werd door 290 mensen bezocht, geweldig. Een aantal deelnemers die ik sprak gaven aan geschokt te zijn door de enorme toevoegingen aan de tabak om de verslaving te bevorderen door de tabaksindustrie. Van stoffen die je makkelijker laten inhaleren tot rattengif en heel veel andere verslavend giftige stoffen. Ik heb ook altijd moeite om niets te zeggen als ik bij de ingang van het ziekenhuis in Hardenberg patiënten zie roken, maar begrijp ook dat hun verslaving niet alleen eigen schuld is.
Afgelopen weekend hadden we de primeur op een rookvrij sportpark Boshoek. Er zijn nog twee plekjes voor de verstokte roker. Ik hoop dat deze plekjes ook op korte termijn overbodig zijn.

Henk Leemhuis

woensdag 6 februari 2019

Amerika


Deze column schrijf ik vanuit zonnig Californië waar vandaag op 23 januari het kwik net als gisteren 23 graden Celsius is. Mijn dochter en ik zijn hier voor ons werk hier en bezoeken de NAMM show. De grootste muziekbeurs ter wereld. We combineren het aangename met het noodzakelijke en bezoeken ook wat museums en Hollywood.

Stiekem ben ik onder indruk van het grootse van Amerika. Los Angeles is een conglomeraat van tegen aangeplakte steden. En op een oppervlakte niet veel groter dan Overijssel wonen zo’n 18 miljoen mensen. Nadat we het prachtige Paul Getty museum 40 kilometer verderop bezocht hebben, nemen we de tijd om op tijd terug te zijn voor onze afspraak bij NAMM. Als echte Overijsselaars hadden we natuurlijk geen rekening gehouden met het feit dat je hier altijd in de file staat. We zijn veel te laat terug. Tijdens de terugreis valt me op hoe groen de stad is, ze staat vol met bomen, maar al die bomen kunnen de deken van smog niet aan die altijd over de stad hangt. Wanneer je er op let ruik je die smog ook, valt me op, en dat is best indrukwekkend. Net als de auto’s die er rijden, zelfs de ambulances, politieauto’s en de auto’s van de stedelijke groenvoorziening zijn allemaal dikke vette 8 cilinders vol chroom uitgerust. Prachtig om te zien dat wel weer. Wij parkeren elke dag in een garage die tot de nok gevuld is met 10.000 meest Kingsize auto’s die niet eens meer opvallen omdat iedereen er in rijdt. Op de gebruikelijke vierbaanswegen die dwars door de stad kruizen kun je een voetbalwedstrijd spelen. Elke straat is supermooi aangelegd met dikke rijen palmbomen. En op elke hoek is wat te doen, het eten is er verrukkelijk en natuurlijk op zijn Amerikaans altijd te veel. Je voelt ruikt en ziet gewoon dat dit niet goed kan blijven gaan. Ja alles is groot en iedereen is er keihard aan het werk. Het leven is hier goed, en als je omhoog kijkt zie je gewoon blauwe lucht. Maar dat de Amerikanen voorlopig hun klimaatdoelstellingen niet gaan halen mag duidelijk zijn.

Rudi Bults

woensdag 23 januari 2019

Voetbalschoen

Jongste zoon is volledig hersteld van zijn kruisbandblessure. Anderhalf jaar geleden scheurde de band tijdens een onschuldige actie op de training volledig af en was hij een jaar uit de running. Nu speelt hij als jongste speler op proef in het eerste van Hardenberg ’85. Resultaat van keihard werken tijdens het revalideren. Hier spreekt een trotse vader.


Mijn kinderen streven mij aan alle kanten voorbij: dochter qua schoolprestaties, oudste zoon qua muzikaliteit en jongste zoon voor wat betreft voetbalcarrière. Ik geniet daarvan. Ik voetbalde vroeger bij SJS Stadskanaal. Shirts (te stug), broeken (te klein) en sokken moest je verplicht kopen bij Intersport. Dan kreeg je bonnen die je moest inleveren bij de club. Daar kreeg de club dan weer korting op de ballen van. Gedwongen winkelnering. Voetbalschoenen waren er in de merken, Adidas, Puma en Quick. Ik mocht alles kiezen als het maar Quick was. Tegenwoordig een kek merk, toen praktisch, plastic & goedkoop. De andere merken waren van leer en dus te duur.
Ik was 13 toen ik tegen Adidas voetbalschoenen aanliep. Over van de collectie van het jaar daarvoor. Zwart met een venijnige kleur geel maar met de begeerde drie strepen én schroefnoppen. Omdat ze afgeprijsd waren en twee maten te groot (“dan heb je er volgend jaar ook nog wat aan”), kreeg ik ze. “En voorzichtig met die dure schoenen!” De eerste de beste training, bij het zoeken naar een verdwaalde bal in de bosjes, schopte ik tegen een tak en een gat in mijn schoen. Tot op de dag van vandaag heb ik dat nooit aan mijn ouders verteld en stond ik tot het eind van mijn carrière altijd met één natte voet te voetballen, zelfkastijding voor mijn onvoorzichtigheid.
Had ik al verteld dat jongste zoon al twee keer heeft gescoord? En mooie goals!

Bert

woensdag 9 januari 2019

Inbraken


De afgelopen tijd is er in onze woonwijk erg veel ingebroken. De dader heeft als voorkeur de tijd tussen 16.00 en 22.00 uur. Vreemd op het eerste gezicht, ik zou denken dat dieven vooral ’s nachts op pad gaan maar dat blijkt allang niet meer zo te zijn. De wijkagent is ook erg actief en regelmatig rijdt er een politieauto of -motor door de wijk. Eigenlijk zou dit een geruststellende gedachte moeten zijn maar Rianne en ik voelen het eerder wat beklemmend.

Wonen in Baalderveld, in Hardenberg gaf ons altijd een veilig gevoel. De grote boze buitenwereld was ver weg en we lieten de achterdeur ook altijd open. Heerlijk toch, dat vrienden, kennissen en buren gewoon binnen kunnen lopen. Dat voelt vertrouwd en gastvrij. Alleen als er niemand thuis was dan ging de deur op slot. De sleutel lag altijd onder de mat, dat wisten de kinderen en dan konden ze gewoon naar binnen. Op de bovenverdieping stond altijd wel ergens een raampje open, lekker voor de frisse lucht. Maar door de inbrakengolf van de laatste maanden is dat veranderd. We zijn veel voorzichtiger geworden. Als we de deur uitgaan, eerst controleren of deze goed op slot is en de sleutel meenemen, die ligt niet meer ergens op een verstopplekje. Boven eerst even kijken of alle ramen wel gesloten zijn en de kinderen ook op het hart binden niet de deur uit te gaan voordat dit is gecontroleerd. Rianne wilde zelfs op een gegeven moment niet meer met het raam open slapen.
Jezelf opsluiten in je eigen huis omdat er mensen rondlopen die denken dat ze jouw spullen moeten stelen. Als we er niet zijn gaan zelfs de lampen aan, het liefst met verschillende tijdmelders zodat het lijkt alsof je thuis bent. Ik snap ook best dat we de ogen niet moeten sluiten voor dit fenomeen maar naast dat dieven spullen ontvreemden is de sociale impact groot. Ze pakken ons vrijheid af, maken argwanend. Als er een onbekende door de wijk loopt groette ik altijd vriendelijk. Nu denk ik: wat moet die hier? Ik wil die gedachte niet hebben. Ik wil het positieve in mensen blijven zien. En gelukkig hebben we een hond.

Henk Leemhuis

maandag 7 januari 2019

De tijden veranderen


Ik had me voorgenomen een mooi verhaal te schrijven over geluk voorspoed en meer van die dingen. Maar gaandeweg het schrijven werd het een beetje een saai verhaal dus besloot ik het iets persoonlijker te maken.

In november hebben we onze 13 jaar oude hond Tutu naar de dierenarts moeten brengen om te laten inslapen. Ik was nogal gehecht aan die oude hond dus had het moment van afscheid nemen zo lang mogelijk gerekt. Zo lang, dat we haar dragend in een deken mee moesten nemen. Daar aangekomen bleef mijn vrouw Ali buiten wachten en bracht een aardige dierenarts de hond en mij naar een apart soort van sfeervol laatste afscheid kamertje waar kaarsjes branden en een zacht muziekje opstond. Een begripvol gesprek volgde met aan het eind mijn opties. Zelf mee terugnemen naar huis en daar begraven? Of de dierenartspraktijk kon ook zorgen voor de crematie, wat ik maar wilde? Opgelucht dat ik het eindelijk achter me kon laten koos ik de laatste optie. Na een verdoving kreeg ze het laatste spuitje en het duurde niet lang voor ze ingeslapen was. Na een laatste aai over de bol van de hond en wat warme laatste woorden van de dierenarts mocht ik eindelijk weg. Buiten stond Ali op me te wachten. Toen ik haar zag gebeurde er iets wat ik niet verwacht had: ik brak. Daardoor brak Ali ook en samen hebben we nog wat tranen staan wegpinken. Een paar dagen later kreeg ik nog een begripvol telefoontje van het crematorium of ik een urn wilde en speciale wensen had? Omdat ik die niet had is ze uitgestrooid op een hondenkerkhof. Na het uitstrooien kreeg ik nog een begripvol 2e telefoontje.
Al mijmerend bedacht ik dat de tijd toch echt wel veranderd is. Ook in de dierenartsen wereld. Ik herinner me nog dat ik de op een na laatste hond die ook Tutu heette zo rond 2003 naar de dierenarts bracht om in te laten slapen.  Die zei – ik herinner me het nog precies ‘leg hem daar maar neer, ik werk er straks wel mee af’.
Ja tijden veranderen. Ook de factuur van de dierenarts trouwens.

Rudi Bults

woensdag 19 december 2018

De haas


De haas zit doodstil in het omwoelde land. Eén oor gespitst. Na dagen van enorme dreunen, waagt hij zich voor het eerst weer uit zijn schuilplaats. In de komende momenten zal hij een wonder verrichten én het leven laten. Hij is zich volkomen onbewust van wat er komen gaat. Dan gaat ook zijn andere oor omhoog. Er dreigt onraad. Links en rechts van hem doemen zwarte silhouetten op uit de mist. Hij begint aan de laatste sprint van zijn leven.

Het is Kerst 1914 en de mist maakt het oorlogvoeren onmogelijk. Onder dekking van de witte deken die over het landschap ligt, klimmen de soldaten uit hun loopgraven om de benen te strekken en ontdekken de haas. Zowel aan Engelse en Duitse zijde. Dat is een fijn kerstmaaltje. Ze proberen het dier in te sluiten en stuiten dan op elkaar. En blijven dan aarzelend staan. De haas fungeert als bliksemafleider. Wie zal hem te pakken krijgen? Wat ontstaat lijkt op een voetbalwedstrijd en, hoe kan het ook anders, de Duitsers winnen. Tevreden lopen twee Duitsers met de buit weg, terwijl de rest van de manschappen verwikkeld raakt in een sneeuwballengevecht. Nadien viert men, zo goed en zo kwaad als het kan, een soort van kerstfeest met elkaar waarbij cadeaus en gelukwensen worden uitgewisseld.
Dat het daarna nog zo gruwelijk misgaat, doet niets af aan het beeld van hoop van bovenstaand verhaal. In deze dagen wijden we gedachten over het afgelopen jaar: wat ging goed en wat had anders gekund? Ik wel, in ieder geval. De droom van vrede en de realiteit van het conflict, het lijkt bij de mens te horen.
Laten we hopen op meer vrede dit jaar. In eerste plaats met onszelf. Dan moet de rest vanzelf komen, toch?