woensdag 18 september 2019

Glashelder


Het is altijd aanwezig. Op de radio, in kranten, bij het surfen op internet en op de tv: reclame. Het zit verweven in deze maatschappij. Bij de één gaat het het ene oor in en weer uit, bij mij blijft het hangen. Zowel de tekst als de muziek. Toen één van onze kinderen nog niet zo goed kon praten klonk er toch in de auto vanaf de achterbank: “Interpolis, glashelder!” Ook hij onthoudt alle reclames en kan het letterlijk nazeggen. En deze reclame was inderdaad glashelder.

Maar wat kan ik me irriteren aan de ‘sluikreclames’. Voorbeeldje: expeditie Robinson. Van tevoren wordt er meegedeeld dat het programma mede mogelijk wordt gemaakt door een soort woksaus. Nu moeten de deelnemers dit seizoen ineens allerlei opdrachten doen met wokpannen! Alsof wij als consument dan ineens zin krijgen om iets te wokken en dan die geweldige saus willen aanschaffen. Alsof we dat niet doorhebben. Net zoals Ludo in Goede Tijden jaren geleden ineens flesjes Yakult ging drinken aan het begin van de dag. Ik gruw ervan. Dus ja, ik word erdoor beïnvloed. Maar dan vooral in negatieve zin. Zo zal ik ook nooit iets bestellen bij Zalando vanwege de reclame van schreeuwende en gillende vrouwen die ze ooit hadden.
Nu blijkt dat er een nieuwe manier van reclame is die nog iets anders werkt dan de sluikreclame. Gemaakt door influencers op internet. Dat zijn vloggers en Youtubers die vooral veel jonge volgers hebben en dan tussen neus en lippen door zeggen dat ze even een Snickers pakken of dat hun nieuwe Adidas vest zo lekker zit. Zij beïnvloeden hiermee de jonge volgers en verdienen hier goed aan. Met #ad moet nu duidelijk worden dat dit het geval is. Zodat iedereen weet dat zij ervoor betaald krijgen. Bij veranderende tijden horen ook andere manieren van reclame maken. Dat is nu eenmaal zo. Maar ik vind het handig dat het met #ad duidelijker wordt dat er reclame gemaakt wordt. Anders was ik er ook niet ingetrapt hoor, dat lijkt me glashelder!

Karin van Dijk

woensdag 11 september 2019

Tafelgesprek


Misschien herkent u dit ook, zomaar met iemand aan tafel zitten en dan ineens een goed gesprek hebben over een onderwerp. Dat overkwam mij vorige week met een van de vrienden van een zoon van ons. Onze kinderen zijn volwassen en hebben hun eigen vriendenkring. Zo kwam het dat een van de vrienden, die timmerman is, bij ons een klus klaarde.

Tijdens een koffiepauze kwamen we aan de praat over school en beroepskeuze. Binnen ons gezin is dat ook niet altijd vanzelf gegaan en de timmerman beaamde ook dat het best moeilijk is om op jonge leeftijd al een keuze te moeten maken in welke richting je je wilt ontwikkelen. Er is maar een heel kleine groep kinderen die deze keuze wel snel maakt maar ik zie toch ook veel jonge mensen erg worstelen hiermee. Ik vertelde dat ik het in mijn jeugd ook niet wist. Als jonge man maakte ik ook eerst een andere keus waardoor mijn studie mislukte. Ik werd daardoor gedwongen tot een andere weg. Ik moest in militaire dienst. Het 16 maanden durende traject heeft mij echter gevormd en ik heb in die periode ook de kans en tijd gehad om een andere keus te maken. Al pratende kwam hij  tot de conclusie dat het wellicht voor jonge mensen van nu een mooie manier zou kunnen zijn om na te denken over de toekomst. Ik ben het op dat punt geheel met hem eens, het zou voor veel zoekende jonge mensen, net van de middelbare school, een goede manier zijn om eens aan zichzelf te werken zonder de vanzelfsprekendheid dat het wel geregeld wordt. Niet dat we allemaal weer in militaire dienst moeten maar een vorm van dienstbaarheid naar de maatschappij zou mooi zijn. Er is momenteel een schrijnend tekort aan aandacht, de individualisering zorgt ervoor dat er steeds meer eenzaamheid is. Hoe mooi zou het zijn dat we samen een samenleving kunnen maken, jong en oud waarin we dienstbaar zijn. Samen doen en gewoon doen. Jonge mensen leren inzien dat dienst heel verrijkend kan zijn. Wat een koffiepauze al niet tot gevolg kan hebben.

Henk Leemhuis

woensdag 4 september 2019

Wodan en Boris


Mijn zoon heeft sinds kort een hond. Wodan heet hij. Een kruising tussen een Newfoundlander en een Labrador. Tien weken oud, en een prachtige puppy, zo’n mooi pluizige bruine, werkelijk een prachtbeest. Iedereen is gek met hem. Nu nog lekker klein, maar straks is hij bijna net zo groot als een kleine Shetlander pony. Ik noem ik hem dan ook gekscherend, ‘Labrolander’.

En hoewel hij niet blond is, deed hij me op een of andere manier sterk denken aan Boris Johnson. Dat kwam vooral omdat ik me moest verdiepen in de Brexit waar we als bedrijf natuurlijk mee te maken krijgen. Daar leerde ik dat Boris een echte levensgenieter is, net als Wodan. Ook lopen ze beide regelmatig met hun kop tegen een muur, of in Wodan’s geval, een glazen deur. Wodan dan letterlijk, en Boris figuurlijk, hij is namelijk al drie keer ontslagen wegens leugentjes. Allemansvrienden zijn het ook, maar je moet wel op je hoede blijven, in Wodan’s geval voor de scherpe tandjes. Beide zijn fotogeniek en veel op social media te vinden. Wodan is trouwens te volgen onder #newfywodan, mocht je dat net als mijn zoon en schoondochter interessant vinden.
En dan die typische hondennamen. Boris en Wodan. Grappig genoeg exact de namen van de twee Rottweilers die ik als tiener mocht verzorgen toen ik bij een antiekzaak werkte. Vervelende honden waren dat zeg en behoorlijk bijterig ook. Nou ja er zijn ook grote verschillen hoor, Wodan sluit ik steeds meer in mijn hart, die onbenullige lieverd is een echte allemansvriend. En nu ik Boris iets beter heb leren kennen staat hij me toch echt steeds meer tegen. Dat hij zonder blikken of blozen een heel land voorliegt en in de luren legt, is al erg genoeg. Maar dat hij er ook nog mee wegkomt? Echt vreemd hoe een heel volk dat zomaar pikt. Ik hoef er dan ook niet lang over na te denken, ik ben blij dat wij niet opgescheept zitten met Boris, die zou ik nooit kunnen vertrouwen, Wodan gelukkig wel.

Rudi Bults

woensdag 28 augustus 2019

Wat nou druk?!


‘Het leven komt weer op gang.’ Op de intensive care is dat goed nieuws. Ik hoop dat het, nu september naakt, daarbuiten ook geldt. We gaan weer aan het werk en de scholen zijn weer begonnen. Hoe gaan we dat doen? Zuchten we over drie week weer allemaal dat we het zo druk hebben? Of maken we ons niet druk?

Bij je-niet-druk-maken, denk ik aan twee mannen. Ronald Reagan en Gerrit Zalm. Ronald Reagan was vierenzeventig toen hij aan zijn tweede termijn als president van de VS begon. Ik neem aan dat zelfs de meest dik- en drukdoenerige manager hier wil erkennen dat de baan van president van de VS toch net een tikkeltje hectischer is dan zijn druk-man-je-wilt-het-niet-weten imponerende dagtaak. En dan als vierenzeventigjarige nog even voor vier jaar bijtekenen! Gerrit Zalm maakte zich ook niet druk. Op het ministerie van financiën waren ze verbijsterd toen hij bij zijn aantreden meedeelde dat hij van plan was elke avond om zes uur thuis te zijn om met vrouw en kinderen te eten en de jongsten naar bed te brengen. Minister van financiën, dat zal ook voor Gerrit geen negen tot vijf baan zijn geweest. Maar zes uur is gehakbaltijd en zeven uur is voorlezen uit de GVR. En maar lachen! Wat nou druk?! We hébben het niet druk, we máken ons druk. Denk nu niet dat ik de wijsheid in pacht heb. Integendeel. Ik heb me jarenlang druk gemaakt. Dat heeft me zo’n vijf jaar van m’n leven gekost: een burn-out uit de eredivisie. Tegenwoordig maak ik me niet meer druk. Ik werk weer fulltime, met nog wat klusjes bij. Maar me druk maken? Nee, dank u, dat heb ik gehad. Naast Ronald en Gerrit heb ik een Twent geadopteerd. Herman. Herman Finkers: ‘kalm aan en rap een beetje’. Ik wens u een werkseizoen zonder drukmákerij.

Adrian Verbree

woensdag 21 augustus 2019

Guerrilla


Boven mij klinkt het alsof er een guerrillaoorlog aan de gang is. Ik pak wat te drinken en ga er eens goed voor zitten. Hier wil ik niets van missen. Vanuit het gebladerte zien ze me lachen; als blikken konden doden.

Deze zomervakantie ruilden wij ons vakantiehuisje voor een weekje met de bewoners van een appartement op vierhoog in Amsterdam-Zuid. Zij een week rust, wij een week herrie. Normaal gesproken laten wij zo’n weekje op ons af komen. We zien wel. Echter, deze keer is één dag al van tevoren ingevuld: we gaan klimmen in het Amsterdamse bos. Klimmen impliceert hoogtes en beweging, geen begrippen die veelvuldig op mijn ‘bucketlist’ voorkomen. “Ga dan niet”, hoor ik u denken, en terecht. Maar wij vonden vrijkaartjes voor deze attractie bij het opruimen van de spullen van mijn moeder. Weggooien zou zonde zijn, ik blijf wel Groninger.
Voor je de boom ingaat, krijg je een tuig om dat door een vriendelijk lachende medewerker extra hard wordt aangesnoerd. Aandachtspunt hierbij is dat de uitwendige voorplantingsorganen dusdanig gepositioneerd worden zodat ze niet worden verrast door de knellende banden. Een net te klein blauw helmpje op en je staat voor lul. Dus klaar om aan de slag te gaan.
De eerlijkheid gebiedt mij te zeggen dat het me meeviel, ik vond het zelfs leuk. Tijdens het eerste parcours probeerde ik uit te stralen dat ik dit al jaren deed, waardoor ik van de opgebouwde spierspanning me als een parkiet met Parkinson door de boomkruinen bewoog. Die houding heb ik snel laten varen.
Als je eenmaal op een parcours bent ‘ingeklikt’ met je veiligheidslijn, dan is er geen weg terug. Dat besef dringt langzaam door bij het Braziliaanse gezin waar ik naar zit te kijken. De vrouwen hysterisch en de mannen te dik. Ze moeten nog zeker 50 meter. Ik schenk nog eens in.

woensdag 14 augustus 2019

Wortel


Wat was ik er druk mee als puber: mijn gezicht poetsen met citroensap. Alles had ik er voor over om van mijn sproeten af te komen. Ondertussen zijn ze al lang vervaagd en vind ik dat eigenlijk best jammer. Ik wilde geen sproeten, maar egaal bruin worden. Dat wilde maar niet lukken. Ik verbrandde gelijk en mijn benen bleven altijd wit.

Mijn vriendinnen lagen maar even in de zon en ze waren al gelijk bruin. Daar was ik best jaloers op. Gelukkig was er de zonnebank. Destijds was het dé oplossing voor mij. Toen duidelijk werd hoe schadelijk het was ben ik er met pijn in mijn hart mee gestopt. Ik moest maar accepteren dat het er voor mij nu eenmaal niet in zat. Maar er kwam een alternatief: de spray tan. En ik had geluk, want ik mocht het samen met mijn schoonfamilie proberen. We gingen in de herfst naar Tenerife en waren zo wit als een sneeuwkonijn: dat kon natuurlijk niet. Dus ging ik naar de speciale spray studio. Ik moest makkelijke kleding aan, dus ging ik in mijn badjas. Eenmaal aangekomen moest ik in mijn nakie staan en werd ik onder gesprayed. Het leek fantastisch! Egaal bruin was het en ik zag mezelf al helemaal stralen met witte bloesjes en rokjes. Heel voorzichtig deed ik mijn badjas weer aan, want het moest nog even intrekken. Thuis aangekomen bekeek ik het resultaat in de spiegel en barstte in lachen uit.. De afdruk van de autogordel was prachtig te zien: een dikke witte streep liep schuin over mijn lichaam. Het was ook iets meer oranje dan ik gedacht had. Zo lagen we als wortels naast onze egaal witte mannen tijdens de vakantie. Na een paar dagen werden we oranje zebra’s: met oranje en wit gestreepte benen. Het was er ook niet af te wassen: het was immers in de huid getrokken. Mijn schoonzusje liep nog weken met oranje handen. Spray tan kon dus van mijn lijstje af.
Ondertussen ben ik terug van vakantie en ondanks het prachtige weer in Italië niet heel bruin. Maar lang leve de zelfbruiner! Voor mij de beste optie. Het lijkt gelijk wat en ik smeer me trouw in. Nog steeds ben ik best jaloers op mensen die zo mooi bruin worden. Maar hé, alles beter dan een wortel!

Karin van Dijk

woensdag 7 augustus 2019

Veranderen



Het zal misschien wel met de leeftijd te maken hebben maar ik merk bij mijzelf steeds vaker dat ik moeite krijg met veranderen.  Er is nu zelfs een reclame op de radio van een internet bedrijf dat zegt dat veranderen moet. Dit doen ze aan de hand van een voorbeeld van de veranderende verpakking van een pakje boter wat al decennia lang hetzelfde was. Ik had dat de afgelopen weken met de veranderende verpakking van de koffiemelk.

Maar het gaat veel verder. Met stijgende verbazing lees ik dat er ouders zijn die het tijdens de zomervakantie erg zwaar hebben omdat de kinderen thuis zijn van school. Deze ouders zijn enorm toe aan vakantie en nu moeten ze ook nog eens 24 uur per dag voor hun kinderen zorgen. Er wordt dan ook een pleidooi gehouden om de kinderen op zomerkamp te sturen of een oppas mee te nemen tijdens de vakantie. Zo hebben deze ouders dan zelf de handen vrij om echt te genieten van hun vakantie. Ik heb toch wel een heel ander beeld van vakantie met onze eigen kinderen. Hoe klein ze ook waren, heerlijk naar het strand om samen zandkastelen te bouwen, wandelen in de Oostenrijkse alpen en stiekem zwemmen in de blote kont in een steenkoud bergmeertje want we waren toch alleen op de berg dachten we. En dan boven komen en moeten schuilen voor een enorme hagelbui. Vorige week bij de een na laatste Alpenetappe van de Tour de France kwamen die taferelen me weer scherp op het netvlies. Wij hebben samen met onze kinderen echt vakantie gevierd en de verhalen over onze eigen avonturen komen als iedereen thuis is nog regelmatig langs. Ik moet er niet aan denken dat wij als gezin niet samen vakantie hadden gevierd. Voor mij voelt het als een verarming dat we zelfs dat niet meer samen doen, de  individualisering ten top.